• Executive Secretary
    +31 (0) 183 74 56 46
    Executive Secretary +31 (0) 183 74 56 46
  • Senior QHSE manager Scientific Collaborator at ULg Gembloux Agro-Bio Tech +31 (0) 183 30 12 70
    Senior QHSE manager Scientific Collaborator at ULg Gembloux Agro-Bio Tech +31 (0) 183 30 12 70
  • ICT manager
    +31 (0) 183 70 01 39
    ICT manager +31 (0) 183 70 01 39
  • Office manager
    Divisie: EWS Gas measurement
    +31 (0) 681 48 57 27
    Office manager Divisie: EWS Gas measurement +31 (0) 681 48 57 27
  • Country manager NL
    Divisie: EWS Gas measurement
    +31 (0) 629 57 86 24
    Country manager NL Divisie: EWS Gas measurement +31 (0) 629 57 86 24
  • Sales manager
    Divisie: EWS Gas measurement
    +31 (0) 683 71 57 20
    Sales manager Divisie: EWS Gas measurement +31 (0) 683 71 57 20
  • Operations manager
    Divisie: EWS Gas Measurement
    +31 (0) 652 05 12 97
    Operations manager Divisie: EWS Gas Measurement +31 (0) 652 05 12 97
  • Operations manager
    Divisie: EWS Maritime & Logistics
    +31 (0) 650 52 60 98
    Operations manager Divisie: EWS Maritime & Logistics +31 (0) 650 52 60 98
  • Country manager BE
    Divisie: EWS Fumigation
    +32 (0) 496 780 365
    Country manager BE Divisie: EWS Fumigation +32 (0) 496 780 365
  • Account manager
    Divisie: EWS Gas measurement
    +31 630 435 308
    Account manager Divisie: EWS Gas measurement +31 630 435 308
  • Office manager
    +34 (0) 609 44 08 72
    Office manager +34 (0) 609 44 08 72
  • Operations manager
    Divisie: EWS Pest control
    +31 (0) 183 30 12 70
    Operations manager Divisie: EWS Pest control +31 (0) 183 30 12 70
  • Technical Specialist
    Divisie: EWS Pest control
    +31 (0) 629 12 80 54
    Technical Specialist Divisie: EWS Pest control +31 (0) 629 12 80 54
  • Technical Specialist
    Divisie: EWS Fauna management
    +31 (0) 613 98 53 36
    Technical Specialist Divisie: EWS Fauna management +31 (0) 613 98 53 36
  • Office manager & Planning coördinator
    Divisie: EWS Pest control
    +31 (0) 183 30 12 70
    Office manager & Planning coördinator Divisie: EWS Pest control +31 (0) 183 30 12 70
  • Sales manager
    Divisie: EWS Bio treatment
    +31 (0) 610 99 22 93
    Sales manager Divisie: EWS Bio treatment +31 (0) 610 99 22 93
  • Sales
    Divisie: EWS Bio treatment
    +31 (0)183 70 01 37
    Sales Divisie: EWS Bio treatment +31 (0)183 70 01 37
  • Account / Operations manager ES
    +34 681 39 32 33
    Account / Operations manager ES +34 681 39 32 33
  • General manager FR
    General manager FR
  • Supervisor
    Divisie: EWS Pest control
    Supervisor Divisie: EWS Pest control
  • Operations manager
    Divisie: EWS Fumigation & Gas measurement
    +32 (0) 35 41 27 92
    Operations manager Divisie: EWS Fumigation & Gas measurement +32 (0) 35 41 27 92
  • Algemeen Deze rattensoort is aan de rugzijde meestal grijsbruin van kleur. De buik is lichter; er is echter een grote variatie in kleuren tot wit (albino) toe. Het is een stevig gebouwd dier met een vrij stompe snuit, een dicht behaard lichaam en duidelijk zichtbare oren. De vrijwel onbehaarde, dikke staart (ca. 20 cm) is korter dan het lichaam (ca. 25 - 30 cm). Het gewicht van een volwassen bruine rat is gemiddeld 400 - 500 gram. Bruine ratten komen zeer algemeen voor; het zijn z.g. "cultuurvolgers", omdat ze zich uitstekend kunnen aanpassen aan de mens. Het zijn goede zwemmers en gravers en voelen zich thuis in riolen, op stortplaatsen, in/om maïsvelden, enz. Ze voeden zich met velerlei producten (granen, groenten, fruit, vis, enz.) en zijn derhalve overal te vinden op plaatsen met een groot (en slordig) voedselaanbod, bij voorkeur in de omgeving van water. De ontwikkeling van de bruine rat is vrij snel; de vrouwtjes zijn na ca. 3 maanden geslachtsrijp en kunnen tot wel 15 worpen van 5 - 10 jongen ter wereld brengen. De gemiddelde levensduur in het veld is ongeveer 1 jaar. Schade Deze rattensoort geeft - zoals boven beschreven - er de voorkeur aan om zich in de directe nabijheid van de mens en zijn gebouwen, voorraden en afval op te houden. In waterrijke gebieden kunnen ze overbrenger zijn van de ziekte Weil; ook in de intensieve veehouderij kunnen ze diverse ziekten overbrengen. Ze vervuilen en beschadigen voorraden en kunnen door hun knaagdrift (o.m. aan kabels) kortsluiting, lekkages en machinestoringen veroorzaken. Bruine ratten in de directe omgeving van de mens zijn dan ook ongewenst. Preventie Door goede bouwkundige voorzieningen, zoals goed sluitende deuren, smalle ventilatieopeningen, enz. kan men ratten buiten houden. Ook een goede hygiëne (opslag en verwijdering van afval, nette opslag van producten, periodiek schoonmaken van ruimten, e.d.) is van belang om de aanwezigheid van ratten tegen te gaan. Bestrijding Na een grondige inspectie van en om het object worden op strategisch gekozen plaatsen lokaasdepots ingericht. In deze lokaasdozen of -kisten wordt giftig lokaas uitgezet. De gebruikte knaagdierbestrijdingsmiddelen (rodenticiden), die door het College Toelating Bestrijdingsmiddelen zijn goedgekeurd, zijn z.g. anticoagulantia (antibloedstollingsmiddelen). Deze lokazen moeten tenminste enige weken worden aangeboden om doding te veroorzaken. Na 2 à 7 dagen opname treedt na 7 à 14 dagen sterfte op.
    Algemeen Deze rattensoort is aan de rugzijde meestal grijsbruin van kleur. De buik is lichter; er is echter een grote variatie in kleuren tot wit (albino) […]
  • Leefwijze Mollen leven in gangen onder de grond, de zgn. mollenritten. De mol gaat regelmatig drinken en zijn pad loopt vaak vanuit de waterkant het land in. In grasland zitten de mollenritten meestal zeer dicht onder het oppervlak. Dit wordt mede bepaald door de vochttoestand. Een mol leeft namelijk van wormen en insectenlarven. Is het droog, dan zitten de wormen dieper en dus graaft de mol dieper. Is het vochtig, dan zitten de wormen dicht tegen de oppervlakte en is ook de mol dicht aan het oppervlak te vinden. Mollen hebben een vrij groot territorium. Een achtertuin van ca. 150 m2 groot zal mogelijk slechts door één of twee mollen bewoond worden. Het aantal molshopen zegt dus niets. Proberen de mol te verdrinken door de gangen vol te laten lopen met water heeft vaak een omgekeerd effect. Door de hoeveelheid vocht komen er meer wormen, en dat trekt juist mollen aan. Voorkomen De plant Keizerskroon heeft wortels die een geur afscheiden die de mol verdrijft. Het effect is niet echt groot. Hetzelfde geldt voor andere weringsmaatregelen, zoals viskoppen in de grond, zwavelrookpatronen of bierflesje in de gangen zetten. Onderzoek heeft aangetoond dat ook de zgn. mollenverjagers, die werken d.m.v. ultrasoon geluid, vrijwel geen effect op mollen hebben. Bestrijding met klemmen Graaf een goed belopen gang voorzichtig open, zodat weinig of geen grond in de gang valt. Veeg de kruimels uit de gang. Naar beide kanten een gespannen klem in de gang schuiven, dus niet recht onder het gat een klem plaatsen. Het gat dusdanig afdekken zodat er geen licht meer invalt, anders wordt de aandacht van de mol gevestigd op de veranderde omstandigheden en zal hij de rit niet meer belopen, zodat de geplaatste klem geen resultaat oplevert. Houdt bij het plaatsen van de klemmen rekening met de waterkant. Plaats klemmen bij siertuinen aan de rand van het gazon, daar waar het gras begint, want in het gazon kan het veel schade opleveren. Bestrijding met pillen Bestrijding met pillen, die fosforwaterstof bevatten, mag alleen uitgevoerd worden door vaklieden met een speciale opleiding. De gaspillen worden met een zgn. pistool in de grond gebracht. Er moet voldoende concentratie van het gas in de grond ophopen. Dit mag alleen worden uitgevoerd als: het terrein niet aan de bebouwing grenst. Er is een afstandseis van 10 meter; het terrein drie dagen niet wordt betreden; de weersomstandigheden het toelaten. De grond mag niet te nat zijn, anders kunnen er steekvlammen ontstaan. De grond mag ook niet te droog zijn want dan is er geen gasontwikkeling.
    Leefwijze Mollen leven in gangen onder de grond, de zgn. mollenritten. De mol gaat regelmatig drinken en zijn pad loopt vaak vanuit de waterkant het land […]
  • Algemeen Deze insecten, die vaak ten onrechte met de naam "wandluis" werden betiteld, komen over de gehele wereld voor. Het zijn in gebouwen levende parasieten van warmbloedige dieren, die zich meestal voeden met het bloed van de mens. Indien bedwantsen in grote aantallen in een ruimte (bv. slaapkamer) aanwezig zijn, dan bespeurt men een karakteristieke geur. Uiterlijk Het volwassen insect heeft een sterk afgeplat, ovaalvormig bijna rond lichaam. De voorvleugels zijn slechts in aanleg aanwezig en de achterste vleugels ontbreken. De wijfjes zijn 4,5 - 8,5 mm lang, de mannetjes zijn gemiddeld iets kleiner. Bedwantsen zijn roodbruin van kleur; als ze kort tevoren een bloedmaaltijd hebben genomen is de kleur donkerrood en is het achterlijf gezwollen. Ontwikkeling en leefwijze Overdag verbergen bedwantsen zich o.m. onder losliggende vloerkleedjes, in alle mogelijke spleten en kieren in wanden, vensterbanken, meubels, bedden, matrassen, achter loszittend behang, in gordijnen, tot zelfs in schakelaars en stopcontacten van het elektrisch licht, schoenen en kledingstukken, echter voornamelijk in de omgeving van het hoofdeinde van een bed. De eieren worden met een in water oplosbaar secreet in kieren van meubels, bedstellen, wanden, kledingstukken, etc. gekleefd. Bij kamertemperatuur komen de eitjes na 15 - 22 dagen uit; na ca. 1, 5 maand zijn de insecten volwassen. Behalve op mensen parasiteren ze ook op warmbloedige huis- en laboratoriumdieren, evenals op vogels. Bij 15 - 18'C kunnen de dieren meer dan 6 maanden zonder voedsel. Als zij hongerig worden kunnen zij relatief grote afstanden afleggen op zoek naar gastheren. Bij een temperatuur beneden 15°C gaan zij in de "winterslaap", waarbij zij langdurig vorsttemperaturen kunnen overleven. Een hittebehandeling bij temperaturen hoger dan 45°C gedurende een half uur doodt alle stadia van deze wantsen. Bestrijding Bedwantsen verspreiden zich naar aangrenzende woningen via scheuren en naden in muren of via doorvoeropeningen van leidingen. De verspreiding vindt echter ook in belangrijke mate plaats via bagage, transport van gebruikt meubilair en gebruik van sloophout uit gebouwen waarin bedwantsen aanwezig zijn. Bij de bestrijding zal men met deze aspecten terdege rekening moeten houden. Uit de leefwijze volgt, dat als er met de inventaris uit de te behandelen woning, alsmede kleding, beddengoed etc. niet zeer zorgvuldig wordt gehandeld, bedwantsen gemakkelijk verspreid kunnen worden. Na het constateren van bedwantsen dient men deze goederen dan ook niet uit de woning of uit de te behandelen ruimten te verplaatsen, voordat een bestrijding heeft plaatsgevonden. Het contact van bestrijdingsmiddelen met o.a. speelgoed moet worden voorkomen. Kinderspeelgoed moet voorafgaand aan de bestrijding worden opgeruimd. Bij behandeling van de kasten kan speelgoed in plastic zakken worden verpakt. De bestrijding van deze insecten kan men het best laten uitvoeren door ter zake deskundigen zoals de EWS. Eerst dient vastgesteld te worden in hoeverre verspreiding van bedwantsen naar aangrenzende woningen heeft plaatsgevonden. Na deze inventarisatie kan overgegaan worden tot het opstellen van het bestrijdingsplan (volgorde van behandeling, toe te passen bestrijdingsmethode en toegelaten middelen, etc.) en de voorlichting aan de betrokkenen. Alle spleten en kieren van bedden, wanden en vloeren, alsmede beddengoed en matras, die zich bevinden in ruimten waar bedwantsen worden aangetroffen, moeten worden behandeld met een daarvoor toegelaten middel, dat een residu achterlaat (actieve stoffen bv. deltamethrin, permethrin of cyfluthrin) waarna de behandelde ruimten twee uur niet betreden mogen worden. Na de bestrijdingsactie dient het beddengoed te worden gewassen, ofwel anderszins gereinigd. Bewoners van de behandelde ruimten dienen attent te blijven op bedwantsen en het signaleren ervan spoedig te melden aan de EWS. Aanbevolgen wordt om na enige weken te laten controleren of met de behandeling een volledig resultaat werd behaald en indien nodig nabehandelen.
    Algemeen Deze insecten, die vaak ten onrechte met de naam “wandluis” werden betiteld, komen over de gehele wereld voor. Het zijn in gebouwen levende parasieten van […]
  • De kelderzwam komt vaak voor op plaatsen waar vochtige tot natte condities heersen zoals: grondslag, optrekkend vocht of lekkage van rioleringen en daken. De kelderzwam groeit snel en tast zowel naald- als loofhoutsoorten aan. Houtsoorten van de duurzaamheidklasse I worden niet, van klasse II zelden aangetast. Door de constante hoge vochtigheidsgehalte in kruipruimtes, ontstaat hier veelal de aantasting, evenals in dakconstructies bij lekkage. Sporen De sporen van de kelderzwam ontkiemen snel wanneer gunstige condities ontstaan waarna de schimmeldraden, hyphen genaamd, het hout indringen. Deze hyphen hebben een diameter tussen de 0,0005 en 0,005 mm en zijn met het blote oog niet zichtbaar. De hyphen zijn aanvankelijk wit. Op het houtoppervlak worden zelden mycelium, verstrengelde schimmelraden, gevormd. Wel kan op sommige plaatsen bijvoorbeeld onder linoleum en achter plinten een dunne aantasting zichtbaar zijn gelijkend op die van de huiszwam. Bij ontwikkeling van mycelium op het oppervlak van hout of steen bestaat dit alleen uit dunne schimmeldraden van 1 á 2 mm die waaiervormig vertakt zijn en op wortels of wijnranken lijken en donker bruin tot zwart gekleurd zijn. Vruchtlichamen worden zelden aangetroffen in gebouwen. Het bestaat eerst uit een okerkleurige, later olijfbruine dunne plaat van ca 3 mm met onregelmatige vorm en bedekt met kleine knobbeltjes. Het kan van grote variëren van enkele centimeters tot ruim 50 cm in diameter. De rand blijft geelachtig wit. De sporen, die het vruchtlichaam voortbrengt zijn donkerbruin, ovaal en zeer klein met een lengte van 0,008 tot 0,0013 mm en een diameter van 9,005 tot 0,009 mm. Zij worden door de luchtstroom of insecten verspreid waardoor de kringloop weer gesloten is. Schimmel De kelderzwam behoort tot de bruinrot verwekkende schimmels. Door het afbreken van cellulose en hermicellulose worden de wanden van de houtcellen vernietigd. In het begin heeft hout een donkere verkleuring die in een vergevorderd stadium tot bijna zwart kan worden. Kenmerkend zijn de scheuren lopende in de vezelrichting van het hout. Dit is vaak te zien in hout van kleinere omvang zoals dat van ramen en kozijnen terwijl in hout van grotere afmeting zoals balken ook scheuren ontstaan, loodrecht op de vezel richting waardoor kubusvormige delen ontstaan overeenkomend met de aantasting door de huiszwam doch minder scherp afgetekend. Inwendige aanslag Een ander belangrijk kenmerk van kelderzwam is de inwendige aantasting van het hout waarbij aan de oppervlakte een dun laagje 3 á 4 mm gezond hout intact blijft. Zelfs in een vergevorderd stadium is vaak alleen een kleine afwijking en verkleuring van de oppervlakte een aanwijzing dat het hout door kelderzwam is aangetast. Voor niet deskundigen is de kelderzwam moeilijk te constateren. Groei Niet alleen door ontkieming van de sporen kan hout door kelderzwam worden aangetast maar ook door hyphen van eerdere aantasting. Kelderzwam tast hout aan dat een vochtpercentage van 40 tot 60 % heeft met een optimum van boven de 50 % Bij 21 graden groeit hij het snelst terwijl hij bij 35 graden nog geringe groei mogelijk is. Bij 0 graden staat de groei stil maar sterft bij -30 graden nog niet af. Voor een behandeling tegen kelderzwam of andere schimmels kunt u contact opnemen met de EWS.  
    De kelderzwam komt vaak voor op plaatsen waar vochtige tot natte condities heersen zoals: grondslag, optrekkend vocht of lekkage van rioleringen en daken. De kelderzwam groeit […]
  • Uiterlijk Deze muizensoort is aan de rugzijde lichtbruin tot donkergrijs; de buik is lichter. Er bestaan vele kleurvariëteiten; witte exemplaren (albino) worden vaak als proefdieren gebruikt. De huismuis is slank gebouwd, met een spitse kop, grote oren en duidelijke kraalogen. Het lichaam is dicht behaard, de staart is vrijwel kaal, lang en dun. De volwassen muizen zijn ca. 8 cm lang (kop + romp) en wegen ca. 25 gram. Leefwijze Huismuizen komen zeer algemeen voor, met name in gebouwen, maar ook 's zomers ook buiten. Ze kunnen zich uitstekend aanpassen aan de omstandigheden; het zijn zeer goede klimmers, waardoor ze overal in gebouwen voorkomen. Ze voeden zich met allerlei producten met een zekere voorkeur voor granen, spek, kaas, e.d. Ze leven in familieverband in een eigen leefgebied (territorium).   De ontwikkeling is snel; de vrouwtjes zijn na 2 maanden geslachtsrijp en produceren in een jaar tijd 8 tot 10 worpen van gemiddeld 6 jongen. Schade Zoals bij alle knaagdieren groeien de beitelvormige voortanden van huismuizen hun hele leven lang door. Om hun gebit op peil te houden moeten ze dus voortdurend knagen. En dat doen ze dan ook. Elektrische bedrading, waterleidingen en houtwerk zijn geliefde objecten en ze kunnen daarbij kortsluiting (brand), lekkages en machinestoringen veroorzaken. Daarnaast kunnen huismuizen ziekten overbrengen en vormt hun aanwezigheid een gevaar voor de hygiëne. Door het beschadigen en vervuilen zijn ze derhalve zeer ongewenst. Wering Door goede bouwkundige voorzieningen aan buitenzijde en in gebouwen wordt het de huismuis bemoeilijkt om een goed leefmilieu te vinden. Openingen in muren groter dan 5 mm zijn voldoende om doorheen te komen. Een goede hygiëne (opruimen, ontoegankelijke opslag en afvoer van afval) en het voorkomen van langdurige, ongecontroleerde opslag van grondstoffen en eindproducten leveren een bijdrage aan het voorkomen van muizenplagen. Bestrijding Na een grondige inspectie van en om het object worden op strategisch gekozen plaatsen lokaasdepots ingericht. In deze lokaasdozen of -kisten wordt giftig lokaas uitgezet. De gebruikte knaagdierbestrijdingsmiddelen (rodenticiden), die door het College Toelating Bestrijdingsmiddelen zijn goedgekeurd, zijn z.g. anticoagulantia (antibloedstollingsmiddelen). Deze lokazen moeten tenminste enige weken worden aangeboden om doding te veroorzaken. Na 3 à 11 dagen opname treedt na 7 à 14 dagen sterfte op. Bij de huismuis is resistentie (ongevoeligheid) voor diverse knaagdierbestrijdingsmiddelen aanwezig. Indien het resultaat van een bestrijdingsactie te lang (b.v. 4 à 6 weken) op zich laat wachten, zullen de bestrijdingstechnici andere producten inzetten. Aanbeveling Door een breed scala preventieve maatregelen, gekoppeld aan snelle en effectieve bestrijdingsmethodes en een regelmatige inspectie van gebouwen en opgeslagen producten kan de Plagen Preventie Dienst problemen met huismuizen voorkomen.
