Papiervisje

Orde: Zygentoma (zilvervisjes)
FamilieLepismatidae

Dit vleugelloze insect lijkt zo op het eerste oog op het zilvervisje (Lepisma saccharina L.), hun leefwijze is echter totaal verschillend. Zij danken hun naam mede aan hun snelle, kronkelende (visachtige) bewegingen bij het verplaatsen.

Uiterlijk

Het papiervisje wordt 10 tot 15 mm lang. Karakteristiek zijn de twee geringde antennes en de drie fijn geringde staartdraden aan het achterlijf. Papiervisjes zijn behaard, grijsachtig van kleur en duidelijk gevlekt aan de rugzijde. Papiervisjes worden gemakkelijk verward met oven- en zilvervisjes. Daarom is determinatie zeer gewenst.

Ontwikkeling

Papiervisjes ondergaan een onvolledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 3 stadia kent: ei–nimf–adult. De jonge papiervisjes zien er bij geboorte bijna hetzelfde uit als de volwassen exemplaren, ze zijn enkel lichter van kleur. De eitjes worden afgezet op een, voor de nimfen, geschikte voedingsbodem, maar ook wel in naden en kieren. Het wijfje legt de eitjes steeds in hoopjes bij elkaar, in totaal tot ca. 100 stuks. Bij 24°C en 60% relatieve luchtvochtigheid duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen insect ca. 14 maanden. Onder de 16°C nemen ze geen voedsel op en vervellen ze niet meer. Een temperatuur van 1°C kunnen ze in verstijfde toestand maanden overleven. Afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid leven papiervisjes tot 7 à 8 jaar. Het zijn een van de weinige insecten die ook tijdens hun adulte leven blijven vervellen.

Leefwijze

Papiervisjes zijn lichtschuw, overdag verbergen zij zich op donkere plaatsen. Ze kunnen uitstekend leven in onze woningen; hun optimale temperatuur (rond de 24°C) komt overeen met die van de mens. Papiervisjes worden in de regel aangetroffen op warme, vrij droge plaatsen, maar ook in centraal verwarmde badkamers, toiletten en keukens. Op andere plaatsen in huis, bijvoorbeeld op zolder (bij de cv-ketel) en in boekenkasten, is voor papiervisjes altijd wel iets eetbaars te vinden. Zij hebben maar weinig nodig en kunnen enige maanden zonder voedsel; de sterkste papiervisjes zelfs tot 300 dagen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit koolhydraten, zoals cellulose, zetmeel en suiker en (af en toe) uit eiwitten. Zij vinden dat o.a. in de lijm van behang, etsen en boeken. Schade aan papier is veel erger dan die door oven- of zilvervisjes.

Schade

Papiervisjes die in grote aantallen voorkomen kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan o.a. behang, boeken, postzegels, affiches en etsen. Ook producten van synthetisch materiaal, zoals kleding en wandbedekking, kunnen worden aangevreten door papiervisjes.

Australische kakkerlak

OrdeBlattodea (kakkerlakken)
FamilieBlattidae

De Australische kakkerlak kan alleen overleven in een zeer warme en vochtige omgeving. In de tropen komt hij zowel buiten als in gebouwen voor. In Nederland zien we de Australische kakkerlak alleen in tropische kassen, of in woningen en winkels waar ze meestal in de buurt zitten van grote plantenbakken of serres. De Australische kakkerlak voedt zich met plantendelen.

Uiterlijk

De Australische kakkerlak is roodbruin van kleur, maar heeft duidelijk lichtgeel rondom de rand van zijn borstschild. Een duidelijk verschil met de Amerikaanse en bruine kakkerlak zijn de gele zijkanten aan de bovenzijde van de vleugels. De volwassen kakkerlakken zijn ongeveer 30 tot 35 millimeter lang, exclusief 2 lange antennes. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben vleugels die het achterlijf geheel bedekken. Deze kakkerlakken kunnen vliegen. De nimfen ziet er hetzelfde uit als de volwassen kakkerlak, maar dan zonder vleugels. Verder hebben de nimfen gele plekken op hun borststuk en achterlijf. Ze vervellen 7 tot 13 keer voordat ze volwassen zijn. De eitjes zitten bijeen in eipakketen (oötheca) van ongeveer 24 eitjes.

Ontwikkeling

Het eistadium van de Australische kakkerlak duurt ongeveer 40 dagen bij een temperatuur tussen de 30 en 36°C. De volwassen vrouwtjes produceren gemiddeld 20 tot 30 eipakketen tijdens hun leven. Na het ei komt een nimfstadium van 5 tot 9 maanden bij 30°C. Na de nimf komt de volwassen kakkerlak die gemiddeld 4 tot 6 maanden leeft.