    Uiterlijk Deze muizensoort is aan de rugzijde lichtbruin tot donkergrijs; de buik is lichter. Er bestaan vele kleurvariëteiten; witte exemplaren (albino) worden vaak als proefdieren gebruikt. […]
  • Algemeen Wanneer hout dat is verwerkt in gebouwen langere tijd een vochtgehalte van meer dan 21% bezit is het waarschijnlijk dat op en in dit vochtige hout zich schimmels gaan ontwikkelen. De belangrijkste in Nederland voorkomende hout aantastende schimmel is de huiszwam. Zowel naald- als loofhoutsoorten kunnen door de huiszwam worden aangetast. De schimmel kan bijvoorbeeld voorkomen in balken en/of andere houten delen van de begane grondvloer. Op of in hout dat zich in de buitenlucht bevindt, wordt de huiszwam slechts zelden aangetroffen. Uiterlijk/leefwijze Hout dat door de huiszwam is aangetast vertoont een bruinachtige verkleuring; men spreekt wel van bruine rot. Het hout wordt, naarmate de aantasting zich verder ontwikkelt, zacht en verliest zijn sterkte. In een vergevorderd stadium van aantasting is het hout bruin van kleur met diepe krimpscheuren die evenwijdig lopen en loodrecht staan op de vezelrichting. De schimmeldraden die zich in het hout bevinden zijn met het blote oog niet zichtbaar. Deze draden dringen zeer diep in het hout door. De dwarsdoorsnede van dergelijke draden is zeer klein, slechts 0,0016 mm. Aan de oppervlakte van het hout zijn de schimmeldraden meestal iets dikker en soms zichtbaar in de vorm van witte vlokken. Schimmeldraden komen niet alleen voor op hout, maar ook op stenen of betonnen vloeren van o.m. kelders, in en op vochtige muren e.d. Soms worden bundels schimmeldraden gevormd met een diameter van wel 5 tot 8 mm. Deze worden strengen genoemd en zijn eerst wit, en later grijs van kleur. Waar de schimmeldraden in het hout groeien worden stoffen gevormd die de celwanden afbreken. Een deel van het hout wordt door de schimmel omgezet in koolzuurgas en water. Bij dit proces komt energie vrij die gebruikt wordt voor de groei van de schimmel. Zelfs droog hout kan worden aangetast want de huiszwam is in staat om vocht via de schimmeldraden vanuit vochtige plaatsen te transporteren. Na verloop van tijd vormen zich op het hout of de muur vruchtlichamen bestaande uit compact weefsel. De vruchtlichamen zijn vrij plat, 1 tot 3 cm. dik, bruin van kleur met een witte rand en variëren in grootte van enkele centimeters tot 1 meter. Op het vruchtlichaam ontstaan de sporen die voor de verspreiding van de soort zorgen. Een vruchtlichaam kan enige miljarden sporen vormen. Grote aantallen sporen bij elkaar lijken op roestbruin poeder. Ontwikkeling De huiszwam ontwikkeld zich het snelst bij een temperatuur van 23 graden C. Bij 28 graden C. of hoger sterven de schimmeldraden af, de sporen kunnen echter hogere temperaturen overleven. Bij vorst komt de groei van de schimmel tot stilstand maar de huiszwam sterft niet af. Na de vorstperiode gaat de groei gewoon verder. Bestrijding Voorafgaande aan de bestrijding is het allereerst van belang dat men alle mogelijke maatregelen treft die lekkage, condensvorming, optrekkend vocht, doorslaande muren, inwateren of hoge grondwaterstanden voorkomen. Het hout mag na bestrijding niet opnieuw vochtig en dus wederom aantrekkelijk worden gemaakt voor een nieuwe aantasting door de huiszwam. Het door schimmel aangetaste hout dient eerst te worden verwijderd. Tevens moet het aangrenzende, niet zichtbaar aangetaste hout over een lengte van 1 meter worden verwijderd en vervangen, bij voorkeur door preventief (d.w.z. van te voren) met een schimmelwerend middel behandeld hout. Aangetaste delen die niet verwijderd kunnen worden moeten behandeld worden met een curatief middel bijv. azaconazole of tributyltinfosfaat. Het is niet eenvoudig om bij een dergelijke curatieve behandeling de benodigde hoeveelheden van het middel in het hout te brengen. Daarom zal het soms nodig zijn de behandeling twee keer uit te voeren. Muren waarin zich mogelijkerwijs schimmeldraden bevinden, dienen ook te worden behandeld. Los stucwerk moet eerst worden verwijderd en de voegen moeten worden uitgekrabd. Hierna moeten de muren worden behandeld met het middel. Indien er een ernstige aantasting van de huiszwam aanwezig is, verdient het de aanbeveling om in de muren schuin naar beneden lopende gaten te boren. De diepte van de gaten dient tot 2/3 van de muurdikte te bedragen, op een afstand van 30 cm. naast elkaar en 20 cm. kruislings onder elkaar. De boorgaten worden daarna enige keren achtereen geïnjecteerd met het bestrijdingsmiddel. Na droging kan de muur weer worden voorzien van stucwerk. Voor een behandeling tegen huiszwam of andere schimmels kunt u contact opnemen met de EWS.
    Algemeen Wanneer hout dat is verwerkt in gebouwen langere tijd een vochtgehalte van meer dan 21% bezit is het waarschijnlijk dat op en in dit vochtige […]
  • Algemeen Alhoewel spitsmuizen uiterlijk wel wat van de huismuis (Mus musculus Linnaeus) weghebben, zijn zij er totaal niet aan verwant. Huismuizen behoren tot de orde der knaagdieren (Rodentia), terwijl de spitsmuizen tot de orde der insecteneters (Insektivora) behoren. De het meest in huis voorkomende soort is de huisspitsmuis (Crocidura russula Hermann}. Verder komen in Nederland o.a. de dwergspitsmuis, bosspitsmuis en veldspitsmuis voor. Spitsmuizen hebben een sterk glanzende vacht en zijn meestal grijs tot grijsbruin van kleur met een wat lichtere buik, maar ook donker gekleurde exemplaren komen voor. Typerend voor spitsmuizen is de spits toelopende kop met een ver vooruitstekende snuit, bijna een soort slurfje. Het gebit van spitsmuizen is heel anders dan dat van de echte muizen; in plaats van knaagtanden hebben ze sterk gepunte, sikkelvormige snijtanden en scherpe kiezen, geschikt om insectenpantsers te vermalen. De mannetjes hebben aan de zijkant van het lichaam een sterk ruikende muskusklier die als een donkere vlek zichtbaar is. Spitsmuizen worden, afhankelijk van de soort, 5 tot 9 cm. lang en hebben een volledig behaarde staart. Leefwijze Spitsmuizen zijn vlugge, beweeglijke diertjes die, met tussenpozen, zowel overdag als 's nachts actief zijn. Door hun hoge metabolisme en in verhouding grote lichaamsoppervlakte verbranden zij opgenomen voedsel zeer snel en moeten ze vrijwel voortdurend eten om in leven te blijven. Ze voeden zich hoofdzakelijk met kleine, ongewervelde dieren zoals insecten en insectenlarven, wormen, slakken, spinnen en soms ook met kleine gewervelde dieren bijv. jonge muizen. Door de grote hoeveelheden insecten en andere schadelijke dieren die ze dagelijks verorberen zijn spitsmuizen voor de mens zéér nuttige dieren. Spitsmuizen leven meestal in zelf gegraven holen, maar maken ook wel gebruik van oude muizen- of mollengangen. Ze geven de voorkeur aan een leefomgeving met een ruige vegetatie waar voor hen veel prooidieren en schuilplaatsen te vinden zijn. In strenge winters kunnen veel soorten, bij wijze van uitzondering, ook wel binnenshuis aangetroffen worden. Afhankelijk van de soort werpen spitsmuizen gemiddeld 2 tot 4 keer per jaar, 4 tot 6 jongen. Schade Hoewel spitsmuizen nuttige dieren zijn kunnen ze binnenshuis stank- en lawaaioverlast (hoog gepiep en lawaai boven plafonds) veroorzaken. Verder zorgen ze met hun urine en uitwerpselen voor vervuiling. Wering/bestrijding De beste methode om overlast door spitsmuizen te verhelpen is om alle openingen in de buitenmuren "muisdicht" (kleiner dan 0,5 cm.) te maken. Doordat spitsmuizen per dag ongeveer de helft van hun lichaamsgewicht moeten eten om te overleven, en niet lang zonder voedsel kunnen, zal de overlast dan snel verholpen zijn.
    Algemeen Alhoewel spitsmuizen uiterlijk wel wat van de huismuis (Mus musculus Linnaeus) weghebben, zijn zij er totaal niet aan verwant. Huismuizen behoren tot de orde der […]
  • Kenmerken De hoofd afdeling der geleedpotige dieren kent naast de insecten, ook de klasse van de spinachtigen, waartoe behalve spinnen o.a. ook schorpioenen, mijten en teken behoren. Een in het oog lopend verschil met de insecten is, dat alle spinachtigen 8 poten bezitten. Insecten hebben er nl. maar 6. Bij spinnen zijn de kop en het borststuk vergroeid. Het achterlijf is met een zachte huid bedekt en bevat spintepels. Spinnen hebben evenals insecten een uitwendig skelet, de chitinehuid; ;tijdens de groei vervellen ze enige malen. In de kop bevinden zich 2 tasters en 2 grote, sterke kaken met puntige gif klauwen waardoor een kanaaltje loopt naar de gifklieren. Bij een "beet" wordt het gif via het kanaaltje in het lichaam van een insect of mijt o.i.d. geperst. Voor de mens is de beet van de in Nederland levende spinnensoorten niet gevaarlijk. Voor goederen en materialen zijn ze niet schadelijk; de enige hinder van spinnen wordt veroorzaakt door de vangwebben die ze maken. In Nederland levende spinnensoorten worden in het algemeen een jaar oud. Enkele soorten overwinteren en sterven in de herfst. Vangen van prooi De meest bekende soorten zijn de wielspinnen, zo genoemd naar het wielvormige web dat ze maken om hun prooi te vangen. Andere spinnensoorten vangen hun prooi met webben in de vorm van een trechter, een buis of een hangmat. Andere soorten maken kriskras dooreen lopende draden of alleen maar struikeldraden. De webspinnen vangen hun prooi dus met behulp van een web en blijven op die plaats tot de prooi langs komt. Hoe eenvoudiger de webbouw is des te actiever is de spin als jager. De echte jagers gebruiken geen web om hun prooi te vangen, maar besluipen of achtervolgen hun prooi. Vooral de tamelijk grote wolfspinnen zijn felle jagers die zeer snel kunnen lopen. De springspinnen naderen hun prooi tot op enkele centimeters en bespringen deze dan. Nut Spinnen zijn nuttig, doordat zij vele, vaak schadelijke of hinderlijke insecten zoals vliegen en muggen, maar ook grotere insecten als sprinkhanen, kevers en wespen vangen en dienen daarom met rust te worden gelaten. Spinnen verplaatsen zich veelal lopend, maar ook zwevend aan de door hen geweven "herfstdraden". Zo kunnen ze zich tientallen meters door de lucht verplaatsen. Prooidieren Indien in de tuin of in huis grote aantallen spinnen voorkomen, dan is dit een aanwijzing, dat daar vele prooidieren (vliegen, muggen, etc.) aanwezig zijn. Ter voorkoming van een plaag van deze prooidieren is het verstandig om de spinnen rustig hun gang te laten gaan. Het bestrijden van de prooidieren buitenshuis is een ondoenlijke zaak, omdat vele insectensoorten uit de wijde omgeving kunnen komen. Hun broedplaatsen zijn overal, afhankelijk van de soort, op bomen en planten, in de grond, in grasland of drassig terrein, etc. Broedzorg Het aantal door spinnen afgezette eitjes varieert van enkele tot bijna duizend stuks. Er is sprake van broedzorg. De "webspinnen" maken meestal een spinsel in de vorm van een cocon, waarin de eitjes worden gedeponeerd. Bij de "Jagers" wordt de cocon door de wijfjes meegedragen totdat de jonge spinnen zijn uitgekomen, soms zelfs nog een periode daarna. Het kan voorkomen, dat in huis veel jonge spinnetjes worden gevonden, die dan uit een in huis gedeponeerd legsel gekropen zijn. Wering Spinnen en insecten kunnen zich verschuilen of zich toegang tot de woning verschaffen via openstaande ramen of deuren en via spleten tussen sponningen en kozijnen en het metselwerk, of via te grote ventilatieopeningen. Om te beletten dat spinnen en hun prooidieren de woning binnendringen, moet men ze weren door spleten en kieren te dichten met kit, ventilatieopeningen af te sluiten met een deugdelijk rooster of met fijnmazig gaas. Voor de ramen en deuren kunnen goed sluitende horren worden aangebracht. Het verdelgen van spinnen is ongewenst en het gebruik van bestrijdingsmiddelen daarvoor is af te raden. Webben kunnen met behulp van een ragebol of de stofzuiger worden verwijderd. De in huis aanwezige spinnen kunnen worden weggevangen, bv. met behulp van een omgekeerd glas en een stevig stuk papier dat voor de opening wordt geschoven, waarna de gevangen spinnen buitenshuis worden losgelaten.
    Kenmerken De hoofd afdeling der geleedpotige dieren kent naast de insecten, ook de klasse van de spinachtigen, waartoe behalve spinnen o.a. ook schorpioenen, mijten en teken […]
  • Steenmarteroverlast De steenmarter is een klein, slank roofdier ongeveer zo groot als een kat dat veel lijkt op de boommarter. Vooral de borstvlek helpt bij het herkennen. Bij de boommarter is hij bijna geel, en bij de steenmarter helder wit. De steenmarter is een dier dat de nabijheid van mensen opzoekt. Hij schrikt er niet voor terug om zich in de motorruimte van auto's, die nog een warme motor hebben, een warm plekje op te zoeken en hier aan kabels en slangen te bijten met alle gevolgen van dien. Steenmarters hebben een grote menukaart; kleine zoogdieren, vogels, reptielen maar ook vruchten eet hij graag. Overlast Waar steenmarters en mensen dicht bij elkaar in de buurt leven, ontstaat soms overlast. De overlast bestaat uit geluid en/of geur. Steenmarters kunnen stommelende geluiden maken, alsof er een inbreker in huis is. In de zoogtijd kan men soms de jongen horen piepen. Steenmarters maken gebruik van verschillende dag rustplaatsen. De geluidsoverlast is dus niet permanent. Steenmarters zijn, net als katten, zindelijke dieren. Ze hebben een vaste plek waar ze hun uitwerpselen deponeren. Zo'n plek kan voor stankoverlast zorgen. Soms beschadigen steenmarters leidingen en kabels in woningen of auto's. Met hun scherpe tanden knagen ze zelfs kabels van hard plastic kapot. Advies Steenmarters zijn beschermde dieren die niet gedood, gevangen of zelfs verontrust mogen worden. EWS faunaspecialist kan u adviseren hoe u zonder de wet te overtreden, op diervriendelijke wijze uw steenmarterprobleem kunt oplossen. Klik hier voor meer informatie of om direct een afspraak te plannen.
    Steenmarteroverlast De steenmarter is een klein, slank roofdier ongeveer zo groot als een kat dat veel lijkt op de boommarter. Vooral de borstvlek helpt bij het […]
  • Algemeen De orde der gelijk potigen (Isopoda), waarvan verschillende vertegenwoordigers in Nederland voorkomen, behoort tot de klasse der kreeftachtige (Crustacea). In en om gebouwen komt Porcellio scaber Latreille het meest voor; daarnaast wij in Nederland o.a. aan Oniscus asellus L. en Porcellionides pruinosus Brandt. Een pissebed wordt ook wel keldermot of platte zeug genoemd. Pissebedden zijn vrij platte, ovale dieren. Zij zijn voorzien van relatief grote antennen en 7 paar poten. De achter de 7 pootdragende segmenten gelegen segmenten (6) zijn steeds voorzien van een paar aanhangsels. De dieren zijn grijs van kleur, ook wel geelachtig of paarsbruin, soms met lichtere of donkere vlekken en tot ongeveer 1,8 cm lang. Leefwijze Pissebedden leven gewoonlijk in het vrije veld onder stenen, onder de schors van bomen, onder afgevallen bladeren, in vermolmd hout, enz. Omdat het nachtdieren zijn, treft men ze vooral aan op donkere plaatsen. Ook in kelders en opslagplaatsen waar het vochtig is en plantaardig materiaal te vinden is, kunnen pissebedden voorkomen. Uitdroging is dodelijk voor deze dieren. De soort Porcellionides pruinosus Brandt komt echter voor op relatief droge plaatsen onder stenen, hout enz. Pissebedden kunnen alleen schadelijk zijn, als ze in grote aantallen in kassen en groentetuinen voorkomen waar de planten worden aangevreten. Bij voorkeur eten ze rottend materiaal en dragen dan bij in de humusvorming. Een merkwaardig aspect in de leefwijze van de pissebed is de broedzorg. De wijfjes dragen de eieren bij zich in een aan de onderkant van het lichaam gelegen broedruimte tot de jonge larven uitkomen. Deze vorm van broedzorg maakt het de dieren mogelijk om na het binnendringen in een bepaalde ruimte, bijv. een kelder, deze snel te bevolken als de omstandigheden wat betreft temperatuur, vochtigheid en voedsel, daar gunstig zijn. Na het verlaten van het moederdier vindt bij de larven de eerste vervelling plaats. Daarna kunnen zij nog een tiental malen vervellen. De volwassen pissebedden kunnen wel twee jaar oud worden. Wering en bestrijding Het komt regelmatig voor dat pissebedden woningen, caravans of tenten binnendringen, vooral als het buiten erg droog is. Ze hopen dan binnenshuis geschiktere leefomstandigheden (vooral vocht) te vinden. Omdat de verblijfplaatsen van deze dieren in de directe omgeving van huizen meestal bestaan uit compost- of mesthopen, hopen tuinafval e.d., is het dus van belang, dat deze verblijfplaatsen, van waaruit ze de huizen kunnen binnendringen, worden opgeruimd. Ook vuilnisbelten kunnen een bron van pissebedden vormen. Om het binnendringen van de woning tegen te gaan moet men mogelijk de doorgangen, zoals luchtroosters, voorzien van fijnmazig gaas. Voorts bestaat een goede wering uit het dichten van spleten en kieren in de buitenmuur. In huis moeten vochtige plaatsen vermeden worden door betere ventilatie, verwarming, enz. Eventueel kan men buiten omgekeerde bloempotten, gevuld met vochtige bladeren of hooi uitzetten, of een vochtige dweil waaronder de dieren op zoek naar een gunstige plek, zich kunnen verzamelen. De dag daarop kan men de pissebedden doden met bijv. kokend water. Een chemische bestrijding is niet aan te bevelen, omdat na enige tijd de voor deze dieren gunstige plaatsen weer door soortgenoten worden opgevuld. Het is belangrijker de vochtigheid op zulke plaatsen te verlagen en het plantaardig materiaal te verwijderen. Het bespuiten van de omgeving met insecticiden moet beslist worden afgeraden. De zich overdag schuilhoudende pissebedden bereikt men niet of nauwelijks, terwijl een dergelijke bespuiting wel allerlei insecten en vogels kan doden. Dit betekent dat ook de natuurlijke vijanden van de pissebed gedood worden en de bestrijding dus een averechtse werking heeft.