Wering en bestrijding

Een temperatuur van 4°C of lager gedurende minimaal 8 uur zal dodelijk zijn voor de Australische kakkerlak. Indien mogelijk de schuilplaatsen opzoeken, vaak rondom planten in de vochtige aarde, en de aanwezige exemplaren wegvangen met lijmvallen. Hierna enkele maanden alert blijven op meerdere exemplaren. Het gebruik van insecticide bij de Australische kakkerlak zal in Nederland alleen bij hoge uitzondering noodzakelijk zijn en wordt in principe afgeraden. Indien dit noodzakelijk is kunnen de schuilplaatsen bestreden worden door deskundigen.

Kelderzwam

De kelderzwam komt vaak voor op plaatsen waar vochtige tot natte condities heersen zoals: grondslag, optrekkend vocht of lekkage van rioleringen en daken. De kelderzwam groeit snel en tast zowel naald- als loofhoutsoorten aan. Houtsoorten van de duurzaamheidklasse I worden niet, van klasse II zelden aangetast. Door de constante hoge vochtigheidsgehalte in kruipruimtes, ontstaat hier veelal de aantasting, evenals in dakconstructies bij lekkage.
Sporen

De sporen van de kelderzwam ontkiemen snel wanneer gunstige condities ontstaan waarna de schimmeldraden, hyphen genaamd, het hout indringen. Deze hyphen hebben een diameter tussen de 0,0005 en 0,005 mm en zijn met het blote oog niet zichtbaar. De hyphen zijn aanvankelijk wit. Op het houtoppervlak worden zelden mycelium, verstrengelde schimmelraden, gevormd. Wel kan op sommige plaatsen bijvoorbeeld onder linoleum en achter plinten een dunne aantasting zichtbaar zijn gelijkend op die van de huiszwam. Bij ontwikkeling van mycelium op het oppervlak van hout of steen bestaat dit alleen uit dunne schimmeldraden van 1 á 2 mm die waaiervormig vertakt zijn en op wortels of wijnranken lijken en donker bruin tot zwart gekleurd zijn. Vruchtlichamen worden zelden aangetroffen in gebouwen. Het bestaat eerst uit een okerkleurige, later olijfbruine dunne plaat van ca 3 mm met onregelmatige vorm en bedekt met kleine knobbeltjes. Het kan van grote variëren van enkele centimeters tot ruim 50 cm in diameter. De rand blijft geelachtig wit. De sporen, die het vruchtlichaam voortbrengt zijn donkerbruin, ovaal en zeer klein met een lengte van 0,008 tot 0,0013 mm en een diameter van 9,005 tot 0,009 mm. Zij worden door de luchtstroom of insecten verspreid waardoor de kringloop weer gesloten is.

Schimmel
De kelderzwam behoort tot de bruinrot verwekkende schimmels. Door het afbreken van cellulose en hermicellulose worden de wanden van de houtcellen vernietigd. In het begin heeft hout een donkere verkleuring die in een vergevorderd stadium tot bijna zwart kan worden. Kenmerkend zijn de scheuren lopende in de vezelrichting van het hout. Dit is vaak te zien in hout van kleinere omvang zoals dat van ramen en kozijnen terwijl in hout van grotere afmeting zoals balken ook scheuren ontstaan, loodrecht op de vezel richting waardoor kubusvormige delen ontstaan overeenkomend met de aantasting door de huiszwam doch minder scherp afgetekend.

Inwendige aanslag
Een ander belangrijk kenmerk van kelderzwam is de inwendige aantasting van het hout waarbij aan de oppervlakte een dun laagje 3 á 4 mm gezond hout intact blijft. Zelfs in een vergevorderd stadium is vaak alleen een kleine afwijking en verkleuring van de oppervlakte een aanwijzing dat het hout door kelderzwam is aangetast. Voor niet deskundigen is de kelderzwam moeilijk te constateren.

Groei
Niet alleen door ontkieming van de sporen kan hout door kelderzwam worden aangetast maar ook door hyphen van eerdere aantasting. Kelderzwam tast hout aan dat een vochtpercentage van 40 tot 60 % heeft met een optimum van boven de 50 % Bij 21 graden groeit hij het snelst terwijl hij bij 35 graden nog geringe groei mogelijk is. Bij 0 graden staat de groei stil maar sterft bij -30 graden nog niet af. Voor een behandeling tegen kelderzwam of andere schimmels kunt u contact opnemen met de EWS.

Huiszwam

Algemeen
Wanneer hout dat is verwerkt in gebouwen langere tijd een vochtgehalte van meer dan 21% bezit is het waarschijnlijk dat op en in dit vochtige hout zich schimmels gaan ontwikkelen. De belangrijkste in Nederland voorkomende hout aantastende schimmel is de huiszwam. Zowel naald- als loofhoutsoorten kunnen door de huiszwam worden aangetast. De schimmel kan bijvoorbeeld voorkomen in balken en/of andere houten delen van de begane grondvloer. Op of in hout dat zich in de buitenlucht bevindt, wordt de huiszwam slechts zelden aangetroffen.