    Algemeen De orde der gelijk potigen (Isopoda), waarvan verschillende vertegenwoordigers in Nederland voorkomen, behoort tot de klasse der kreeftachtige (Crustacea). In en om gebouwen komt Porcellio […]
  • Algemeen Hoewel de naam van dit insect iets doet vermoeden, is de veronderstelling dat de oorworm in de oren van mensen kruipt niet juist. Oorwormen zijn volkomen onschadelijk voor de mens. Naast de gewone oorworm (Forficulauricularia L.) komen in ons land nog vier soorten voor, die echter veel minder algemeen worden aangetroffen. Uiterlijk De gewone oorworm is een 10 - 14mm. lang, slank insect met een horizontaal iets wat afgeplat lichaam. De kleur is glanzend bruin, de kop is donkerder en de poten zijn lichter van kleur. Karakteristiek is een tangvormig orgaan aan het achterlijf. Deze tang wordt in de eerste plaats gebruikt als verdedigingswapen. Bij de gewone oorworm speelt zij geen rol bij het vangen van insecten. Het tangvormig orgaan is bij mannetjes langer en krachtiger dan bij vrouwtjes. Volwassen oorwormen zijn gevleugeld, doch zij gebruiken de vleugels uiterst zelden. Oorwormen hebben monddelen waarmee ze kunnen kauwen aan plantendelen. Zachte bladeren en vruchten (b.v. aardbeien) kunnen worden aangevreten. Leefwijze en ontwikkeling De gewone oorworm is te vinden onder allerlei afval, onder stenen, in composthopen, bloempotten, molm en vergane bomen, tussen bladeren van koolplanten, onder oude planken en dikwijls in bloemen, vooral die van de dahlia. De oorworm is een nachtdier en heeft een bepaalde vochtigheidsgraad nodig, zonder welke het dier niet kan leven. Het dier voelt zich best bij een gemiddelde temperatuur van 26 - 33°C. Zij hebben echter een groot aanpassingsvermogen, waardoor ze van zeeniveau tot in het gebergte voorkomen. Forficula auricularia L. leeft hoofdzakelijk van plantaardig materiaal zoals schimmelsporen, groenalgen, korst- e.a. mossen, bloembladen, zachte bladeren en onrijpe zaden. Als aanvulling consumeren zij ook in ontbinding verkerend dierlijk materiaal en dode of gewonde weerloze insecten, maar ook levende bladluizen en kleine rupsjes. Broedzorg Merkwaardig is dat bij de oorwormen broedzorg voorkomt. Voor het invallen van de winter heeft de paring plaats. In het najaar, meestal november, graaft het wijfje een holletje, waar het overwintert. De eieren worden in het voorjaar gelegd. Zodra het ei-leg-stadium is aangebroken, ontwikkelt het wijfje een sterk broedinstinct. In 2 - 4 dagen legt het wijfje 20 - 80 eieren op een hoopje aan het einde van het holletje. Als de eieren gelegd zijn, worden deze door het wijfje zorgvuldig beschermd tegen vijanden. De eitjes worden regelmatig belikt en met haar monddelen worden de eitjes getransporteerd naar een andere plaats in het holletje als zij het verblijf van de eieren ter plaatse om één of andere reden niet geschikt vindt. Langzamerhand neemt de broedzorg af. Het wijfje is dan zeer verzwakt en sterft meestal spoedig en wordt dan door haar eigen broed opgegeten. De hele ontwikkeling van ei tot volwassen dier duurt 5,5-8 maanden. Wering en bestrijding Het komt vaak voor dat oorwormen woningen, caravans, tenten, e.d. binnendringen, vooral als het buiten erg droog is. Zij zoeken dan naar plaatsen die de voor hen noodzakelijke vochtigheid hebben. Een goede wering van oorwormen bestaat uit het dichten van spleten en kieren in de buitenmuur en het afsluiten van ventilatieopeningen met een deugdelijk rooster of met fijnmazig gaas. Vooral composthopen en ander organisch materiaal in de directe omgeving van de woning dienen te worden opgeruimd. Wanneer men veel overlast ondervindt van oorwormen kan men het beste trachten deze insecten weg te vangen en elders te deponeren of ze te doden met b.v. kokend water. Dit wegvangen kan b.v. geschieden door 's avonds vochtige doeken, dweilen of dubbelgevouwen jute zakken uit te leggen. Ook kan men omgekeerde bloempotten uitzetten, die losjes zijn gevuld met niet al te veel vochtige houtwol, stro of hooi. onder de rand van de bloempot legt men een steentje of stokje om de insecten de gelegenheid te geven in de potten te kruipen. Geheel afdoende zullen deze maatregelen echter meestal niet zijn. Een behandeling van de omgeving waar deze insecten zich schuilhouden met insecticiden moet beslist worden afgeraden. De zich overdag schuilhoudende oorwormen bereikt men niet of nauwelijks, terwijl een dergelijke behandeling wel allerlei andere insecten en vogels kan doden. Dit betekent dat ook de natuurlijke vijanden van de oorwormen gedood worden en de bestrijding dus een averechtse werking heeft.
    Algemeen Hoewel de naam van dit insect iets doet vermoeden, is de veronderstelling dat de oorworm in de oren van mensen kruipt niet juist. Oorwormen zijn […]
  • Algemeen Lapsnuitkevers komen zeer algemeen voor in Nederland. De kevers en de larven leven in de grond. De volwassen kevers houden zich overdag schuil en komen 's nachts te voorschijn om op zoek te gaan naar voedsel. De kevers kunnen niet vliegen en verspreiden zich lopend van plaats tot plaats. De soort die in Nederland de meeste overlast en schade veroorzaakt is gegroefde lapsnuitkever of taxuskever (Otiorhinchus sulcatus) Uiterlijk Lapsnuitkevers hebben een zeer karakteristiek uiterlijk met een opvallend lange snuit en knievormig gebogen antennen met een min of meer duidelijke knots aan het eind. Taxuskevers zijn ongeveer 1cm lang en zwart van kleur. Het dekschild is gegroefd met verspreide vlekjes bestaande uit grauwgele haartjes en is zeer hard. Leefwijze De eitjes van de lapsnuitkevers worden gelegd in de grond. De vrouwtjes leggen ongeveer 1000 eitjes in juli en augustus. In de herfst komen de eitjes uit en de larven overwinteren. De larven voeden zich met de wortels van allerlei planten. De volwassen kevers voeden zich met de bovengrondse plantendelen. Schade In huis kunnen lapsnuitkevers af en toe enige schade aanrichten doordat ze aan de ondergrondse of bovengrondse delen van potplanten eten. De meeste schade wordt aangericht door de larven want die eten de wortels zodat deze verzwakken en zelfs dood kunnen gaan. In grote getallen voorkomend kunnen zij hinderlijk zijn. Wering Lapsnuitkevers komen vaak huizen binnen via open ramen en deuren. Met behulp van vliegengaas en/of horren kan men dit tegen gaan. Men kan de kevers ook wegvangen. Dit gaat het beste bij de schemering. Verder is het vervangen van potgrond nog een mogelijkheid om de overlast te verminderen. Bestrijding Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet zinvol. Lapsnuitkevers zijn ongevoelig voor de meeste insecticiden. bij het verpotten de kluiten goed uitschudden en vrijkomende larven vangen. De oude potgrond niet op de composthoop gooien, aangezien niet opgemerkte larven zich dan in uw tuin kunnen verspreiden. De minste kans op schade heeft u, indien u voor het binnenbrengen in de winterberging de gesnoeide planten ook verpot. Een plant, waar u bij het verpotten larven in ontdekt, in een emmer, niet te koud, water zetten. Het spoelen in water bevordert het loskomen van verscholen larven. De plant in een andere pot oppotten en de oude potten goed schoonwassen (vanwege nog niet uitgekomen eitjes in achtergebleven grondresten). Vooral bij soorten met vlezige wortels controleren of er larven in verscholen zitten. Gewasbeschermingsmiddelen tegen taxuskevers en larven mogen alleen door professionele kwekers gebruikt worden. De enige manier om overlast door taxuskeverlarven te bestrijden is een biologische bestrijdingsmethode met parasitaire aaltjes - (Heterorhabditis sp.) De aaltjes doen hun werk bij een grondtemperatuur boven 14 graden C. Het beste tijdstip van toedienen zal dan ook in de periode eind september/begin oktober liggen.
    Algemeen Lapsnuitkevers komen zeer algemeen voor in Nederland. De kevers en de larven leven in de grond. De volwassen kevers houden zich overdag schuil en komen […]
  • Vliegen met hun handen en zien met hun oren Vleermuizen zijn zoogdieren die behoren tot de orde der Chiroptera. Deze Latijnse naam betekent letterlijk handvleugeligen en dat klopt ook; de vleugels van een vleermuis zijn niets anders dan sterk verlengde handen met tussen de vingers een vlieghuid. Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Wereldwijd zijn momenteel ongeveer 1000 soorten vleermuizen bekend. Dit is erg veel; een kwart van alle zoogdiersoorten op aarde bestaat hiermee uit vleermuizen. Verreweg de meeste soorten zijn nachtdieren en hebben zeer bijzondere aanpassingen om zich 's nachts te kunnen oriënteren en voedsel te kunnen zoeken Er zijn vruchten en nectar etende vleermuizen, insecteneters en zelfs vleermuizen die jagen op kikkers, hagedissen en kleine zoogdieren. In de tropen, waar de meeste soorten voorkomen, zijn drie soorten vampiervleermuizen die parasiteren op zoogdieren (runderen en varkens) en vogels door met hun messcherpe tandjes kleine wondjes te maken en te drinken van het bloed van hun slachtoffer, die hier overigens weinig last van ondervindt. Sporadisch worden ook mensen wel eens gebeten. In Nederland komen 19 soorten vleermuizen voor hoewel een aantal hiervan zeer zeldzaam geworden is. Alle Nederlandse soorten zijn insecteneters. Een bijzondere aanpassing van vooral de insectenetende vleermuizen is de zgn. echolocatie. Tijdens het vliegen produceren de dieren continu ultrasoon geluid. Dit, voor mensen onhoorbare, geluid weerkaatst op alle voorwerpen die de vleermuis tegenkomt en wordt door de oren van de vleermuis weer opgevangen. Aan de hand van deze informatie kan de vleermuis feilloos zijn weg vinden in volkomen duisternis en is hij zelfs in staat zijn prooi (insecten) te lokaliseren en te vangen. Een wijdverbreid misverstand is dat vleermuizen blind zouden zijn. Vrijwel alle vleermuizen kunnen goed zien, ze zijn alleen nogal bijziend. Alle Nederlandse vleermuizen krijgen per jaar maar één, of bij hoge uitzondering twee jongen. Daar staat tegenover dat vleermuizen zeer oud kunnen worden nl. zo'n 20 tot 30 jaar. De meeste Nederlandse vleermuizen houden een winterslaap, maar een paar soorten zoeken in het najaar, net als trekvogels warmere streken op. Vleermuizen in huis Een aantal vleermuissoorten maakt graag gebruik van gebouwen om te overwinteren of om hun jongen groot te brengen. In het laatste geval spreken we van een zgn. kraamkolonie. Een Kraamkolonie bestaat uit een groep vrouwelijke dieren die gezamenlijk een geschikte ruimte gebruiken om hun jongen ter wereld te brengen en te zogen. Over het algemeen zijn het kraamkolonies die in gebouwen overlast veroorzaken. De overlast bestaat meestal uit geluidsoverlast veroorzaakt door het aanhoudend gekwetter dat vaak al een aantal uren voor het uitvliegen begint en uit vervuiling van gevels, auto's e.d. met vleermuizenkeutels. In de meeste gevallen is het gebruik van een gebouw door vleermuizen sterk seizoengebonden. De vleermuizen stellen heel andere eisen aan een ruimte die als kraamkolonie gebruikt wordt dan aan hun winterkwartier (hibernaculum). Schade Vleermuizen richten geen schade aan. Ze zullen nergens aan knagen en verspreiden voor zover bekend geen ziektes. Vleermuizen kunnen wel dragers zijn van rabiës (hondsdolheid), maar een met rabiës besmette vleermuis wordt niet dol en gaat ook niet uit zich zelf bijten. Wie onverhoopt toch door een vleermuis wordt gebeten of een vleermuis heeft vastgehouden terwijl men een wondje aan de hand heeft dient zich door de huisarts te laten inenten tegen rabiës. Vleermuizen en EWS Vleermuizen behoren tot de bedreigde diersoorten en het is dan ook verboden vleermuizen te doden, vangen of zelfs te verontrusten. Bovendien zijn vleermuizen bijzonder nuttige dieren die iedere nacht enorme aantallen insecten opruimen. Waarom dan een ongediertebestrijdingsbedrijf als EWS inschakelen als u last heeft van vleermuizen? EWS beschikt over de kennis en ervaring om u in vrijwel alle gevallen te kunnen adviseren hoe u de vleermuizenoverlast kunt beperken zonder daarbij de vleermuizen te schaden of de wet te overtreden.
    Vliegen met hun handen en zien met hun oren Vleermuizen zijn zoogdieren die behoren tot de orde der Chiroptera. Deze Latijnse naam betekent letterlijk handvleugeligen en […]
  • Algemeen Duizendpoten hebben een groot aantal poten, maar beslist geen duizend. Ieder lichaamssegment draagt één paar poten; dit in tegenstelling tot bv. de miljoenpoten, waarbij elk segment voorzien is van twee paar poten. Duizendpoten vreten niet aan planten. Het zijn actieve rovers (predatoren) en voeden zich voornamelijk met insecten, kleine slakjes en wormpjes. De meest in en om gebouwen voorkomende duizendpoten behoren tot de familie Geophilidae. Uiterlijk en leefwijze Duizendpoten hebben een langgerekt lichaam dat bestaat uit vele segmenten. Ze hebben meer dan dertig paar korte pootjes. Een duizendpoot maakt bij het verplaatsen een kronkelende beweging. Ze zijn goed uitgerust om zich te verplaatsen in humus en aarde. Vaak treft men ze aan in rottende bladeren en in de bovenste lagen van de bodem, ook wel onder de schors van bomen en in rottend hout. De kleur kan variëren van rood of bruin tot zeer bleek geel. Wanneer duizendpoten binnenshuis voorkomen is dit over het algemeen te wijten aan een te hoge luchtvochtigheid. Het komt dikwijls voor, dat duizendpoten tussen het altijd enigszins vochtige riet van een rieten dak massaal voorkomen. Vandaar uit kunnen zij gemakkelijk in de vertrekken van de bovenste verdiepingen komen. Ook een voorraadje aardappelen, dat in de kelder ligt en dat in een niet al te goede conditie is, kan door de aanwezigheid van o.a. insecten een "besmettingsbron" vormen. Duizendpoten veroorzaken geen schade; zij kunnen hoogstens bij talrijk optreden enigszins lastig zijn. Wering en bestrijding Om deze dieren kwijt te raken, dient in de eerste plaats de eventuele besmettingshaard, bv. in de vorm van een partij oude aardappelen o.i.d., te worden opgeruimd. Rottend organisch materiaal, bv. afgevallen bladeren, op platte daken of in dakgoten dient men eveneens te verwijderen. Omdat daarmee eventuele prooidieren verdwijnen, zullen ook de duizendpoten niet meer voorkomen. Voorts kan een talrijk optreden worden tegengegaan door de woning en vooral de vertrekken waar de duizendpoten veelvuldig voorkomen zo droog mogelijk te maken. Dit kan geschieden door te luchten bij zonnig, droog weer of door droog te stoken. Eventueel kunnen kieren waardoor de duizendpoten in bepaalde kamers komen, worden gedicht. Indien slechts zo nu en dan enkele exemplaren in de vertrekken worden gevonden is dit van geen enkel belang, zodat maatregelen in het geheel niet nodig zijn.
    Algemeen Duizendpoten hebben een groot aantal poten, maar beslist geen duizend. Ieder lichaamssegment draagt één paar poten; dit in tegenstelling tot bv. de miljoenpoten, waarbij elk […]
  • Uiterlijk De zwarte rat is blauwgrijs tot zwart van kleur. De buik is lichter tot geelwit. Er komen kleurvariëteiten voor (Alexandrijnse rat). Het dier is slank gebouwd met een vrij spitse snuit met grote ogen en oren. De staart is duidelijk langer (20 - 25 cm) dan het lichaam (15 - 23 cm). Het gewicht van een volwassen zwarte rat is gemiddeld 150 - 250 gram. Leefwijze Zwarte ratten komen nog vrij algemeen voor. Het zijn uitstekende klimmers, waardoor men ze veelal hoog in gebouwen aantreft. Ze voeden zich met vele producten met een voorkeur voor granen, zaden en vruchten. De ontwikkeling is vrij snel; de vrouwtjes zijn na ca. 3 maanden geslachtsrijp en kunnen in een periode van 2 jaar ca. 10 worpen van 6-10 jongen voortbrengen. De gemiddelde levensduur is ca. 2 jaar. Algemeen Deze rattensoort geeft - zoals boven beschreven - er de voorkeur aan om zich in de directe nabijheid van de mens en zijn gebouwen, voorraden en afval op te houden. Zwarte ratten zijn berucht als ziekteverspreiders; de pestepidemie in de middeleeuwen werd door deze ratten en hun vlooien op de mens overgebracht. Ook in de intensieve veehouderij kunnen ze diverse ziekten overbrengen. Ze vervuilen en beschadigen voorraden en kunnen door hun knaagdrift (o.m. aan kabels) kortsluiting, lekkages en machinestoringen veroorzaken. Zwarte ratten in de directe omgeving van de mens zijn dan ook zeer ongewenst. Wering Door goede bouwkundige voorzieningen, zoals goed sluitende deuren, smalle ventilatieopeningen, enz. kan men ratten buiten houden. Ook een goede hygiëne (opslag en verwijdering van afval, nette opslag van producten, periodiek schoonmaken van ruimten, e.d.) is van belang om de aanwezigheid van ratten tegen te gaan. Bestrijding Na een grondige inspectie in en om het object worden op strategisch gekozen plaatsen lokaasdepots ingericht. In deze lokaasdozen of -kisten wordt giftig lokaas uitgezet. De gebruikte knaagdierbestrijdingsmiddelen (rodenticiden), die door het College Toelating Bestrijdingsmiddelen zijn goedgekeurd, zijn z.g. anticoagulantia (antibloedstollingsmiddelen). Deze verschillende giftige stoffen zijn als kant en klaar lokaas op de markt of in de vorm van vloeibare concentraten. Met behulp van deze vloeibare middelen stellen onze bestrijdingstechnici de meest aantrekkelijke lokazen samen, geschikt voor toepassing onder specifieke omstandigheden. Deze lokazen moeten tenminste enige weken worden aangeboden om doding te veroorzaken. Na 2 à 7 dagen opname treedt pas na 7 à 14 dagen sterfte op. Aanbevelingen Door een preventieve aanpak d.w.z. regelmatig een inspectie van terrein, gebouw en opgeslagen producten kunnen problemen worden voorkomen. Let daarbij altijd op de bouwkundige toestand van het object en de hygiëne in het algemeen.
    Uiterlijk De zwarte rat is blauwgrijs tot zwart van kleur. De buik is lichter tot geelwit. Er komen kleurvariëteiten voor (Alexandrijnse rat). Het dier is slank […]
  • Manager Italy
    +39 035 567447
    Manager Italy +39 035 567447
  • Algemeen In ons land komt een groot aantal vertegenwoordigers voor van de familie der loopkevers (Carabidae).Deze insecten kunnen snel lopen en vele soorten zijn niet in staat om te vliegen, omdat de vleugels ontbreken of omdat de dekschilden vergroeid zijn. De aardbeiloopkever is wel in staat om te vliegen. Bij de meeste soorten loopkevers jagen zowel de larven als de kever actief op prooidieren zoals bv. wormen, slakken of insecten. Uiterlijk De aardbeiloopkever is bruin tot zwart van kleur, glanzend en heeft een enigszins afgeplatte vorm zoals de meeste loopkevers. De dekschilden hebben fijne groeven die in de lengterichting lopen. De kever is 14 - 16 mm lang. Ontwikkeling en leefwijze De aardbeiloopkever treft men overdag aan op donkere plaatsen, onder stenen, e.d. De eieren worden in de herfst in de bodem afgezet, waar de uitgekomen larven leven van andere kleine dieren. De aardbeiloopkever komt vooral voor op of in droge zandgrond en kan als larve of als kever overwinteren. De kevers vreten bij voorkeur de zaadjes van de aardbeien, waardoor de vruchten ernstig worden beschadigd, maar ook zaden van sparren, grove dennen en lariks worden gegeten. Soms bijten ze de jonge fijnsparkiemplantjes door. Voor de mens, zijn huisdieren en goederen zijn ze volmaakt onschadelijk. Het is een bekend feit dat deze insecten soms in grote aantallen op het veld neerstrijken. Vooral bij warm weer komen zij van daar uit gemakkelijk gebouwen binnen. Bestrijding Vooral in de zomerperiode kunnen loopkevers woningen binnendringen hetgeen zeer hinderlijk kan zijn. Dat kan worden voorkomen door ventilatieroosters e.d. te voorzien van fijnmazig gaas. Voorts verdient het aanbeveling om bij warm weer ramen en deuren 's avonds gesloten te houden of horren voor de ramen te plaatsen. Aardbeiloopkevers zijn nachtdieren die als het donker is rondvliegen; zij komen dan op licht af. Binnengekomen kevers kunt u wegvangen en buiten deponeren. Het toepassen van insecticiden ter bestrijding van aardbeiloopkevers is niet nodig en derhalve ongewenst.
    Algemeen In ons land komt een groot aantal vertegenwoordigers voor van de familie der loopkevers (Carabidae).Deze insecten kunnen snel lopen en vele soorten zijn niet in […]
  • Vogels kunnen met hun uitwerpselen gebouwen en trottoirs vervuilen en ons met hun aanhoudend lawaai uit onze slaap houden. Onze woningen worden vervuild en het met veel zorg opgebouwde imago van uw bedrijf wordt met een paar goed gerichte klodders weer afgebroken. Veel mensen weten niet dat er mogelijkheden zijn om overlast door vogels te verhelpen, en daarom worden deze problemen vaak jarenlang voor lief genomen. Dit is echter niet nodig want de Plagen Preventie Dienst heeft een passende oplossing voor uw vogelprobleem. Duiven Vogels zijn prachtige dieren die ons onder normale omstandigheden veel plezier kunnen bezorgen. Als ze echter in te grote aantallen, te dicht bij de mens leven kunnen ze niet alleen veel hinder en vervuiling veroorzaken maar vormen ze ook een serieus te nemen gezondheidsrisico. Vooral de verwilderde stadsduiven vormen in dit opzicht in veel steden een groot probleem. Ze broeden voornamelijk binnen de bebouwde kom omdat ze daar alles kunnen vinden wat ze nodig hebben. Op plaatsen waar veel mensen komen is altijd voldoende voedsel te vinden en daarnaast zijn er in de stad genoeg droge, hoge plekjes te vinden waar duiven ongestoord kunnen nestelen. Naast verwilderde duiven kunnen ook spreeuwen, huismussen, zilvermeeuwen en kauwtjes soms voor overlast zorgen. D.m.v. hun uitwerpselen (14 kg. per duif, per jaar!) kunnen duiven, en andere vogels, allerlei ziekten verspreiden (o.a. Ornithosis en paratyfus) en ze kunnen parasieten zoals mijten en teken bij zich dragen. In hun nesten kan allerlei ongedierte (motten, vliegen, tapijtkevers, stofluizen) voorkomen. Redenen genoeg om deze plaagdieren te weren en te bestrijden. Wering Dé methode om duiven of andere vogels blijvend van gebouwen en andere bouwwerken te weren is het aanbrengen van speciaal voor dit doel vervaardigde weringssystemen. De meest gebruikte systemen vallen onder één van de volgende categorieën: Pensystemen Draadsystemen Elektrische systemen Netsystemen Deze weringssystemen worden aangebracht op daken, dakranden, gevels, raamkozijnen, uithangborden, lichtreclame en op andere plaatsen waar de vogels overlast veroorzaken, om te voorkomen dat ze kunnen landen en/of nestelen. Welk systeem gebruikt wordt is afhankelijk van verschillende factoren. Het maakt namelijk voor de effectiviteit van het weringssysteem veel verschil om welke vogelsoort het gaat en voor welk doel de vogels het te beschermen object gebruiken; als uitkijkpost, als rustplaats overdag, als slaapplaats of als nestgelegenheid. We spreken hierbij van de zgn. belastingsweerstand. Uw EWS adviseur zal ter plaatse een grondige inspectie en inventarisatie uitvoeren om te bepalen welk systeem effectief zal zijn. Naast het aanbrengen van weringssystemen is ook de situatie ter plekke van belang. Opgeruimde terreinen zijn voor vogels meestal minder aantrekkelijk en natuurlijk dient het voeren van vogels achterwege te blijven. Verjagen Als grote groepen spreeuwen (vooral in de winter) gebouwen, zendmasten e.d. als slaapplaats gebruiken is het mogelijk om d.m.v. op geluidsband opgenomen angstkreten in combinatie met knallen en lichtflitsen de vogels te verjagen. Als deze methode een aantal dagen achtereen, op deskundige wijze toegepast wordt kan hij zéér effectief zijn. Óók voor advies over akoestische vogelwering bent u bij EWS op het juiste adres. Bestrijding In bepaalde situaties kan ook een actieve bestrijding van de vogels, liefst in combinatie met weringsmaatregelen, een goede oplossing zijn. Hierbij worden de vogels met vangkooien of schietnetten weggevangen of, onder bepaalde voorwaarden, afgeschoten.
    Vogels kunnen met hun uitwerpselen gebouwen en trottoirs vervuilen en ons met hun aanhoudend lawaai uit onze slaap houden. Onze woningen worden vervuild en het met […]
  • Algemeen De larven van een aantal keversoorten kunnen in wollen stoffen, bont, opgezette dieren, huiden en andere producten van dierlijke oorsprong aanzienlijke schade aanrichten. Het zijn o.a. de larven van: De gewone tapijtkever (Anthrenus verbasci Linnaeus) De Australische tapijtkever (Anthrenocerus australis Hope) De pelskever (Attagenus pellio Linnaeus) Van nature zijn de larven van deze kevers aaseters. Vaak worden ze gevonden in oude verlaten vogelnesten. Bij uitzondering dienen plantaardige stoffen als voedsel. De volwassen insecten (kevers) worden Is zomers veelal op bloemen aangetroffen, waar ze zich voeden met stuifmeel en honing. Deze insecten komen in Nederland algemeen voor. Een enkele in huis voorkomende kever kan een toevalsvondst zijn zonder dat er sprake is van schade. De kever kan bijvoorbeeld een overwinteringsplaats in huis hebben gezocht of in het voorjaar of in de zomer toevallig binnen zijn gevlogen. In die gevallen is een bestrijding met insecticiden volstrekt overbodig. Uiterlijk De larven van tapijtkeverachtige zijn over het algemeen goudbruin behaard. Aan het achterlijf treft men enkele bosjes langere haren aan. De vorm van de larven is wat gedrongen en bij de eerste twee soorten bereiken ze een lengte van 4-5 mm. De larven van de pelskever zijn vaak wat groter en kunnen een lengte van 12 mm. bereiken. De kevers van deze drie soorten zijn ovaal van vorm en ca. 2-3 mm. lang. Ze zijn dofgekleurd vooral in zwart en bruin met hier en daar wat lichtere rafelige vlekken of banden. De pelskever is 4-5 mm. lang, donkerbruin tot zwart gekleurd met op het halsschild en midden op de dekschilden een witte vlek. Ontwikkeling Tapijtkeverachtigen ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dat wil zeggen dat ze de stadia ei-larve-pop-imago (volwassen stadium) achtereenvolgens doormaken. Het eistadium duurt, afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid 6-35 dagen, het larvale stadium kan zelfs 2-12 maanden in beslag nemen. Het popstadium duurt 5-19 dagen terwijl daarna de kever 7-41 dagen in leven kan blijven. Schade Wordt alleen veroorzaakt door de larve Aanzienlijke schade kan ontstaan aan wollen vloerbedekking, kleding en   opgezette dieren. Wering Voorkom vogelnestjes onder dakpannen. Naden en kieren dichten. Bestrijding Om de tapijtkeverachtigen te bestrijden moeten alle schuilplaatsen waar larven worden aangetroffen behandeld worden met een residueel werkend insecticide. Hierdoor wordt op de bespoten plaatsen een voor insecten giftig residu aangebracht, dat nog enkele maanden zijn dodelijke werking op de insecten behoudt. Om een effectieve bestrijding te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat de bewoner al deze plaatsen voor de uitvoerder van EWS bereikbaar maakt. Denk hierbij vooral aan plinten, naden en kieren en onder de randen van de vloerbedekking. Ook is het aan te bevelen om voor de behandeling zeer grondig te stofzuigen, vooral op moeilijk bereikbare plaatsen. Wanneer de insecten zich in een kledingkast of kist bevinden, dient men de kleren eruit te halen zodat de naden en kieren behandeld kunnen worden. Kinderspeelgoed moet voorafgaand aan de behandeling worden opgeruimd. Bij behandeling van de kasten kan speelgoed in plastic zakken worden verpakt. Na de behandeling mag de woning twee uur niet betreden worden en daarna moet u goed ventileren Kleding liever niet behandelen met bestrijdingsmiddelen. Kleding en andere textiel die is aangetast kan men het beste (laten) reinigen (tenminste 30 minuten bij 60°C zal dodelijk zijn) en vervolgens herstellen. Ook kan men insecten in materialen bestrijden door deze ca. 2 weken te bewaren in een vrieskist (temperatuur lager dan -10°C). Een tapijtkeverplaag kan zeer hardnekkig zijn en het is soms nodig de behandeling na 8 weken te herhalen indien geen afdoende resultaat is verkregen.
    Algemeen De larven van een aantal keversoorten kunnen in wollen stoffen, bont, opgezette dieren, huiden en andere producten van dierlijke oorsprong aanzienlijke schade aanrichten. Het zijn […]
  • Algemeen De bruine huismot komt zeer algemeen voor. De larven voeden zich met plantaardige en dierlijke materialen. Ze worden soms op graanzolders en in levensmiddelen gevonden, maar veroorzaken de meeste schade aan enigszins vochtig geworden wollen vloerbedekking en wollen stoffen. Uiterlijk en leefwijze De bruine huismot heeft een vleugelwijdte van 17 tot 26 mm. De voorvleugels zijn bruinzwart van kleur en hebben een drietal zwarte vlekken. De achterste vleugels zijn iets lichter van kleur. De larven (rupsen) zijn geelwit van kleur en worden maximaal 2 cm lang. In onverwarmde vertrekken treedt één generatie per jaar op. De motten vliegen van juni tot augustus. De bruine huismot wordt regelmatig in gebouwen aangetroffen. De larven ontwikkelen zich in allerlei plantaardige en dierlijke materialen, zoals zaden, graan, kurk, linnen, wol en bont. Ze kunnen zich alleen ontwikkelen in vochtig materiaal bij een hoge relatieve luchtvochtigheid. Vooral op rustige en vochtige plaatsen zoals bijv. onder tapijten, onder vloeren en in vogelnesten treft men aan. Vanuit vogelnesten kunnen larven gebouwen binnenkomen. Schade De aangerichte schade is soms aanzienlijk. Kleden, vullingen van matrassen en stoelen, gedroogde planten, graanproducten en zelfs linnen boekbanden kunnen worden aangetast. Met name in enigszins vochtige wollen vloerbedekking kan aanzienlijke schade ontstaan; van daaruit kunnen ook aangrenzende houten voorwerpen (plinten, meubels, e.d.) worden beschadigd. Wering en bestrijding In de eerste plaats dient het vertrek, waarin de rupsen (mottenlarven) voorkomen, zo droog mogelijk gehouden te worden, door bij zonnig weer te luchten of droog te stoken. Indien er sprake is van lekkage of blijvende vochtige omstandigheden dienen eerst bouwkundige maatregelen te worden genomen. Voorts kan een bestrijding worden uitgevoerd met behulp van een middel op basis van cyfluthrin, deltamethrin of permethrin. Met dergelijke middelen dient men die plaatsen te bespuiten, waar de larven worden aangetroffen bijv. onder randen van vloerbedekking, achter plinten en in de naden en kieren van de onderzijde van wandmeubels. Met name als de onderzijde van een meubelstuk door een plint is afgeschermd, vindt verpopping van larven daar plaats. Hierdoor wordt op de bespoten plaatsen een giftig residu aangebracht, dat nog enkele maanden zijn dodelijke werking op de insecten behoudt. De hier genoemde middelen zijn toegelaten ter bestrijding van kruipende insecten. Men dient deze middelen onder lage druk en met grove druppel te verspuiten. Tijdens de behandeling en gedurende 2 uur daarna dient men de ruimte grondig te ventileren. Daarna kunnen mensen en dieren weer in de behandelde ruimten terugkeren.
    Algemeen De bruine huismot komt zeer algemeen voor. De larven voeden zich met plantaardige en dierlijke materialen. Ze worden soms op graanzolders en in levensmiddelen gevonden, […]
  • Uiterlijk De bruinbandkakkerlak heeft meestal een kastanjebruine kleur en een lichte dwarsstreep op borstschild en achterlijf. Ze lijken uiterlijk veel op de Duitse kakkerlak. De lengte bedraagt 10 tot 15mm exclusief antennes, de vleugels zijn goed ontwikkeld en ze kunnen vliegen. Het ei-pakket is bleek- tot roodbruin van kleur en bevat gemiddeld 16 eitjes. Hoe kom je aan kakkerlakken? De in gebouwen voorkomende kakkerlakken zijn oorspronkelijk afkomstig uit de tropen en kunnen dus in verpakkingen van tropische producten zitten. Ook kunnen kakkerlakken meekomen in verhuisdozen, inpakdozen van de supermarkt, tweedehands goederen/witgoed en zelfs in gehuurde videobanden. Kakkerlakken kunnen ook simpelweg meeliften met kleding of bagage na b.v. de vakantie. Algemeen De bruinbandkakkerlak wordt in Nederland vaak aangetroffen in huizen en flatgebouwen. Een andere naam voor de bruinbandkakkerlak is huiskakkerlak of meubelkakkerlak. Ze hebben behoefte aan een hoge temperatuur van ca. 26 C°. Zoals alle kakkerlakken zijn ze ongewenst omdat ze onder meer voedsel vervuilen en bacteriën en schimmelsporen kunnen overbrengen. Ook verspreiden ze een onaangename geur en zijn door de grote aantallen waarin ze kunnen voorkomen uitermate hinderlijk. Leefwijze Bruinbandkakkerlakken kunnen zich heel snel voortbewegen, zelfs over het plafond, muren en andere gladde oppervlakken. Ze zijn minder lichtschuw dan de andere soorten en komen ook voor op drogere en hogere plaatsen. Ze voeden zich bij voorkeur met zetmeel houdend voedsel. Verder kan de bruinbandkakkerlak zich te goed doen aan lijm in boeken en van bijvoorbeeld behang. Schuilplaatsen zijn bijvoorbeeld achter schilderijen, behang, boeken en in gordijnen en meubilair. Zij kunnen zelfs in een schone, hygiënische omgeving overleven. De volwassen kakkerlakken kunnen namelijk 40 dagen zonder voedsel!! Als uw woning erg vuil is zal de kakkerlak vrij spel hebben en zich door de overvloed aan voedsel zeer snel voortplanten. Wering: Hoe geef ik de kakkerlak geen onderdak? Controleer uw goederen op kakkerlakken voordat u deze in huis haalt;   Ventileer uw woning goed en zorg voor een niet te hoge temperatuur. De   kakkerlak voelt zich prima bij 26 C°.   Berg uw voedsel en afval goed op zodat kakkerlakken er niet bij kunnen komen.   Als u voorraadbussen gebruikt kan er ook geen ander ongedierte bijkomen;   maak uw keuken regelmatig en grondig schoon. Maak kieren, naden en   doorvoeropeningen van leidingen dicht. Bestrijding Na een grondige inspectie en inventarisatie van het object wordt een bestrijdingsplan opgesteld. In overleg met gebruikers/bewoners van het gebouw worden afspraken gemaakt over tijdstip van actie, voorbereiding e.d. Ter doding van de kakkerlakken wordt een lokaasgel toegepast welke op alle mogelijke schuilplaatsen aangebracht zal worden. Deze door de overheid toegelaten middelen mogen alleen door ter zake deskundige bestrijdingstechnici worden gebruikt. Betrokkenen worden vooraf van de te treffen maatregelen op de hoogte gebracht.
    Uiterlijk De bruinbandkakkerlak heeft meestal een kastanjebruine kleur en een lichte dwarsstreep op borstschild en achterlijf. Ze lijken uiterlijk veel op de Duitse kakkerlak. De lengte […]
  • Uiterlijk De kevers zijn bruinzwart van kleur en hebben een paar lichte stippen op de dekschilden (d.i. van boven). De wijfjes zijn 1-2,5 cm en de mannetjes 8-16 mm lang. De antennes (voelsprieten) zijn dun en vrij lang. De larven worden ongeveer 3 cm lang en zijn witachtig van kleur. Ontwikkeling Huisboktorren hebben een volkomen gedaanteverwisseling, d.w.z. ze doorlopen 4 stadia: ei, larve, pop en imago (kever). Tijdsduur van ei tot imago: 3-10 jaar, meestal 4-5 jaar. Leefwijze De huisboktor tast alleen naaldhout, zoals vuren, grenen en dennen aan. In de maanden juni t/m september komen de kevers uit het hout via ovale uitvliegopeningen van ongeveer 4 x 7 mm. De mannetjes en de wijfjes gaan dan paren, waarna de wijfjes eitjes leggen op het hout. Uit de eitjes komen larven, die 3-10 jaar, meestal 4-5 jaar in het hout boren, waardoor grote schade veroorzaakt wordt. Vervolgens vindt de verpopping plaats en komen de volwassen kevers spoedig uit het hout tevoorschijn. Bestrijding Boorgangen zoveel mogelijk openhakken, indien noodzakelijk injecteren. Zwak hout vervangen door bij voorkeur verduurzaamd hout. Beits-, verf-, of waslagen verwijderen, met staalborstel boormeel verwijderen en houtwerk stofvrij maken. Het hout tweemaal behandelen met een daarvoor toegelaten middel. Instructie bewoners voor bestrijding gewone houtwormkever/huisboktor. Voor de bestrijdingsactie: Houtwerk vrijmaken van verf, beits, e.d. Houtwerk stofvrij maken Zwak hout vervangen door bij voorkeur verduurzaamd hout Alle voorwerpen die met het middel in aanraking kunnen komen goed afdekken Eventuele losse voorwerpen die de bestrijder tijdens de bestrijdingsactie   kunnen hinderen bijvoorbeeld bouwafval e.d. verwijderen Indien er wateroverlast is in de (kruip)kelder dit verhelpen voordat de   bestrijding plaatsvindt. Tijdens de bestrijdingsactie: De bewoner moet met huisgenoten en huisdieren het pand verlaten. Na de bestrijdingsactie: Na de bestrijdingsactie moet(en) de behandelde ruimte(n) goed geventileerd worden en mag de bewoner met huisgenoten en huisdieren nog gedurende 48 uur niet langdurig in de behandelde ruimte(n) verblijven.
    Uiterlijk De kevers zijn bruinzwart van kleur en hebben een paar lichte stippen op de dekschilden (d.i. van boven). De wijfjes zijn 1-2,5 cm en de […]
  • Algemeen De faraomier is een mierensoort die oorspronkelijk afkomstig is uit de tropen maar reeds rond 1900 in Nederland is ingevoerd. Vooral na 1945 is hij mede door het aanbrengen van centrale verwarming in gebouwen enorm in aantal toegenomen en komt inmiddels in het gehele land voor. Faraomieren zijn, zoals vrijwel alle mieren, sociale insecten en leven in zgn. staten. Binnen zo'n mierenstaat is er sprake van een duidelijke taakverdeling: De koninginnen zorgen voor de voortplanting en zij leggen de eieren, de werksters (onvruchtbare vrouwtjes) zorgen voor de voedselvoorziening en verzorgen de larven en de mannetjes bevruchten de koninginnen. Uiterlijk Werksters 2,2 tot 2,6mm. Bruingeel met een donkergekleurd achterlijf. Koninginnen 3,5 tot 4,8mm. Bruingeel met donkergekleurde kop. Mannetjes 2,8 tot 3,1mm. Zwartbruin met bleekgele poten en antennen,   gevleugeld. Larven zijn pootloos en wit van kleur. Leefwijze Faraomieren voelen zich het beste thuis bij een temperatuur van ca. 30 graden C. en leven in Nederland uitsluitend binnenshuis. Per volk hebben ze meerdere nesten die dan ook meestal op warme plaatsen te vinden zijn zoals in de omgeving van kachels, radiatoren en ovens. Het zijn alleseters en ze worden o.a. aangetroffen in brood, suiker, hondenvoer en andere levensmiddelen maar ze hebben een voorkeur voor vlees(waren). Per nest kunnen bij faraomieren wel tot 400 koninginnen leven die ca. 9 maanden oud kunnen worden, in welke tijd zij ieder ongeveer 300 eitjes leggen. Schade Uitermate hinderlijk optreden in keukens en andere verblijven en overbrengers van o.a. ziekteverwekkende bacteriën. Wering/bestrijding De enige mogelijkheid om faraomieren te weren is het zorgvuldig controleren van binnengekomen goederen en het bewaren van levensmiddelen in goed gesloten potten en bussen. Als de aanwezigheid van faraomieren geconstateerd wordt is het zaak zo snel mogelijk met de bestrijding te beginnen om verdere verspreiding te voorkomen. Voor een effectieve bestrijding is het noodzakelijk alle koninginnen te doden, maar met spuitmiddelen bereikt men de nesten niet. Alleen met de lokaasmethode, waarbij de werksters het lokaas meenemen naar het nest, is het mogelijk zowel de volwassen mieren als de larven te doden. Voor het uitvoeren van een bestrijdingsactie op basis van de lokaasmethode kunt u contact opnemen met EWS.
    Algemeen De faraomier is een mierensoort die oorspronkelijk afkomstig is uit de tropen maar reeds rond 1900 in Nederland is ingevoerd. Vooral na 1945 is hij […]
  • Algemeen Deze keversoort behoort evenals de gewone houtworm (Anobium punctatum Degeer) tot de familie Anobiidae. De larven ontwikkelen zich bij voorkeur in eikenhout. De ontwikkeling kan echter ook plaatsvinden in andere loofhoutsoorten en een enkele keer worden ze in naaldhout aangetroffen, wanneer naaldhout in de onmiddellijke omgeving van aangetast loofhout is verwerkt. Uiterlijk De eieren zijn wit en ongeveer 0,6 mm in doorsnede. Omdat ze zo klein zijn worden ze slechts zelden opgemerkt. De larve is geelachtig wit en kan 11 mm lang worden. De kever is donkerbruin tot grijsgeel gekleurd en enigszins gevlekt. Hij is ongeveer 6 - 8 mm lang. De kever verlaat het hout via een zelf geknaagde uitvliegopening. Vaak bevinden zich grote aantallen uitvliegopeningen vlak bij elkaar zodat het soms lijkt alsof een schot hagel op het hout is afgevuurd. De openingen zijn rond en 2,5 - 4 mm in doorsnede. Ze zijn het eerste teken dat van een aantasting kan worden waargenomen. Leefwijze en ontwikkeling In april en mei komen de kevers uit het hout te voorschijn. In verwarmde gebouwen kan deze periode echter wel beginnen in januari en doorlopen tot juni. Aangenomen wordt dat een deel van de kevers reeds in het hout paart, waarna de wijfjes de eieren in het hout afzetten. De kevers maken in en buiten de gangen een hard tikkend geluid. Hieraan hebben ze de bijnaam doodskloppertje te danken. Het bijgeloof wilde namelijk dat in een gebouw waar dit insect te horen was binnenkort iemand zou sterven. De ontwikkeling van ei tot kever duurt minstens drie jaar. De groei van de larven is afhankelijk van de aanwezigheid van schimmels, die zich in het hout gevestigd hebben. Vooral hout dat vochtig is en waardoor "rot" ontstaat, wordt door deze insecten aangetast. De aantasting kan ook diep in het hout doorgaan. Bestrijding Een bestrijding bestaat allereerst uit het wegnemen van vochtoorzaken. Hierbij kan gedacht worden aan lekkages, doorslaande muren, optrekkend vocht e.d. Tevens dient ervoor gezorgd te worden dat een optimale ventilatie aanwezig is. Onder deze omstandigheden zullen schimmels zich niet kunnen ontwikkelen of handhaven en zal ook de kever na verloop van tijd uitsterven. Aangezien hiermee echter een aantal jaren gemoeid kan zijn, verdient het aanbeveling om deze kevers te bestrijden met een insecticide. Grotere larven kunnen zelfs nog blijven leven in vrij droog hout (vochtgehalte ca. 12*), al verloopt de ontwikkeling dan wel trager. Een bestrijding van de grote houtwormkever en de larven ervan kan plaatsvinden door een bespuiting met een insecticide toegelaten ter bestrijding van houtaantastende insecten op basis van cyfluthrin, cypermethrin, deltamethrin of permethrin. Geverfd hout kan niet worden behandeld met deze middelen. Bij een aantasting door schimmels is vochtwering van het allergrootste belang. Een bestrijding van de schimmels kan worden uitgevoerd met een schimmelbestrijdingsmiddel (fungicide) o.b.v. azaconazole. Vaak is het aan te bevelen een combinatiemiddel, dat zowel tegen schimmels als insecten werkzaam is, toe te passen. Teneinde voldoende middel in het hout te brengen kunnen de middelen naast een oppervlaktebespuiting tevens in het hout worden geïnjecteerd. Hout dat nog moet worden verwerkt ter vervanging van aangetast hout dient bij voorkeur vooraf behandeld te zijn volgens een professioneel houtverduurzamingsproces met een daarvoor toegelaten middel. Voor grote objecten en monumentale gebouwen kan worden overwogen een hete luchtbehandeling te laten uitvoeren.
    Algemeen Deze keversoort behoort evenals de gewone houtworm (Anobium punctatum Degeer) tot de familie Anobiidae. De larven ontwikkelen zich bij voorkeur in eikenhout. De ontwikkeling kan […]
  • Uiterlijk De kevertjes zijn 2,5 tot 5 mm lang en donkerbruin van kleur. Ze hebben een gewelfd halsschild. De larven worden ongeveer 6 mm lang, zijn witachtig van kleur, enigszins gekromd en hebben drie paar pootjes. De eitjes zijn wit. Ontwikkeling Deze insecten hebben een volkomen gedaanteverwisseling met als stadia: ei, larve, pop, imago (volwassen kever). Leefwijze De gewone houtwormkever hoort tot de drooghoutboorders, die gedroogd hout, vaak verwerkt in gebouwen, aantasten. Zowel naald- als loofhout wordt aangetast. In de zomermaanden komen de kevers via uitvliegopeningen met een diameter van 1 - 2 mm uit het hout. De mannetjes en wijfjes gaan dan paren, waarna de wijfjes 20 - 40 eitjes leggen op het hout. Uit de eitjes komen larven, die ca. 3 jaar in het hout boren. Daarna vindt verpopping vlak onder het houtoppervlak plaats. Uit de poppen komen uiteindelijk de volwassen insecten en dan begint de cyclus opnieuw. Bestrijding Het te behandelen houtwerk moet vrij zijn van verf, beits e.d. waarna het met een toegelaten middel tweemaal geïmpregneerd zal worden.
    Uiterlijk De kevertjes zijn 2,5 tot 5 mm lang en donkerbruin van kleur. Ze hebben een gewelfd halsschild. De larven worden ongeveer 6 mm lang, zijn […]
  • Deze vliegensoort is een stuk kleiner dan de vorige twee soorten. Grasvliegen zijn ongeveer 3 mm. lang en hebben een geel lichaam met drie zwarte strepen op de bovenzijde van het borststuk. De enigszins afgeronde vleugels zijn vrij groot in verhouding tot het lichaam. De vrouwtjes van deze soort leggen hun eitjes in de grond in weilanden e.d. De larven parasiteren op bepaalde soorten bladluizen. Ook de grasvlieg heeft de gewoonte om massaal in gebouwen te overwinteren. Kerktorens lijken daarbij de voorkeur te hebben. Wering/bestrijding Om te voorkomen dat in het najaar een vliegenplaag ontstaat zal allereerst het binnendringen van het gebouw onmogelijk gemaakt moeten worden; horren voor ramen en deuren, tochtstrips, het afdichten van gaten en kieren in buitenmuren en het dichten van ventilatieopeningen met fijnmazig gaas. Ook het (gedeeltelijk) verwijderen van klimplanten kan hierbij helpen. Grasvliegen hebben namelijk een voorkeur voor klimop en wingerd. Afdichten is niet altijd effectief. De vliegen kunnen namelijk ook via de dakpannen een gebouw binnenkomen. Indien reeds een vliegenplaag ontstaan is zijn er verschillende methodes om de plaag te bestrijden. Als de klusterplaats van de vliegen opgespoord en goed bereikbaar is dan kan de zwerm met behulp van een stofzuiger worden opgezogen. In de lente volstaat het meestal om de ramen tegenover elkaar open te zetten. Soms is de klusterplaats moeilijk bereikbaar of niet toegankelijk. In dat geval zal er met een insecticide gewerkt moeten worden. EWS kan u hierover adviseren. Als ondanks de genomen weringmaatregelen de vliegen toch ieder jaar terugkomen kan EWS vroeg in het najaar een preventieve behandeling uitvoeren met een residueel werkend insecticide. Het middel wordt gespoten in naden en kieren, op en nabij de entreeplaatsen van de vliegen en eventueel op wanden en kozijnen.
    Deze vliegensoort is een stuk kleiner dan de vorige twee soorten. Grasvliegen zijn ongeveer 3 mm. lang en hebben een geel lichaam met drie zwarte strepen […]
  • Herfstvliegen lijken veel op kamervliegen maar zijn hiervan te onderscheiden door het duidelijk gestreepte geel met grijze achterlijf en door de ogen van de mannetjes die elkaar boven op de kop bijna raken. Leefwijze Vrouwtjes herfstvliegen leggen hun eitjes op mest in weilanden. De larven ontwikkelen zich in de mest en verpoppen zich in de omringende grond. De volwassen vliegen voeden zich met lichaamsafscheidingen van vee en drinken ook wel eens bloed, hoewel ze niet door de huid van dieren of mensen kunnen bijten. Het overwinteringsgedrag van de herfstvlieg is vrijwel gelijk aan dat van de klustervlieg en beide soorten kunnen dan ook gezamenlijk van hetzelfde gebouw gebruik maken.
    Herfstvliegen lijken veel op kamervliegen maar zijn hiervan te onderscheiden door het duidelijk gestreepte geel met grijze achterlijf en door de ogen van de mannetjes die […]
  • Algemeen Vleesvliegen, ook wel bromvliegen genoemd, zijn groter dan kamervliegen (1-1,5 cm.) en gewoonlijk metaalglanzend blauw of groen. In Nederland komen ongeveer 80 soorten voor. Zeer algemeen zijn de vleesvliegen van het geslacht Calliphora en de groen- of koperkleurige keizervliegen van het geslacht Lucilia. Leefwijze Vleesvliegen leggen hun eitjes bij voorkeur op dode dieren maar ook wel op vlees in de keuken, in uitwerpselen of ander rottend materiaal. De wijfjes kunnen de geur hiervan op kilometers afstand herkennen. De mannetjes daarentegen hebben een voorkeur voor bloemen. Heeft een wijfjesvleesvlieg een geschikte voedselbron gevonden dan zet ze hierop honderden eitjes af. Na slechts 1 dag komen de larven (maden) uit de eitjes. De maden zijn lichtschuw en kruipen weg naar donkere plaatsen (onder tapijten, in spleten e.d.). Na 6 tot 12 dagen zijn de maden volgroeid en verlaten ze meestal het aas om zich in de grond in te graven en aldaar te verpoppen. Na 8 tot 13 dagen komen dan de volwassen vleesvliegen tevoorschijn. Schade Vleesvliegen kunnen ziekteverwekkende organismen zoals virussen en bacteriën verspreiden en vlees en vleeswaren door verontreiniging (eitjes, uitwerpselen) onbruikbaar maken. Nut In de natuur fungeren vleesvliegen als opruimers van afval en kadavers en dienen ze als voedsel voor andere dieren. Wering Ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten houden of van horren voorzien Vlees en vleeswaren koel en afgedekt bewaren Afval tijdig verwijderen Tafels, vloeren, wanden, machines e.d. goed schoonhouden Dode dieren afvoeren Bestrijding Broedplaatsen opsporen; dode dieren, vleesafval e.d. verwijderen en de plaatsen waar de maden zich ontwikkelen goed schoonmaken. Indien nodig de broedplaatsen plaatselijk (laten) behandelen met een insecticide op basis van deltamethrin, permethrin of cyfluthrin.
    Algemeen Vleesvliegen, ook wel bromvliegen genoemd, zijn groter dan kamervliegen (1-1,5 cm.) en gewoonlijk metaalglanzend blauw of groen. In Nederland komen ongeveer 80 soorten voor. Zeer […]
  • Uiterlijk De Amerikaanse kakkerlak is met een lengte van 28-44mm. (excl. de lange antennes) de grootste kakkerlakkensoort die regelmatig in Nederland aangetroffen wordt. Beide geslachten zijn glanzend roodbruin van kleur en gevleugeld, maar de mannetjes hebben langere vleugels. De nimfen (jongere stadia) lijken veel op de volwassen dieren maar hebben geen vleugels. Het ei-pakket is bruinzwart van kleur, ca. 8 mm lang en bevat gemiddeld 16 eitjes. Hoe kom je aan kakkerlakken? De in gebouwen voorkomende kakkerlakken zijn oorspronkelijk afkomstig uit de tropen en kunnen dus in verpakkingen van tropische producten zitten. Ook kunnen kakkerlakken voorkomen in verhuisdozen, inpakdozen van de supermarkt, tweedehands goederen/witgoed en zelfs in gehuurde videobanden. Kakkerlakken kunnen ook simpelweg "meeliften" met kleding of bagage. Algemeen Amerikaanse kakkerlakken worden in Nederland slechts zelden in woningen aangetroffen. Omdat deze soort behoefte heeft aan een hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid veroorzaken ze de meeste overlast in fabrieken, dierentuinen, aquaria, levensmiddelenbedrijven, bakkerijen en restaurants. Zoals alle kakkerlakken zijn ze ongewenst omdat ze o.m. voedsel vervuilen en bacteriën en schimmelsporen kunnen overbrengen. Ze verspreiden een onaangename geur en zijn door de grote aantallen waarin ze kunnen voorkomen, uitermate hinderlijk. Leefwijze Kakkerlakken kunnen zich heel snel voortbewegen, zelfs over het plafond, muren en andere gladde oppervlakken. Amerikaanse kakkerlakken kunnen bij hogere temperaturen ook vliegen. Als kakkerlakken éénmaal binnen in een gebouw zijn, zoeken zij een warme, donkere schuilplaats. Kakkerlakken zijn namelijk lichtschuw. Op een donkere, warme en vochtige plek kunnen zij gemakkelijk overleven en zich voortplanten. Kakkerlakken zijn alleseters. Zij kunnen zelfs in een schone, hygiënische omgeving overleven. De volwassen akkerlakken kunnen namelijk 40 dagen zonder voedsel! Als uw woning erg vuil is zal de kakkerlak vrij spel hebben en zich door de overvloed aan voedsel zeer snel voortplanten. Wering: Hoe geef ik de kakkerlak geen onderdak? Controleer uw goederen op kakkerlakken voordat u deze in huis haalt;   Ventileer uw woning goed en zorg voor een niet te hoge temperatuur. De   kakkerlak voelt zich prima bij 25'C;   Berg uw voedsel en afval goed op zodat kakkerlakken er niet bij kunnen komen.   Als u voorraadbussen gebruikt kan er ook geen ander ongedierte bijkomen; Maak   uw keuken regelmatig en grondig schoon. Maak kieren, naden en doorvoeropeningen van leidingen dicht. Bestrijding Na een grondige inspectie en inventarisatie van het betreffende object wordt een bestrijdingsplan opgesteld. In overleg met gebruikers/bewoners van het gebouw worden afspraken gemaakt over tijdstip van actie, voorbereiding e.d. Ter doding van de kakkerlakken wordt een lokaasgel toegepast welke op alle mogelijke schuilplaatsen aangebracht zal worden. Deze door de overheid toegelaten middelen mogen alleen door ter zake deskundige bestrijdingstechnici worden gebruikt. Betrokkenen worden vooraf van de te treffen maatregelen op de hoogte gebracht.
    Uiterlijk De Amerikaanse kakkerlak is met een lengte van 28-44mm. (excl. de lange antennes) de grootste kakkerlakkensoort die regelmatig in Nederland aangetroffen wordt. Beide geslachten zijn […]
  • Algemeen In de warme zomer, vooral in juli/augustus kunnen wespen het ons zeer lastig maken. We hebben dan vrijwel altijd te maken met de Duitse wesp (Paravespula germanica F.) of de gewone wesp (Paravespula vulgaris L). In een goed ontwikkeld wespenvolk kunnen soms wel 5.000 of meer individuen voorkomen. Wespen kunnen, wanneer ze in het nauw worden gebracht of wanneer hun nest wordt verstoord, soms tot steken overgaan. Sommige mensen zijn voor wespengif zo gevoelig, dat ze zich in verbinding moeten stellen met een arts. Uiterlijk Wespen zijn helgeel/zwart van kleur en slank. De werksters zijn 10 - 15 mm. Lang, terwijl de koninginnen ca. 20 mm. lang zijn. Een opvallend kenmerk is de zgn. "wespentaille". Leefwijze Deze wespensoorten behoren tot de sociaal levende insecten. In het voorjaar maakt de koningin een nest, meestal in de grond of op andere beschutte plaatsen, in schuren, muurholten, spouwmuren, onder het dak e.d. In het nestje worden door de koningin de eieren gelegd. Hieruit komen de larven en na de "popfase" komen de werksters uit. De werksters zijn van het vrouwelijk geslacht, onvruchtbaar en zorgen voor de schoonmaak/onderhoud/beschermen van het nest, de verzorging van de larven en voedselvoorziening. De koningin blijft in het nest om eieren te leggen. In augustus/september worden er mannelijke wespen geboren, daarna nieuwe, doch nu vruchtbare wijfjes (koninginnen). Deze verlaten het nest om te paren. De mannelijke wespen sterven vrijwel direct na de paring. De jonge bevruchte wijfjes zoeken een beschutte plaats op voor de overwintering om in het voorjaar een nieuwe kolonie te stichten. Rond oktober sterven alle inwoners van het nest af. Het oude nest wordt dan niet meer bewoond. Voedsel Wespen hebben behoefte aan koolhydraten, suikers uit bijv. nectar, honingdauw; vruchtvlees en sap van rijpe vruchten; vloeibare zoete voedings- en genotmiddelen, zoals limonade, stroop e.d. Voor de eiwitten zullen zij andere insecten nuttigen, zoals: vliegen, muggen, rupsen, hooiwagens e.d. Nut Wespen zijn nuttige dieren, zij zorgen voor de bestuiving van bloemen en vangen veel lastige en schadelijke insecten. Als de wespen geen gevaar opleveren voor mens en huisdier is er geen bestrijding nodig. Steken Een wespensteek kan pijnlijk zijn. Een werkster steekt als het nest dreigt te worden verstoord, als ze in het nauw gedreven wordt of als u in de aanvliegroute staat. Voorkomen Horren voor open ramen en deuren plaatsen; Sluiten van afvalemmers en vuilcontainers; Voorkomen van aantrekkelijk voedsel Gaten/kieren dichten in de winter STOP NOOIT EEN GAATJE WAAR WESPEN DOOR NAAR BINNEN EN BUITEN GAAN DICHT!! De wespen zullen altijd een andere uitweg zoeken en dat kan goed bij u binnen zijn. Bestrijding Als het wespennest gevaar oplevert kan dit uitgeroeid worden door het aanbrengen van zgn. wespenstuifpoeder in de in- en uitvliegopeningen van het nest. Dit kan de opening zijn van het nest maar ook in de buitenmuur van een gebouw zoals bijv. ventilatieopeningen van de spouwmuur of gaten bij kozijnen. De werksters komen in aanraking met het poeder en nemen dit via haren en/of poten mee in het nest. Hierdoor worden uiteindelijk de koningin en anderen gedood en bent u van de wespen af. U kunt het zelf doen Denk eraan dat wespen overdag actief zijn en u kunnen steken, zeker wanneer men aan het nest komt worden ze agressief. Het beste kunt u 's avonds tegen de schemering of bij koel weer, het poeder aanbrengen. Ga bij voorkeur niet in de aanvliegroute staan. U kunt het laten doen De professionele ongediertebestrijder van EWS komt bij u aan huis en kijkt welke behandeling de meest doeltreffende is. Aan de hand van deze diagnose zal hij het nest behandelen. Hierbij krijgt u de garantie dat het nest op een verantwoorde wijze wordt behandeld en dat deze behandeling werkt.
    Algemeen In de warme zomer, vooral in juli/augustus kunnen wespen het ons zeer lastig maken. We hebben dan vrijwel altijd te maken met de Duitse wesp […]
  • Uiterlijk Deze kakkerlakkensoort is lichtbruin van kleur en heeft twee duidelijke zwarte lengtestrepen op het borstschild. Lange antennen, grote vleugels. Ca. 12 - 16mm lang. De nimfen (jongere stadia) zijn 2 - 12mm lang, ongevleugeld. Het ei-pakket is lichtbruin en ca. 8 mm lang. Hoe kom je nu aan kakkerlakken? Kakkerlakken zijn oorspronkelijk afkomstig uit de tropen en kunnen dus in de verpakkingen van tropische producten zitten. Ook kunnen kakkerlakken voorkomen in verhuisdozen, inpakdozen van de supermarkt, tweedehands goederen/witgoed en zelfs in gehuurde videobanden. Kakkerlakken kunnen ook simpelweg "meeliften" met kleding of bagage. Algemeen Kakkerlakken komen zeer algemeen in centraal verwarmde gebouwen, levensmiddelen productie bedrijven en aan boord van schepen voor. Deze insecten zijn ongewenst omdat ze o.m. voedsel vervuilen en bacteriën en schimmelsporen kunnen overbrengen. Ze verspreiden een onaangename geur en zijn door de grote aantallen waarin ze voor kunnen komen, uitermate hinderlijk. Leefwijze Kakkerlakken kunnen zich heel snel voortbewegen, zelfs over het plafond, muren en andere gladde oppervlakken. Als kakkerlakken éénmaal binnen in een woning zijn, zoeken zij een donkere schuilplaats. Kakkerlakken zijn namelijk lichtschuw. Op een donkere, warme en vochtige plek kunnen zij gemakkelijk overleven en zich voortplanten. Kakkerlakken mag u altijd doodtrappen of met kokend water overgieten. Er is sprake van mannetjes en vrouwtjeskakkerlakken. Het vrouwtje draagt een ei-pakketje met zich mee, waar zo'n 30 eitjes in zitten. Eén kakkerlakkenechtpaar kan, bij optimale omstandigheden, in één jaar zo'n 400.000 nakomelingen krijgen. Kakkerlakken zijn alleseters. Toch kunnen zij in een schone, hygiënische woning overleven. De volwassen kakkerlakken kunnen namelijk 40 dagen zonder voedsel! Als uw woning erg vuil is zal de kakkerlak vrij spel hebben en zich zeer snel voortplanten. Hoe geef ik de kakkerlak geen onderdak Controleer uw goederen op kakkerlakken voordat u deze in huis haalt; Ventileer uw woning goed en zorg voor een niet te hoge temperatuur. De kakkerlak voelt zich prima bij 25'C; Berg uw voedsel en afval goed op zodat kakkerlakken er niet bij kunnen komen. Als u voorraadbussen gebruikt kan er ook geen ander ongedierte bijkomen; Maak uw keuken regelmatig en grondig schoon. Maak kieren, naden en doorvoeropeningen van leidingen dicht. Wering Door een goede hygiëne en het attent zijn op de aanwezigheid van kakkerlakken in binnen gebrachte goederen en producten kan men voorkomen, dat kakkerlakken zich in objecten tot grote aantallen vermeerderen. Een goed uitgevoerde bestrijding kan de overlast dan wegnemen. Bestrijding Na een grondige inspectie en inventarisatie in het object wordt een bestrijdingsplan opgesteld. In overleg met gebruikers/bewoners van het gebouw worden afspraken gemaakt over tijdstip van actie, voorbereiding e.d. Ter doding van de kakkerlakken wordt een lokaasgel toegepast welke op alle mogelijke schuilplaatsen aangebracht zal worden. Deze door de overheid toegelaten middelen mogen alleen door ter zake deskundige bestrijdingstechnici worden gebruikt. Betrokkenen worden vooraf van de te treffen maatregelen op de hoogte gebracht.
    Uiterlijk Deze kakkerlakkensoort is lichtbruin van kleur en heeft twee duidelijke zwarte lengtestrepen op het borstschild. Lange antennen, grote vleugels. Ca. 12 – 16mm lang. De […]
  • Graag bij uw huisdier Bijna iedere hond of kat heeft wel een paar vlooien. Soms merk je daar weinig van, maar bij warm weer kan een vlo in vier weken duizenden nakomelingen krijgen, die allemaal op zoek gaan naar eten: bloed! Bij een vlooienplaag in huis is de boosdoener bijna altijd de kattenvlo, die zijn kaken ook graag in honden of andere huisdieren zet. Leefwijze Het vrouwtje legt haar kleine witje eitjes in de mand van het huisdier of op de grond. De larven die uit de eitjes komen zoeken beschutting in naden of kieren of onder de rand van de vloerbedekking. De larven eten organisch materiaal, wat o.a. in huisstof voorkomt. Van hun eigen speeksel spinnen de larven een cocon. Na 8-14 dagen komt de volwassen vlo uit zijn cocon. Merkwaardig is dat als de cocon absoluut met rust gelaten wordt, de vlo in een soort slaaptoestand in de cocon blijft. Dit kan wel een heel jaar duren. Dit verklaart het soms massale optreden van vlooien, wanneer een gebouw enige tijd onbewoond is geweest of na een vakantie als de woning weer door mens of dier wordt betreden. Een volwassen vlo voedt zich met bloed van huisdieren. De vlo is een ware springer, soms tot 30 cm. ver. Soms springt de vlo per ongeluk op de mens, wat huidirritaties oplevert. Hij bijt, maar is kieskeurig want ons bloed lust hij niet. Wat doe je ertegen? Probeer de huisdieren vrij te houden van vlooien. De dierenbescherming kan u adviseren. De stofzuiger is het beste wapen tegen de vlooienplaag. Denk aan naden, kieren maar ook langs de plinten zorgvuldig stofzuigen. Als u langdurig de woning verlaat, bijv. op vakantie gaat, dan tevoren zeer grondig de woning stofzuigen en de inhoud van de stofzuigerzak vernietigen. De nest- of slaapplaatsen, matten of kleedjes, maar ook de huisdiermanden regelmatig schoonmaken en/of uitkloppen. Ook kunt u matten of kleden in de zon hangen. Bestrijding Als de vlooienplaag in uw woning aanhoudt kunt u de Plagen Preventie Dienst inschakelen voor een bestrijdingsactie. Hierbij wordt van u verwacht dat u voor de afspraak goed stofzuigt. Als u een aquarium heeft dient u de luchtpomp uit te zetten en het aquarium af te dekken. De gehele woning wordt behandeld tegen de vlooien. U dient, met huisgenoten en huisdieren, voor een periode van twee uur de woning te verlaten om gezondheidsrisico's uit te sluiten. Als u na twee uur terugkomt moet u de woning goed ventileren. Zet alle ramen en deuren tegen elkaar open. Liever een paar dagen niet stofzuigen zodat het middel goed zijn werking kan doen. Voor u uw woning weer betreedt, is het verstandig om ook uw huisdier vlo-vrij te maken.
    Graag bij uw huisdier Bijna iedere hond of kat heeft wel een paar vlooien. Soms merk je daar weinig van, maar bij warm weer kan een […]
  • Algemeen Slapeloze nachten door zoemende steekmuggen die zich maar al te graag te goed doen aan uw bloed zijn 's zomers bepaald geen uitzondering. Het gevolg: jeukende muggenbulten die soms nare huidirritaties en soms zelfs ziekten kunnen veroorzaken. Steekmuggen zijn actief op tijden dat u graag wilt slapen, is nachts dus. De wijfjes worden aangetrokken door het transpiratievocht op uw huid en steken. Ammonia op de steekplaats vermindert pijn en jeuk. van de mannetjes zult u weinig last hebben, die voeden zich voornamelijk met plantensappen. Muggen zijn van het vroege voorjaar tot laat in de herfst de meest geziene soorten ongedierte in uw huis. De larven van muggen ontwikkelen zich in ondiep en stilstaand water. Ze vermenigvuldigen zich razendsnel en zijn vooral in de zomer een ware plaag voor klein en groot. De bevruchte wijfjes overwinteren in kelders en op andere beschutte, vochtige plaatsen. Voorkomen Op alle plaatsen waar water langer dan een week blijft staan, kunnen muggen zich ontwikkelen. Maak dus deze plekken droog, denk ook aan emmers, bloembakken, goten enz. Lekkages opheffen. Ramen en deuren Is nachts zoveel mogelijk gesloten houden of voorzien van horren. In vijvers vissen aanbrengen als natuurlijke vijand. Overdag kamers flink ventileren. Onbedekte huid insmeren 'met muggenafweermiddel.
    Algemeen Slapeloze nachten door zoemende steekmuggen die zich maar al te graag te goed doen aan uw bloed zijn ’s zomers bepaald geen uitzondering. Het gevolg: […]
  • Algemeen Behalve in woonhuizen kunnen deze kakkerlakken in levensmiddelenbedrijven, bakkerijen hotels, restaurants, ziekenhuizen, wasserijen, e.d. In grote aantallen voorkomen. Ze verspreiden een onaangename geur die ook door levensmiddelen wordt opgenomen; de geur wordt veroorzaakt door het uitscheidingsproduct van een rugklier. Oosterse kakkerlakken (ook wel bakkerstorren genoemd) zijn alles eters en voeden zich onder meer met onze levensmiddelen, doch ze kunnen ook leven van dode dieren, uitwerpselen en afvalstoffen. Kakkerlakken kunnen dragers zijn van bacteriën en mijten. Mede omdat ze In aanraking komen met allerlei vuil, kunnen ze onder bepaalde omstandigheden ziekten overbrengen. Hun aanwezigheid in de directe omgeving van de mens is volstrekt ongewenst. In de tropen zijn het opruimers in de natuur en zij dienen daar tevens als voedsel voor grotere dieren o.m. voor vogels. Uiterlijk en leefwijze Een volwassen Oosterse kakkerlak is 20-27 mm lang. De kleur Is roodbruin tot zwart, de larven zijn het meest donker. Alleen het mannetje bezit goed ontwikkelde vleugels, maar kan niet vliegen. Door die vleugels is het mannetje vaak wat lichter van kleur. De oosterse kakkerlak komt niet alleen in bakkerijen voor, maar ook onder meer in restaurants, hotels, wasserijen en woningen. De voorkeurstemperatuur is 20'C - 29'C. Vele kakkerlakkensoorten zijn lichtschuw, ook oosterse kakkerlakken. Overdag houden zij zich schuil op donkere, warme plaatsen: achter de kachel, oven of centrale verwarming, in keukenkasten, verwarmingskelders, muurspleten nabij warmwaterleidingen, in badkamers en putjes, bij aquaria, e.d. 's Nachts gaan zij op zoek naar voedsel via openingen en gaten langs verwarmings- en waterleidingbuizen. Voorraden maken ze niet, doch ze foerageren elke nacht, waarbij ze zich zeer snel verplaatsen. Bij gebrek aan voedsel knagen ze aan papier (boeken) en leer. Ontwikkeling De ontwikkeling van dit insect duurt vrij lang. Het wijfje draagt de eieren in een ei-pakket (cocon), dat er ca. 16 bevat, hoogstens 5 dagen aan het achterlijf met zich mee vóór ze het op een gunstige plaats afzet. Volwassen wijfjes produceren gemiddeld 8 ei-pakketten gedurende hun levensduur van 35-180 dagen. Ongeveer 2-3 maanden na het afwerpen van de cocon, komen de vleugelloze larven uit, die via 7-8 vervellingen een zeer lange ontwikkelingsperiode, afhankelijk van de omstandigheden, van 1-4 jaar doorlopen eer ze volwassen zijn. De gedaanteverwisseling is onvolledig, d.w.z. dat de larven bij de geboorte op het volwassen insect (imago) lijken en alleen In grootte door het ontbreken van vleugels daarvan verschillen. Bij de laatste vervelling komen de vleugels, bij de oosterse kakkerlak alleen bij het mannetje volledig, tot ontwikkeling. Het ei-pakket is grijsbruin, 10 x 5 x 3 mm en is aan de bovenzijde voorzien van een getande naad, die bij het uitkomen van de larven openbreekt. Dat de temperatuur bij de ontwikkeling een belangrijke rol speelt, blijkt uit het feit, dat enkele graden verschil die ontwikkeling maanden kunnen versnellen of vertragen. Voor kou zijn ze gevoelig; een temperatuur van -4'C gedurende ca. 15 uur is doorgaans fataal. Wering De verspreiding van kakkerlakken vindt o.m. plaats door het binnenbrengen van meermalen gebruikte dozen, manden, kisten, containers, etc., met bagage en door verhuizingen en transporten. Behalve door te trachten te voorkomen de insecten binnen te brengen, kan tot wering van kakkerlakken bijdragen het o.m. door zorgvuldige hygiëne beperken van voedselaanbod. Allereerst kan men daar waar de kakkerlakken hun voedsel vinden, meestal de keuken, zorgen dat 's nachts geen eten of etensresten te vinden zijn. Etenswaren in goed afgesloten schalen, blikken, plastic dozen of in de koelkast opbergen. Etensresten en keukenafval opruimen. Vuilnisemmers zorgvuldig afsluiten en bij voorkeur 's nachts buiten zetten. Het dichten van doorvoeropeningen van leidingen e.d. kan bijdragen tot het beperken van de verspreiding van de kakkerlakken in een gebouw. Bij planning van nieuwbouw en Inrichting van keukens, badkamers, restaurants, bars, ziekenhuizen en bejaardentehuizen, dient men het creëren van voor insecten geschikte schuilplaatsen zo goed mogelijk te voorkomen. Ook dient een zo gunstig mogelijke situering van b.v. keukens van bedrijven en inrichtingen te worden gekozen ten opzichte van andere delen van het gebouw en voor een droge koele opslagplaats voor levensmiddelen te worden zorggedragen. Bestrijding Voordat overgegaan wordt tot een bestrijdingsactie dient een onderzoek te worden ingesteld naar de omvang van de verspreiding van kakkerlakken binnen het betrokken gebouw, alsook in de aangebouwde panden. In flatgebouwen vindt de verspreiding allereerst in verticale richting plaats via leidingkokers etc. Voor dat onderzoek kan gebruik worden gemaakt van lijmvallen. Na deze inventarisatie kan EWS overgegaan worden tot het opstellen van het bestrijdingsplan (volgorde van behandeling, toe te passen bestrijdingsmethode en toegelaten middelen, etc.) en de voorlichting aan de betrokkenen. Meer informatie kunt u vinden op onze pagina voor de bestrijding van kakkerlakken. Nazorg Aanbevolen wordt om door een deskundige van EWS ca. 6-8 weken na de behandeling te laten controleren of een nabehandeling nodig is. De bewoners/gebruikers van de behandelde ruimten dienen na de inspectie/nabehandeling attent te blijven op kakkerlakken en het eventueel signaleren ervan zo snel mogelijk te melden. Nadat de bestrijdingsactie is uitgevoerd, kan men in kwetsbare objecten als levensmiddelenbedrijven e.d. kakkerlakkeninfiltraties signaleren met b.v. lijmvallen.
    Algemeen Behalve in woonhuizen kunnen deze kakkerlakken in levensmiddelenbedrijven, bakkerijen hotels, restaurants, ziekenhuizen, wasserijen, e.d. In grote aantallen voorkomen. Ze verspreiden een onaangename geur die ook […]
  • Algemeen De kamervlieg en de kleine kamervlieg zijn de twee vliegensoorten die in Nederland het meest binnenshuis voorkomen. De kamervlieg (ook wel huisvlieg genoemd) heeft een lengte van 7-8mm, een grijs borststuk (thorax) met 4 zwarte strepen en een achterlijf dat aan de basis geel is (bij het wijfje minder). De kleine kamervlieg is slanker, heeft een lengte van 5-7mm, een bruine thorax en een achterlijf met drie gele ringen en driehoekige rugvlakken. Beide vliegensoorten zijn alleseters en komen voor op o.a. mest, afval, dode dieren en voedingsmiddelen. Leefwijze Alle vliegensoorten ondergaan een volkomen gedaanteverwisseling (metamorfose). Dit wil zeggen dat deze insecten 4 levensstadia doorlopen tijdens hun ontwikkeling tot volwassen vlieg nl: ei, larve, pop en imago (volwassen insect). Het wijfje van de kamervlieg legt 600-2000 1mm. lange eitjes in series van 100-150. Het wijfje van de kleine kamervlieg legt 200-600 eitjes in groepjes van 30-70 per keer. De eitjes worden gelegd op allerlei rottend materiaal zoals uitwerpselen of afval. Na 1-3 dagen komt de larve uit het eitje en begint zich te voeden met het rottend materiaal, waarna zij zich na ca. 1 week begint te verpoppen. Het popstadium duurt 3-8 dagen bij de kamervlieg en 10-30 dagen bij de kleine kamervlieg. De mannetjes sterven kort na de paring, de wijfjes leven 2-3 maanden. Schade Naast het feit dat vliegen zeer hinderlijk kunnen zijn, staan ze ook te boek als beruchte ziekteverspreiders. Aan poten, monddelen en haren, alsmede via de uitwerpselen, nemen ze allerlei ziekteverwekkende bacteriën en virussen mee, die een gevaar opleveren voor mens en huisdier. Wering Veel vliegenoverlast is te minimaliseren door de juiste weringsmaatregelen te treffen bijv.: Afval tijdig verwijderen. Goed afsluitbare afvalemmers en -containers gebruiken. Op boerderijen mest z.s.m. afvoeren en mestgoten en stalvloeren schoonhouden. Voedingsmiddelen en grondstoffen daarvoor niet onafgedekt laten staan. Waar mogelijk vliegengaas aanbrengen, horren lintgordijnen of flapdeuren plaatsen. Bestrijding Bestrijding van vliegen is alleen zinvol nadat de nodige weringsmaatregelen getroffen zijn. Er bestaan veel verschillende methodes om vliegen te bestrijden o.a.; vliegenstrips, elektrische vliegendoders, vliegenvallen voor binnen of buiten, behandeling van rustplaatsen van vliegen met insecticide en behandeling van mest ter bestrijding van maden. De EWS bestrijdingstechnicus zal u graag informeren welke methodes voor uw situatie het meest geschikt zijn.
    Algemeen De kamervlieg en de kleine kamervlieg zijn de twee vliegensoorten die in Nederland het meest binnenshuis voorkomen. De kamervlieg (ook wel huisvlieg genoemd) heeft een […]
  • Algemeen De hondenteek is van origine afkomstig uit Afrika, maar komt nu algemeen in de tropen en de subtropen voor, o. a. in het Middellandse Zeegebied. De soort komt ook zeer algemeen voor in de Verenigde Staten van Amerika ("brown dog tick") In ons land zijn ze in de zestiger jaren met honden geïmporteerd. Deze tekensoort heeft een duidelijke voorkeur voor honden en zal zich bij de mens niet kunnen handhaven. De levenscyclus verloopt bij ons geheel binnenshuis. Uiterlijk imago: 8 poten; roodbruin van kleur; ca. 8 mm lang in volgezogen toestand en   dan blauwgrijs van kleur.   nimfen: 8 poten en roodbruin van kleur, in volgezogen toestand donkergrijs.   larve: 6 poten; in volgezogen toestand blauw van kleur. Ontwikkeling Onvolledige gedaanteverwisseling. Eistadium eieren worden door de vrouwelijke teek na bevruchting afgezet in   naden en kieren van plafonds, e.d.; deze teken hebben sterk de neiging naar   boven te kruipen. Een wijfje kan in haar leven 1000-3000 eitjes afzetten.   Larvenstadium na 19 tot 60 dagen (afhankelijk van temperatuur en vochtigheid)   komen uit de eitjes kleine, 6-potige larven. Deze larven zijn actief op zoek   naar voedsel en hechten zich, zodra de gelegenheid zich voor doet, vast aan   een hond. In 3-6 dagen vullen de larven zich met bloed, waarna ze zich laten   vallen en zich verbergen in naden kieren.   Nimfenstadium na de bloedmaaltijd vervellen de larven in 6-23 dagen tot   8-potige nimfen. Na enige dagen van inactiviteit hechten de nimfen zich vast   aan honden en zuigen zich daar gedurende 4 tot 9 dagen vol met bloed. Na. deze   bloedmaaltijd verlaten ze de gastheer en verbergen zich.   Nimfen vervellen na de voedselopname in 12 tot 29 dagen tot volwassen teken.   Volwassen teken zijn zeer actief als ze verstoord worden. Ze zoeken naar een   gastheer, hechten zich vast en blijven daar gedurende 6-50 dagen. Na een   bloedmaaltijd start bij het wijfje de eiproductie. Levensduur tot enige jaren.   Hongerperiode tot 200 dagen. Leefwijze Hondenteken komen in ons land vrijwel niet in de vrije natuur voor, maar wel vooral waar honden leven. In Nederland kunnen ze zich in verwarmede gebouwen handhaven. In woningen: verscholen in naden en kieren van muren, achter plinten, onder drempels, plafondranden. voedsel: bloed van honden; soms komen deze teken voor op ratten en muizen. Schade/hinder De hondenteek kan bij uitzondering de mens als gastheer verkiezen. Deze tekensoort kan in verschillende delen van de wereld ziekten overbrengen (van hond tot hond); tot deze ziekten behoren o.a. de ricketsiosen, waarmee ook de mens besmet kan worden. Verspreiding Met name via de hond, die gemakkelijk de hondenteek oppikt in objecten, waar deze zich ophouden. ook tijdens de vakantie rond de Middellandse Zee in caravans, tenten, e.d. Wering Een regelmatige controle op de aanwezigheid van teken op of bij de hond.na signalering van deze teken dierenarts raadplegen. Bestrijding Er zijn middelen in de handel ter bestrijding van teken op honden op basis van o.a. propoxur. In woningen, waar deze teken zijn aangetroffen dient na inventarisatie van het object een bespuiting te worden uitgevoerd met middelen op basis van deltamethrin, permethrin of cyfluthrin. Men dient daarbij ook een zolder niet te vergeten. Controle na de verdelgingsactie is gewenst; er kan indien nodig tot een tweede behandeling worden overgegaan; eveneens dient men door de hond bezochte objecten te onderzoeken.
    Algemeen De hondenteek is van origine afkomstig uit Afrika, maar komt nu algemeen in de tropen en de subtropen voor, o. a. in het Middellandse Zeegebied. […]
  • Deze algemene vliegensoort dankt zijn naam aan zijn gewoonte om in grote aantallen gezamenlijk in gebouwen te overwinteren. De klustervlieg lijkt op een sterk uitgegroeide kamervlieg met veel goudkleurige haartjes op de thorax (borststuk). Leefwijze De volwassen vrouwtjes leggen hun eitjes op vochtige grond, onder rottende bladeren e.d. Na ongeveer een week komen de larven uit en gaan actief op zoek naar regenwormen waar ze zich aan vast houden en vervolgens een gaatje in boren. De made ontwikkelt zich binnen in het lichaam van de regenworm. Als de regenworm dood of bijna dood is boort de made zich een weg naar buiten en verpopt zich in de grond. De levenscyclus van de klustervlieg is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden; twee generaties per jaar is normaal, maar als de zomer erg warm is kunnen vier generaties per jaar voorkomen. De volwassen klustervlieg voedt zich met de nectar van bloemen. Schade/hinder Tijdens de zomer en het begin van de herfst veroorzaken klustervliegen slechts zelden overlast. Als het weer koeler wordt zoeken ze beschutting in hoeken en gaten in huizen en andere gebouwen. Naarmate de temperatuur verder daalt zoeken ze meer bescherming en vormen vaak enorme klusters van duizenden vliegen. Het komt regelmatig voor dat hetzelfde gebouw ieder jaar opnieuw door de vliegen gebruikt wordt om te overwinteren. Klustervliegen veroorzaken geen schade maar zijn door de grote aantallen wel bijzonder hinderlijk.
    Deze algemene vliegensoort dankt zijn naam aan zijn gewoonte om in grote aantallen gezamenlijk in gebouwen te overwinteren. De klustervlieg lijkt op een sterk uitgegroeide kamervlieg […]
  • Algemeen De vertegenwoordigers van de familie Sphaeroceridae waartoe de latrinevlieg behoort, noemt men in Amerika kleine mestvliegen. Dit is wel een juiste benaming, want deze vliegjes treft men vaak in grote aantallen aan onder meer op en bij dierlijke uitwerpselen. Uiterlijk en leefwijze Deze kleine, donker gekleurde vliegjes ontwikkelen zich op zeer vochtige plaatsen, daar waar de bodem verontreinigd is door rottend organisch materiaal. Dergelijke broedplaatsen worden in woningen onder meer gevormd daar waar de afvoer van de gootsteen lek is of als er iets mankeert aan de afvoer van de toiletten. De vliegjes kunnen zich ook in de omgeving van woningen ontwikkelen o.a. in mesthopen en in stallen. Wering/bestrijding De enige effectieve bestrijding bestaat uit het opzoeken van de broedplaats(en) en het saneren daarvan. In geval van lekkage van gootsteen of toiletten kan men het verontreinigde materiaal uit de kruipruimte trachten te verwijderen of af te dekken met een laag schoon zand. Wanneer de vliegjes zich buiten de woning ontwikkelen dient zoveel mogelijk aandacht aan de wering te worden besteed, onder meer door horren in open ramen aan te brengen. Mestopslag in de directe omgeving van woningen dient men te vermijden, of de mest moet goed worden afgedekt. In stallen dient men een goede hygiëne te betrachten. Eventueel kan men daar overgaan tot een bestrijding van de vliegenlarven (maden) in de mest met behulp van daartoe toegelaten bestrijdingsmiddelen. Indien de bestrijdingsactie, uitgevoerd aan de hand van dit advies onvoldoende resultaat mocht geven, kunt u altijd contact opnemen met EWS.
    Algemeen De vertegenwoordigers van de familie Sphaeroceridae waartoe de latrinevlieg behoort, noemt men in Amerika kleine mestvliegen. Dit is wel een juiste benaming, want deze vliegjes […]
  • Algemeen De huisstofmijt komt in Nederland zeer algemeen voor in woningen, bedrijfspanden etc. Tot ongeveer 1900 werd de huisstofmijt alleen aangetroffen in gelooide huiden, maar sinds de jaren zestig worden zij ook veelvuldig gesignaleerd in huisstof, matrassen en met stof beklede banken en stoelen. De huisstofmijt leeft van schilfertjes van de menselijke huid. Een temperatuur van ongeveer 25 graden is voor de huisstofmijt ideaal, dus de uitvinding van de centrale verwarming en isolatie van woningen werken in zijn voordeel. Daarnaast is een luchtvochtigheid van 50-75 % gewenst. Normaal gesproken komt de huisstofmijt in aanvaardbare aantallen voor in een woning. Afhankelijk van o.a. bovenstaande factoren kan dat echter zeer grote vormen aannemen. De laatste jaren wordt duidelijk dat een groot deel van de toename van allergische reacties bij mensen (zoals astma) wordt veroorzaakt door de huisstofmijt. Met name de uitwerpselen en vervellingshuidjes van de huisstofmijt zijn de boosdoeners. Circa 10 % van de bevolking is overgevoelig voor de huisstofmijt. Allergische personen kunnen eczeem oplopen. Wering Belangrijk is dat de luchtvochtigheid onder de 50 % blijft. Dit maakt het de huisstofmijt erg lastig. De wasdroger (luchtvochtigheid) moet een afvoer naar buiten hebben. Daarnaast dient bij voorkeur te worden gekozen voor meubilering en stoffering die zo min mogelijk stoffig is. Ook dient regelmatig geventileerd te worden en dienen organische materialen in matrassen, isolatieruimten en vloerbedekking zoveel mogelijk beperkt te worden. Met behulp van een bij de apotheek verkrijgbare test is het mogelijk uit te vinden of er huisstofmijt aanwezig is, waar de grootste concentratie zich bevindt en of wering en/of bestrijding noodzakelijk is. Bestrijding Bestrijdingsmiddelen hebben over het algemeen geen blijvende werking tegen huisstofmijt. Wel kan een bestrijding leiden tot het onder controle houden van de populatie en daarmee de overlast tot een minimum beperken. Het belangrijkste is echter de weringsmaatregelen uit te voeren na een bestrijding. Daarmee houdt u, nadat de populatie weer tot een acceptabele omvang is teruggebracht, de populatie onder controle.
    Algemeen De huisstofmijt komt in Nederland zeer algemeen voor in woningen, bedrijfspanden etc. Tot ongeveer 1900 werd de huisstofmijt alleen aangetroffen in gelooide huiden, maar sinds […]
  • Algemeen Het ovenvisje Thermobia domestica Packard komt vrij algemeen voor in   verwarmde gebouwen het ovenvisje kan gemakkelijk verward worden met het zilvervisje. Uiterlijk Een vleugelloos insect: lengte tot ca. 12 mm; het lichaam is bedekt met   fijne schubben; het insekt heeft 2 lange antennen aan de kop en 3 lange   aanhangsels aan het achterlijf; kruipt met snelle, slangachtige bewegingen grijsachtig van kleur en duidelijk gespikkeld aan de rugzijde. Ontwikkeling Onvolledige gedaanteverwisseling. eistadium: de eieren worden in hoopjes afgezet; afmetingen ca. lx 0,8 mm; bij   temperaturen beneden 22°Celsius komen de eitjes niet uit larvale stadium: het aantal stadia is variabel (tot 13 stadia); onder optimale   omstandigheden (37° en 80% rel. vochtigheid) duren de jongere stadia ca. 2 - 5   dagen en de oudere stadia tot 8 dagen levensduur: afhankelijk van temperatuur en vochtigheid tot 2,5 á 3 jaar;   tijdens het volwassen stadium vinden nog steeds vervellingen plaats (tot ca.   60 maal). Leefwijze Lichtschuw; leven overdag verscholen voedsel: voornamelijk koolhydraten, zoals zetmeel, suikers, enz. Daarnaast is   er een (geringe) behoefte aan eiwit en vetten temperatuur: bij voorkeur 32 - 38°Celsius; ook 42°Celsius wordt goed verdragen relatieve luchtvochtigheid: eieren kunnen nog uitkomen bij 11% rel.   luchtvochtigheid; echter voorkeur voor 33% en hoger. Totale ontwikkeling vindt plaats bij 50% rel. vochtigheid. Schade Indien ovenvisjes in grote aantallen voorkomen (droge, warme omgeving) dan kunnen ze aanzienlijke schade veroorzaken aan o.a. papier, behang, boeken, affiches, producten van synthetisch materiaal, zoals kleding, wandbedekking e.d. Verspreiding Ovenvisjes komen vrij algemeen voor en kunnen op allerlei manieren met producten en materialen meekomen. Wering & bestrijding Temperaturen zo laag mogelijk houden algemene hygiëne. Een behandeling van alle naden en kieren in de woning met een residueel werkend bestrijdingsmiddel. (bij geschakelde woningen alle aaneengesloten woningen behandelen)
    Algemeen Het ovenvisje Thermobia domestica Packard komt vrij algemeen voor in   verwarmde gebouwen het ovenvisje kan gemakkelijk verward worden met het zilvervisje. Uiterlijk Een vleugelloos insect: […]
  • Algemeen Springstaarten zijn zeer kleine insecten, zelden groter dan 5mm. Ze hebben hun naam te danken aan het feit, dat vrijwel alle soorten beschikken over een gevorkt apparaat aan het achterlijf waarmee ze in staat zijn grote sprongen te maken. Een springstaart van bv. 5 mm. lengte springt wel 8 cm. ver. Een aantal veel voorkomende soorten, die in hun leefwijze grote overeenkomsten vertonen, behoren tot de families Entomobryidae, Isotomidae, Onychiuridae en Sminthuridae (bolvormige springstaarten). Leefwijze Springstaarten leven vooral op plaatsen waar een hoge relatieve luchtvochtigheid heerst. Ze voeden zich met rottend plantaardig materiaal, maar ook met mos, algen en schimmels. Ze worden voornamelijk aangetroffen in de bovenste bodemlaag, tussen strooisel, gras, grind, e.d. Vooral in kassen, als de grond is dicht geslempt, krijgen de springstaarten een kans omdat er dan volop voedsel voor hen te vinden is. Springstaarten zijn vleugelloze insecten. In kleine aantallen worden ze nauwelijks opgemerkt vanwege hun geringe afmetingen. Ze kunnen echter ook in grote aantallen voorkomen. Dit laatste treedt voornamelijk op bij zomerse weersomstandigheden. Sommige soorten kunnen echter ook bij temperaturen rond het vriespunt nog actief zijn. Springstaarten zijn onschadelijk voor mens en dier. Ze steken of bijten niet. Ook zijn er geen gevallen bekend waarbij huidirritatie optreedt veroorzaakt door deze insecten. Wering en bestrijding Wanneer in gebouwen overlast wordt ondervonden van springstaarten zal men de ontwikkelingsplaats moeten opsporen. Een drietal mogelijke ontwikkelingsplaatsen zijn: In de strooisel laag van de tuin, eventueel langs de gevel van het gebouw, mosbegroeiing op gevels of (vooral) op dichtbij staande zware bomen; op platte daken en in dakgoten. Vooral als er periodiek water blijft staan en   er alg- of mosgroei optreedt is deze ontwikkelingsplaats ideaal voor deze   insecten; in huis, als de atmosfeer bijvoorbeeld vanwege de aanwezigheid van zeer veel   planten erg vochtig is, kan men ze o.a. in de sierpotten aantreffen. De beste bestrijding bestaat uit het weren van deze insecten. Eventuele alg-, schimmel- of mosgroei zal men tegen moeten gaan. Platte daken en dakgoten dient men schoon te houden. In huis kunnen springstaarten vanwege de daar vaak voor hen te droge omstandigheden niet overleven. Eventueel aanwezige exemplaren kan men met behulp van een stofzuiger wegvangen. Dit alles maakt een bestrijding met chemische middelen overbodig.
    Algemeen Springstaarten zijn zeer kleine insecten, zelden groter dan 5mm. Ze hebben hun naam te danken aan het feit, dat vrijwel alle soorten beschikken over een […]
  • Algemeen Bijen komen in geheel Nederland voor, meestal zijn dit de zogenaamde honingbijen (Apis mellifera L.). Deze honingbijen zijn zeer nuttig voor het bestuiven van planten en cultuurgewassen. Het voedsel van de bij bestaat immers uit stuifmeel en nectar van bloemen. Vliegend van bloem tot bloem zorgen zij voor de bestuiving. Met name het verzamelen van honing is een activiteit waar de mens erg van profiteert. De koningin zorgt voor het voortbrengen van nageslacht. Als zich voldoende jonge koninginnen in het nest hebben ontwikkeld, verlaat de oude koningin met een gedeelte van het bijenvolk het nest op zoek naar een nieuw onderkomen. Het gehele bijenvolk, met uitzondering van de mannetjes, verblijft gedurende de koude wintermaanden in hun korf/nest. De mannetjes worden in de herfst gedood of de korf uitgejaagd. Dat is de periode waarin geen bevruchtingen meer plaatsvinden waardoor de mannetjes overbodig zijn geworden. et bijenvolk leeft in kolonies en kan zich op de meest onwaarschijnlijk plekken vestigen. Wanneer u een zwerm aantreft, is het beste dat u kunt doen EWS waarschuwen die dan mogelijk het nest in zijn geheel kan weghalen en verplaatsen. Alleen wanneer dat niet mogelijk is en de bijen overlast veroorzaken, wordt ingegrepen met bestrijdingsmiddelen. Bijen zijn in principe niet gevaarlijk voor mensen. Zij zullen zich wel verdedigen wanneer zij worden aangevallen. Deskundige hulp De professionele ongediertebestrijder van EWS komt bij u aan huis en kijkt welke behandeling de meest doeltreffende is. Aan de hand van deze diagnose zal hij het nest behandelen. Hierbij krijgt u de garantie dat het nest op een verantwoorde wijze wordt behandeld en dat deze behandeling werkt.
    Algemeen Bijen komen in geheel Nederland voor, meestal zijn dit de zogenaamde honingbijen (Apis mellifera L.). Deze honingbijen zijn zeer nuttig voor het bestuiven van planten […]
  • Algemeen De naam stofluizen is verwarrend, want deze insecten hebben niets met luizen te maken en evenmin iets met stof. Ze behoren tot een aparte orde binnen het insectenrijk. Veel soorten komen zeer algemeen voor. De aanwezigheid van enkele stofluizen in een vertrek of in opgeslagen producten kan op zichzelf in het geheel geen kwaad. Zij vormen geen gevaar voor de gezondheid. Hun aanwezigheid is echter een duidelijke aanwijzing, dat de ruimte waarin zij worden aangetroffen of het product waarin zij voorkomen, te vochtig is. Uiterlijk Stofluizen zijn kleine insecten. Ze zijn maximaal 4 mm lang. De kleur is wit, grijs of bruin. Sommige soorten zijn gevleugeld; andere soorten beschikken slechts over vleugelstompjes of zijn geheel vleugelloos. Ze kunnen zich snel verplaatsen, maar doen dit veelal schoksgewijs. De jonge stadia van stofluizen lijken reeds sterk op de volwassen exemplaren. Ontwikkeling De ontwikkelingsduur van ei tot volwassen insect is afhankelijk van temperatuur en vochtigheid en kan per soort sterk verschillen. Onder optimale omstandigheden kan deze ontwikkeling echter binnen een maand worden voltooid. Als men daarbij bedenkt dat ieder wijfje soms wel 100 eieren kan leggen, behoeft het geen verbazing te wekken dat ze zich plaatselijk zeer snel kunnen vermeerderen. Leefwijze Stofluizen leven van schimmels, die zich ontwikkelen op in vochtige toestand opgeslagen materiaal of in ruimten die vochtig zijn. Zij treden soms in grote aantallen op in vochtige woningen, pakhuizen en boerderijen. voorts kunnen zij voorkomen in herbaria, insectenverzameling, tussen vochtig papier, in oude boeken en in vochtige vullingen van matrassen en kussens, in biezen matten en andere vloerbedekking van plantaardige herkomst. Als stofluizen in grote aantallen optreden kunnen ze enige materiële schade aanrichten. In rieten dakbedekking van huizen en boerderijen kunnen stofluizen soms in grote aantallen voorkomen. Bij een goede ventilatie zal zich hier een natuurlijk evenwicht instellen tussen de stofluizen en de zich met stofluizen voedende roofinsecten en -mijten. Wering en bestrijding De enige afdoende bestrijdingsmethode bestaat uit het opruimen of drogen van het materiaal waarin de schimmels voorkomen en het droog maken en droog houden van de ruimte waarin zij zich bevinden. Dit laatste kan men bereiken door flink te luchten bij droog weer of eventueel droog stoken. Pas gebouwde huizen hebben vaak een betonen vloer die nog niet geheel droog is. Soms is een stagnerende ventilatie van kruipruimte en/of spouwmuur de oorzaak. Ook optrekkend vocht in een buitenmuur of condensatie van waterdamp op een muur kunnen een oorzaak zijn. In dergelijke gevallen is wellicht een bouwtechnisch advies noodzakelijk. Een bron voor schimmelgroei is niet afgewerkt spaanplaat in keukenblokken of kasten, met name zijkanten van werkbladen en onderkanten van kasten. Dit materiaal neemt door het schoonmaken met water vocht op waardoor schimmelgroei ontstaat. Goed drogen bv. met een heteluchtkachel, föhn o.i.d. en daarna afdichten met daarvoor geëigend materiaal zal het probleem oplossen. Toepassing van insecticide heeft weinig zin, aangezien na kortere of langere tijd weer stofluizen zullen optreden. De bespuiting zou dus meerdere malen moeten worden herhaald met alle bezwaren daaraan verbonden. Een blijvende oplossing wordt alleen verkregen door het verlagen van de relatieve vochtigheid in de ruimten met stofluizen. Vochtige pallets kunnen door verhitting tot ca. 50 C gedurende tenminste een half uur gedroogd worden, waardoor de aanwezige stofluizen worden gedood.
    Algemeen De naam stofluizen is verwarrend, want deze insecten hebben niets met luizen te maken en evenmin iets met stof. Ze behoren tot een aparte orde […]
  • Algemeen Mieren behoren tot de orde van de Hymenoptera of vliesvleugelige. Het zijn sociaal levende, statenvormende insecten. Een mierenstaat omvat in de regel een aantal, in verband met hun werkzaamheden, sterk gespecialiseerde individuen. De werksters Dit zijn onvruchtbare vrouwelijke exemplaren. Hun plicht is te zorgen voor de voedselvoorzieningen van de staat. Het zijn deze werksters die ons door hun omzwervingen op zoek naar voedsel last veroorzaken. Als een werkster een rijke voedselbron heeft gevonden, maakt zij de overige werksters hierop attent, die dan langs een door de vindster aangegeven spoor naar de bron gaan om hulp te bieden bij het binnenhalen van het gevonden voedsel. Zo ontstaan de zgn. mierenstraten. Deze geven dus de richting aan waarin men het mierennest moet zoeken, een waardevol gegeven bij de bestrijding. Naast de zorg voor de voedselvoorziening hebben de werkster tot taak de verzorging van de koningin en het broed. Een of meerdere koninginnen Dit zijn vruchtbare vrouwelijke individuen die als eerste tot taak hebben te zorgen voor de instandhouding van de soort. Zij leggen de eieren. Gewoonlijk komt de koningin, als de staat normaal gevestigd is, niet meer buiten het nest. De koninginnen zijn in het algemeen aanzienlijk groter dan de werksters. Mannetjes en jonge koninginnen Alle exemplaren zijn gevleugeld. Zij dragen zorg voor het in stand houden van de soort en het stichten van nieuwe kolonies. Bij tuinmieren (Lasius-soorten) zijn zij in de maanden juli tot september in het nest aanwezig. Bij gunstige weeromstandigheden vliegen ze uit; de zgn. bruidsvlucht. Tijdens die vlucht vindt de bevruchting plaats. Daarna sterven de mannetjes. De bevruchte wijfjes zoeken een geschikte plaats om te overwinteren en proberen in het voorjaar een nieuwe kolonie te stichten. – Bij bepaalde mierensoorten komen ook nog soldaten voor. Dit zijn onvruchtbare vrouwelijke exemplaren, die zich van de werksters onderscheiden door extra grote kaken; zij hebben tot taak het nest tegen indringers te verdedigen. Soldaten treft men bij de tuinmieren echter niet aan. Nut Het bestrijden van mieren dient alleen plaats te vinden, wanneer deze insecten in gebouwen werkelijk last veroorzaken. Over het algemeen wordt deze hinder overdreven; enkele rondlopende mieren doen geen kwaad en veroorzaken geen schade. Wanneer deze insecten echter een nest hebben gemaakt van waaruit ze steeds in aantallen een huis of een gebouw binnenkomen, kan een bestrijding uit hygiënisch oogpunt nodig zijn. In tuinen, parken en bossen zijn mieren nuttig door het verdelgen van allerlei schadelijke insecten. Het opruimen van mierennesten op dergelijke plaatsen met behulp van insecticiden brengt over het algemeen veel schade met zich mee. Niet alleen de mieren worden dan gedood, ook vele andere insecten, zoogdieren en vogels kunnen worden vergiftigd. De gehele natuurlijke levensgemeenschap dreigt daardoor onnodig te worden verstoord. Soorten tuinmieren (genus Lasius) De tuinmieren die zich onder of in de nabijheid van gebouwen kunnen vestigen behoren gewoonlijk tot de volgende soorten: De zwartbruine wegmier (Lasius niger L.) Zwartbruine tot zwarte mieren. De koningin is donkerbruin. De mannelijke exemplaren zijn donker tot zwartbruin met glasheldere vleugels. De glanzende houtmier (Lasius fuliginosus Latr.) Dit zijn glimmend zwarte mieren. De mannelijke exemplaren hebben gedeeltelijk   bruin berookte vleugels. Deze mier ruikt sterk aromatisch, vooral als men ze   tussen de vingers fijn wrijft. Zeldzaam zijn:     De grote gele weidemier (Lasius umbratus Nijl.) Dit zijn geelgekleurde mieren. De koningin is roodbruin, de mannetjes zijn bruin tot donkerbruin. De vleugels zijn aan de basis bruin-berookt. De bruine mier (Lasius brunneus Latr.) Geelbruine tot roodbruine mieren, waarvan kop en achterlijf duidelijk   donkerder gekleurd zijn. De koningin is licht of donker zwartbruin. De mannetjes zijn zwartbruin met berookte vleugels. In ons land is deze soort vrij zeldzaam, behalve in Limburg. Wering Om te voorkomen dat mieren van buiten worden aangetrokken, dient men levensmiddelen, die aantrekkelijk voor hen zijn, zoals jam, suiker e.d." te bewaren in goed gesloten potten of bussen. 's Nachts geen vuil vaatwerk laten staan. Afvalemmers goed gesloten houden. Enkele exemplaren die toch nog binnenkomen kan men verwijderen met behulp van de stofzuiger. Bestrijding buitenshuis: (alleen in directe omgeving van gebouwen) De bestrijding van tuinmieren kan waar nodig op verschillende manieren worden uitgevoerd, al naar de omstandigheden. Men kan daarbij gebruik maken van insecticiden. Slechts enkele middelen worden genoemd die geschikt zijn voor het gestelde doel. Wij wijzen er met nadruk op, dat de hierna te noemen insecticiden giftig zijn, ook voor de mensen en huisdieren. De aanwijzingen op het etiket van het te gebruiken middel dienen derhalve nauwkeurig te worden opgevolgd. Bij het aantreffen van tuinmieren in gebouwen dient men allereerst na te gaan waar zich het nest van deze mieren bevindt. Omdat de nesten zich meestal buiten het gebouw zullen bevinden, heeft bestrijding buitenshuis de voorkeur en maakt de toepassing van middelen binnenshuis dan vaak onnodig. Men dient dan de nestingangen te behandelen met een poedervormig insecticide, bijv. op basis van propoxur, pyrethrinen, of foxim. De gepoederde nestingangen kan men het beste afdekken teneinde te voorkomen dat kinderen, huisdieren of vogels ermee in contact komen. Wanneer men op deze manier de behandeling heeft uitgevoerd zullen de mieren het poeder aan hun poten en aan de beharing mee in het nest nemen, waardoor ook de daarin aanwezige koninginnen en het broed vernietigd worden. Wanneer men de nestingangen niet kan vinden of niet kan bereiken, kan men buiten op de mierenstraten een weinig poeder aanbrengen. Dit geeft echter beslist minder goede resultaten en in huis moet deze methode ten sterkste worden ontraden. Bestrijding Glanzende Houtmier Men moet altijd eerst het nest opzoeken. Dit zijn vaak achtergebleven boomstronken die men soms onder een nieuwbouwhuis kan aantreffen. Het nest dient zo mogelijk te worden verwijderd eventueel na uitgevoerde verdelgingsmaatregelen. Verder kan men dezelfde methode van bestrijden toepassen als bij de andere Lasius-soorten.
    Algemeen Mieren behoren tot de orde van de Hymenoptera of vliesvleugelige. Het zijn sociaal levende, statenvormende insecten. Een mierenstaat omvat in de regel een aantal, in […]
  • Algemeen Dit vleugelloze insect, dat ook wel suikergast wordt genoemd, komt zeer algemeen voor, maar vaak in geringe aantallen. Het zilvervisje lijkt sterk op het ovenvisje Thermobia domestica Packard. Het is van groot belang dat men de juiste soort vaststelt, aangezien beide soorten totaal verschillende eisen stellen aan de relatieve luchtvochtigheid van de omgeving waarin ze voorkomen en de bestrijding van deze beide soorten zo die al noodzakelijk is, daarom totaal verschilt. De aanwezigheid van zilvervisjes, vaak in de "natte unit" is een indicatie, dat de relatieve luchtvochtigheid te hoog is. Het gaat dan meestal om een lekkage of een bouwtechnisch probleem, bijv. een "doorslaande" muur. Een te hoog vochtgehalte in (slecht geventileerde) kruipruimten kan voor ernstige overlast door zilvervisjes boven de begane grondvloer zorgen. Uiterlijk Het zilvervisje wordt 7 - 11,5 mm lang en heeft aan alle borstsegmenten duidelijk plaatvormige verbredingen. Karakteristiek zijn de twee geringde antennen en de drie fijn geringde "staartdraden" aan het achterlijf. Het zilvervisje glanst paarlemoerachtig, doordat het lichaam bedekt is met fijne schubben. Ontwikkeling De eieren worden veelal afgezet in de periode van april tot augustus op een daarvoor geschikte voedingsbodem, maar ook wel in naden en kieren. Het wijfje legt de eieren steeds in kleine aantallen bij elkaar, in totaal tot ca. 150. Bij 25°C en 75% relatieve luchtvochtigheid komen de eieren na z'n 28 dagen uit. De uit de eieren komende zilvervisjes vervellen in hun 2 tot 3 jaar lange leven soms wel twintig keer. Leefwijze Zilvervisjes zijn lichtschuw, overdag verbergen ze zich op allerlei donkere plaatsen. Zilvervisjes, die in bepaalde delen van Azië en Zuid Europa in de natuur voorkomen in gaten, grotten, onder stenen, e.d. worden in Nederland zeer algemeen aangetroffen, doch uitsluitend in gebouwen.in vrijwel iedere woning komen kleine aantallen zilvervisjes voor, ze komen echter in grotere aantallen voor in vochtige ruimten, die in de winter niet te sterk afkoelen, zoals bijv. de keuken, de douchecel of de badkamer, doch ook elders waar een hoge luchtvochtigheid heerst. Hun voedsel bestaat uit zetmeel houdende producten, bijv. stijfsel, gebruikt om behang op te plakken en vochtig half vergaan behangpapier. Dit dieet wordt aangevuld met eiwitten door consumptie van kleine dode insecten, ook kunnen soms bepaalde soorten lijm worden geconsumeerd. die gebruikt worden bij het inbinden van boeken. In de vochtige atmosfeer, waarin zilvervisjes voorkomen, zal ook schimmelvorming plaatsvinden, ook deze schimmels worden door genoemde insecten gegeten. Schade van enige betekenis veroorzaakt door zilvervisjes komt slechts voor wanneer ze in grote aantallen voorkomen. Wering en bestrijding Omdat zilvervisjes slechts zelden schade van enige betekenis aanricht en omdat meestal slechts geringe aantallen voorkomen, is een bestrijding in het algemeen niet nodig. Als ze regelmatig in aantallen worden aangetroffen, duidt dit erop dat in de betreffende ruimte een hoge relatieve luchtvochtigheid heerst. De bestrijding zal dan in de eerste plaats moeten bestaan uit het scheppen van een droge atmosfeer. Dit kan men bereiken door zoveel mogelijk te luchten bij drogend weer en eventueel daarmee gepaard gaande droog stoken. In een droge atmosfeer kunnen zilvervisjes zich nauwelijks handhaven. Gebruik van insecticiden is in het algemeen niet nodig en zelfs af te raden als niet eerst maatregelen worden getroffen om de relatieve luchtvochtigheid te laten dalen. Voor eerste bewoners van een nieuw huis zij er nog op gewezen, dat beton lang vocht afgeeft, waardoor in bepaalde ruimten zeer plaatselijk een atmosfeer met een hoge relatieve vochtigheid kan ontstaan. Hier zal dus in elk geval flink gelucht en (bijv. met een hete luchtapparaat) gestookt moeten worden. Het verdient aanbeveling om in dergelijke gevallen voorlopig geen vaste vloerbedekking aan te brengen. Dit remt het uitwasemen van het beton. Daarnaast zal men de zilvervisjes zo min mogelijk schuilplaatsen moeten bieden; zoveel mogelijk opruimen dus. Soms kunnen de kastjes onder het aanrecht vochtig zijn, vooral als zij van hout gemaakt zijn. Vaak ligt de oorzaak bij een min of meer lekkende, niet goed aangesloten gootsteenafvoer. Hieraan zal dan aandacht moeten worden besteed.
    Algemeen Dit vleugelloze insect, dat ook wel suikergast wordt genoemd, komt zeer algemeen voor, maar vaak in geringe aantallen. Het zilvervisje lijkt sterk op het ovenvisje […]
  • Algemeen Deze soort, die ook wel kersentor of zwarte kersenbijter wordt genoemd, komt in ons land algemeen voor. Ze lijkt wel iets op een boktor vanwege de lange voelsprieten, maar behoort tot een geheel andere groep kevers. Oorspronkelijk waarschijnlijk afkomstig van de Grote Meren in Noord-Amerika. is ze nu wereldwijd over de gematigde streken verspreid. Uiterlijk/leefwijze De kever is 6 - 12 mm lang en roodbruin van kleur. De uiteinden van de dekschilden zijn zwart. De kevers kunnen vliegen. De larven van deze keversoort worden 12 - 18 mm lang en zijn vaalwit van kleur. Ze leven in meestal half vergaan hout van loof- en naaldbomen. Vooral palen die half in het water staan kunnen geheel worden doorgevreten. De kevers, die vrij dikwijls worden aangetroffen in huizen en gebouwen in waterrijke gebieden, komen van april tot augustus te voorschijn en gaan dan eieren afzetten op hiervoor geschikt hout. Meestal moet de broedplaats onder het gebouw worden gezocht, mogelijk in de heipalen of in bekistingshout, dat na het storten van beton niet is verwijderd. Ook houtwerk binnenshuis kan worden aangetast, echter alleen dan wanneer de atmosfeer zeer vochtig is. Vooral in Amsterdam en Rotterdam treedt deze kever algemeen in huizen en gebouwen op. In bepaalde gevallen kan deze keversoort ook in houten woonboten voorkomen. Een voorname levensvoorwaarde voor de larven is het feit dat het hout nat moet zijn en tevens aangetast door schimmels. Het mag echter niet zo rot zijn dat het hout al uit elkaar valt. Bestrijding In de meeste gevallen zal een bestrijding niet nodig zijn, aangezien de kevers waarschijnlijk slechts hout aantasten dat reeds half vergaan is. Een onderzoek naar de ontwikkelingsplaats is echter wel gewenst, om waar mogelijk het aangetaste hout (bron) te verwijderen. Bij een aantasting binnenshuis moet vooral gezorgd worden voor droogte. Dit kan worden bereikt door te luchten bij zonnig droog weer of door de vertrekken droog te stoken en het verbeteren van de ventilatie.
    Algemeen Deze soort, die ook wel kersentor of zwarte kersenbijter wordt genoemd, komt in ons land algemeen voor. Ze lijkt wel iets op een boktor vanwege […]
  • Algemeen De broodkever heeft zich over de gehele wereld verspreid. De broodkever leeft van en plant zich voort in zetmeel houdend voedsel, zoals o.m. gebakken koeken, droog oud brood, soepblokjes, drogisterijwaren. Leefwijze De volwassen kever legt 50 - 60 eieren, het liefst op een donkere plaats. De volwassen kever neemt zelf geen voedsel open veroorzaakt dan ook geen vraatschade. Voedsel bestaat uit produkten, zoals brood, beschuit, veekoeken, macaroni, vermicelli, soepblokjes, graan, meel e.d. Schade Als droge voedingsmiddelen aangetast zijn, ziet u gaatjes in de producten. Dit zijn de uitvliegopeningen van volwassen kevers. Meelachtige producten kunnen cocons bevat ten. Deze bevinden zich meestal tegen de wanden of de bodem van het verpakkingsmateriaal. Zij boren zich om uit te vliegen eventueel door plastic, papier en zelfs metaalfolie van de verpakking. Wering Voedingsmiddelen bewaren in koele, droge ruimten. Eerst oude voorraden gebruiken. Geen voorraden aanleggen die lang bewaard worden. Bestrijding Spoor de bron op! Zoek welke voorraden aangetast zijn en vernietig deze voorraden. Alle andere voorraden controleren opbergen in goed sluitende blikken of plastic bussen.
    Algemeen De broodkever heeft zich over de gehele wereld verspreid. De broodkever leeft van en plant zich voort in zetmeel houdend voedsel, zoals o.m. gebakken koeken, […]
  • Fruitvliegen komen over heel de wereld voor. Alleen al in Nederland en België komen ca. 25 soorten voor. De fruitvlieg heeft een lengte van 3-4mm en de kleur is geelbruin tot zwart afhankelijk van de soort. Ze komen vaak voor in bierbrouwerijen, limonadefabrieken, cafés en winkels die groente en fruit verkopen. Leefwijze Fruitvliegen ondergaan een volkomen gedaanteverwisseling (metamorfose). Dat wil zeggen dat deze insecten 4 levensstadia doorlopen tijdens hun ontwikkeling tot volwassen vlieg nl. ei, larve, pop en imago (volwassen insect). Het wijfje van de fruitvlieg legt 400 - 900 eitjes in gistend of rottend materiaal. Bijvoorbeeld aangetast fruit of groente, zure melk en schimmels. Na 1 dag komen de eitjes uit. Het larve stadium duurt ongeveer 1 week en het popstadium 2 tot 4 dagen. Van ei tot volwassen insect duurt de ontwikkeling ongeveer 8 tot 11 dagen. Een volwassen insect kan 2 maanden oud worden. Schade Fruitvliegen kunnen zeer hinderlijk zijn en verontreinigen fruit -en groente producten. Gaaf fruit wordt niet aangetast, wel aangesneden of beschadigd fruit. Wering Om de overlast door fruitvliegen te voorkomen kunnen de volgende maatregelen worden genomen. fruit en groente niet te lang onafgedekt bewaren   goede hygiëne betrachten   vuilnisemmers en afvalcontainers goed afsluiten en na lediging reinigen   lege wijn - en limonadeflessen zonder kurk of dop afvoeren Bestrijding Bestrijding van fruitvliegen is alleen zinvol nadat de nodige weringsmaatregelen getroffen zijn. Er bestaan veel verschillende methodes om fruitvliegen te bestrijden o.a; vliegenstrips, elektrische vliegendoders, broedplaatsen goed schoonmaken en eventueel behandelen met een insekticide. EWS bestrijdingstechnicus zal u graag informeren welke methodes voor uw situatie het meest geschikt zijn.
    Fruitvliegen komen over heel de wereld voor. Alleen al in Nederland en België komen ca. 25 soorten voor. De fruitvlieg heeft een lengte van 3-4mm en […]
  • Algemeen De graanklander (lengte 3 tot 5 mm.) behoort tot de familie van de snuitkevers (Curculionidae), die met meer dan 45.000 beschreven soorten waarschijnlijk de grootste familie in het hele dierenrijk vormen. Het voorstuk van de kop is bij alle soorten uitgegroeid tot een soort slurf, met helemaal aan het eind een mondje. Aan weerszijden van de trompetsnuit zitten knotsvormige antennen, die zijn geknikt als een elleboog. Voorkomen De graanklander, ook bekend als korenworm, behoort oorspronkelijk niet tot onze fauna maar werd lang geleden met de graanhandel in onze streken ingevoerd. In Nederland komen ze o.a. voor in graanopslagplaatsen en keukenvoorraden. Vliegen kan hij in tegenstelling tot zijn familieleden de rijst- en maïsklander niet, maar wandelen des te beter. Zijn voedsel bestaat uit graan (vooral tarwe en gerst), maar hij eet ook zetmeel houdende waren als droog hondenvoer, zangzaad, erwten, macaroni, vermicelli etc. Leefwijze Het vrouwtje boort met haar snuit een gat in een graankorrel of iets dergelijks, legt er een eitje in en smeert het gat weer dicht met een afscheidingsproduct dat dezelfde kleur als het graan heeft. Op deze wijze kan zij twee tot drie eieren per dag leggen. Uit het eitje komt een larve, die de korrel van binnen uit opeet. Na een week of vier verpopt hij zich binnen het omhulsel van de korrel, en boort de volwassen kever zich een weg naar buiten. Het graan krijgt hierdoor minder voedingswaarde en wordt bovendien verontreinigd door de kevers, larven en hun uitwerpselen. Wering / bestrijding Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet nodig in de strijd tegen graanklanders en bovendien in de keuken zeer ongewenst. Aangetaste voorraden weggooien en de vuilniszak meteen buiten zetten. Kasten en planken goed stofzuigen en schoonmaken. Insecten kunnen langdurig overleven in voedselresten die in naden of kieren zijn achtergebleven. Controleer de andere voorraden en berg ze op in goed afsluitende blikken of potten zodat een nieuwe aantasting niet meer mogelijk is.
    Algemeen De graanklander (lengte 3 tot 5 mm.) behoort tot de familie van de snuitkevers (Curculionidae), die met meer dan 45.000 beschreven soorten waarschijnlijk de grootste […]
  • Algemeen De meelmot komt in de gehele wereld voor. Meelmotten leven van en leggen hun eitjes in meel, zemelen, havermout, enz. Ze komen dan ook veel voor in meelfabrieken. Een volwassen meelmot is ongeveer 1 cm lang en de spanwijdte van de vleugels is 20 mm tot 28mm. De kleur van de voorvleugels is grijs tot zwartgrijs, de achterste vleugels zijn geelwit. Ontwikkeling Meelmotten hebben een volkomen gedaanteverwisseling (metamorfose).Dat wil zeggen dat er 4 levensstadia zijn. Ei, larve, pop en imago (volwassen insect). Het wijfje legt tussen 600 en 700 eitjes los in meel. Bij een temperatuur van ongeveer 20 C° duurt het ca.3 maanden van ei tot volwassen insect. Het eistadium duurt bij 20 C° 11 dagen, larvestadium 56 -70 popstadium 17-20 dagen. Het volwassen insect wordt ongeveer 2 weken oud. Beneden 13 C° staat de ontwikkeling vrijwel stil. In warme gebouwen komen meerdere generaties per jaar voor. Leefwijze De eitjes worden los in meel, zemelen, havermout e.d. gelegd. Alleen de uit de eitjes komende larven voeden zich met de hiervoor genoemde producten. De volwassen motten tasten niets aan!! De volgroeide larven verlaten soms de voedselbron en maken spinsels. Daarna verpoppen ze zich en komen de volwassen insecten uit de poppen. Schade De schade die veroorzaakt wordt door de meelmot bestaat uit: materiaalverlies door aantasting van meel, meelproducten, cacao, chocolade, gedroogde groenten en vruchten, noten en andere plantaardige producten. Verontreiniging van genoemde producten met uitwerpselen en spinsels. Aangetast meel wordt grijsbruin en krijgt een onaangename geur. Het door de larven samen gesponnen meel kan in meelfabrieken buizen, trechters en zeven verstoppen. Wering Om overlast van meelmotten te voorkomen dient men de temperatuur in opslagruimten beneden 13 C° te houden en een lage luchtvochtigheid (40tot 60%) te handhaven. Bewaar voedingsmiddelen in goed afsluitbare bussen en voorkom langdurige opslag. Aangetaste voorraden dienen opgeruimd te worden en leeggekomen ruimten goed schoongemaakt. Bestrijding Bestrijdingen kunnen worden uitgevoerd door behandeling van oppervlakken en naden en kieren met een residueel werkend middel of door een ruimtebehandeling door middel van nevelen of gassen. De bestrijdingstechnicus van EWS zal U graag informeren over de beste oplossing.
    Algemeen De meelmot komt in de gehele wereld voor. Meelmotten leven van en leggen hun eitjes in meel, zemelen, havermout, enz. Ze komen dan ook veel […]
  • Uiterlijk De meeltor is een zwart tot zwartbruine kever met gegroefde dekschilden en een lengte van 13 tot 18mm. De onderkant is roodbruin gekleurd. De tot 28mm. grote larven (meelwormen) zijn geelbruin van kleur en hebben drie paar goed ontwikkelde poten. Leefwijze Zowel de volwassen meeltorren als de larven voeden zich met bij voorkeur plantaardig, maar ook wel met dierlijk materiaal zoals meelproducten, brood, diervoeders, lompen e.d. De vrouwelijke kever legt ongeveer 400 eitjes welke na 10 tot 20 dagen uitkomen. Het larve-stadium duurt, afhankelijk van temperatuur 1 tot 1,5 jaar waarna ze zich in ongeveer 14 dagen tot volwassen kevers verpoppen. Door deze lange levenscyclus vormen meeltorren slechts zelden een plaag. Alleen in slecht gecontroleerde, langdurig opgeslagen voorraden kunnen zij door verontreiniging en vraat schade veroorzaken. Als meeltorren in een woning worden aangetroffen zijn zij vrijwel altijd afkomstig uit vogelnesten. Ze worden door vogels meegenomen naar het nest waarna ze via het dak in huis komen. Wering Een hygiënische bedrijfsvoering Oude voorraden verwijderen Verlaten vogelnesten verwijderen Bestrijding Aangezien meeltorren zelden in grote aantallen voorkomen en de bron gemakkelijk kan worden opgespoord is een chemische bestrijding niet nodig.
    Uiterlijk De meeltor is een zwart tot zwartbruine kever met gegroefde dekschilden en een lengte van 13 tot 18mm. De onderkant is roodbruin gekleurd. De tot […]
  • Account / Operations Manager
    Divisie: EWS Gas Measurement
    +49 176 824 194 67
    Account / Operations Manager Divisie: EWS Gas Measurement +49 176 824 194 67
  • De bruin gemarmerde stinkwants (BMSB) is een landbouwplaag die uit China, Japan, Korea en Taiwan stamt. De BMSB verspreidt zich over de wereld door middel van voertuigen en containers en beschadigt gewassen, fruit en bomen. Om die reden hebben de quarantaine afdelingen van Australië en Nieuw-Zeeland maatregelen genomen tegen de BMSB. Inkomende goederen moeten tijdens het risicoseizoen behandeld zijn tegen de insecten. Dit seizoen betreft goederen die van 1 september 2018 tot en met 30 april 2019 verscheept worden. Uiterlijk, levensstijl en verspreiding De wetenschappelijke naam van de bruin gemarmerde stinkwants is Halyomorpha halys. Zoals de naam al zegt, is het insect lid van de stinkwants-familie. Net als andere stinkwantsen heeft de BMSB de vorm van een schild. Een volwassen BMSB is ongeveer 17 millimeter lang. De stinkwantsen danken hun naam aan de geurklieren op hun lichaam, deze ruiken naar koriander. De reden dat stinkwantsen deze geur hebben, is omdat de geur hen beschermt tegen hagedissen en vogels. Als iets het insect maar aanraakt, laat het de geur los. De BMSB voert zich met planten, groenten en fruit. Ze eten door te zuigen, dit betekent dat ze hun eten doorboren met hun proboscis (een verlenge ‘neus’). Dit veroorzaakt veel schade aan de plant waar ze van eten. De volwassen insecten leven verscheidene maanden tot een jaar. Aan het einde van de zomer moeten ze onderdak vinden voor de winter. Dit doen ze in droge en donkere plaatsen. Plekken zoals huizen, maar ook bewegende plekken, zoals voertuigen en containers. Dit is een probleem, omdat de BMSB zich op deze manier snel kan verspreiden over de wereld. Dit resulteert in wereldwijde schade aan planten en bomen. Behandeling Door de verspreiding en het schadelijke effect dat de BMSB met zich meebrengt, hebben Australië en Nieuw-Zeeland maatregelen genomen. Inkomende goederen moeten behandeld zijn tegen de BMSB. Er zijn twee behandelmethodes tegen het insect. De eerste is fumigatie, de tweede heat treatment (dit valt onder bio treatment). EWS biedt beide behandelingen. Om meer te weten te komen over fumigatie tegen de stinkwants, ga naar: Fumigatie – BMSB Om meer te weten te komen over heat treatment tegen de BMSB, ga naar: Heat treatment - BMSB
    De bruin gemarmerde stinkwants (BMSB) is een landbouwplaag die uit China, Japan, Korea en Taiwan stamt. De BMSB verspreidt zich over de wereld door middel van […]
MENU