Uiterlijk/leefwijze
Hout dat door de huiszwam is aangetast vertoont een bruinachtige verkleuring; men spreekt wel van bruine rot. Het hout wordt, naarmate de aantasting zich verder ontwikkelt, zacht en verliest zijn sterkte. In een vergevorderd stadium van aantasting is het hout bruin van kleur met diepe krimpscheuren die evenwijdig lopen en loodrecht staan op de vezelrichting.

De schimmeldraden die zich in het hout bevinden zijn met het blote oog niet zichtbaar. Deze draden dringen zeer diep in het hout door. De dwarsdoorsnede van dergelijke draden is zeer klein, slechts 0,0016 mm. Aan de oppervlakte van het hout zijn de schimmeldraden meestal iets dikker en soms zichtbaar in de vorm van witte vlokken. Schimmeldraden komen niet alleen voor op hout, maar ook op stenen of betonnen vloeren van o.m. kelders, in en op vochtige muren e.d. Soms worden bundels schimmeldraden gevormd met een diameter van wel 5 tot 8 mm. Deze worden strengen genoemd en zijn eerst wit, en later grijs van kleur.

Waar de schimmeldraden in het hout groeien worden stoffen gevormd die de celwanden afbreken. Een deel van het hout wordt door de schimmel omgezet in koolzuurgas en water. Bij dit proces komt energie vrij die gebruikt wordt voor de groei van de schimmel. Zelfs droog hout kan worden aangetast want de huiszwam is in staat om vocht via de schimmeldraden vanuit vochtige plaatsen te transporteren. Na verloop van tijd vormen zich op het hout of de muur vruchtlichamen bestaande uit compact weefsel. De vruchtlichamen zijn vrij plat, 1 tot 3 cm. dik, bruin van kleur met een witte rand en variëren in grootte van enkele centimeters tot 1 meter. Op het vruchtlichaam ontstaan de sporen die voor de verspreiding van de soort zorgen. Een vruchtlichaam kan enige miljarden sporen vormen. Grote aantallen sporen bij elkaar lijken op roestbruin poeder.

Ontwikkeling
De huiszwam ontwikkeld zich het snelst bij een temperatuur van 23 graden C. Bij 28 graden C. of hoger sterven de schimmeldraden af, de sporen kunnen echter hogere temperaturen overleven. Bij vorst komt de groei van de schimmel tot stilstand maar de huiszwam sterft niet af. Na de vorstperiode gaat de groei gewoon verder.

Bestrijding
Voorafgaande aan de bestrijding is het allereerst van belang dat men alle mogelijke maatregelen treft die lekkage, condensvorming, optrekkend vocht, doorslaande muren, inwateren of hoge grondwaterstanden voorkomen. Het hout mag na bestrijding niet opnieuw vochtig en dus wederom aantrekkelijk worden gemaakt voor een nieuwe aantasting door de huiszwam.

Het door schimmel aangetaste hout dient eerst te worden verwijderd. Tevens moet het aangrenzende, niet zichtbaar aangetaste hout over een lengte van 1 meter worden verwijderd en vervangen, bij voorkeur door preventief (d.w.z. van te voren) met een schimmelwerend middel behandeld hout. Aangetaste delen die niet verwijderd kunnen worden moeten behandeld worden met een curatief middel bijv. azaconazole of tributyltinfosfaat. Het is niet eenvoudig om bij een dergelijke curatieve behandeling de benodigde hoeveelheden van het middel in het hout te brengen. Daarom zal het soms nodig zijn de behandeling twee keer uit te voeren.

Muren waarin zich mogelijkerwijs schimmeldraden bevinden, dienen ook te worden behandeld. Los stucwerk moet eerst worden verwijderd en de voegen moeten worden uitgekrabd. Hierna moeten de muren worden behandeld met het middel.

Indien er een ernstige aantasting van de huiszwam aanwezig is, verdient het de aanbeveling om in de muren schuin naar beneden lopende gaten te boren. De diepte van de gaten dient tot 2/3 van de muurdikte te bedragen, op een afstand van 30 cm. naast elkaar en 20 cm. kruislings onder elkaar. De boorgaten worden daarna enige keren achtereen geïnjecteerd met het bestrijdingsmiddel. Na droging kan de muur weer worden voorzien van stucwerk. Voor een behandeling tegen huiszwam of andere schimmels kunt u contact opnemen met de EWS.

Vleesvlieg

Algemeen
Vleesvliegen, ook wel bromvliegen genoemd, zijn groter dan kamervliegen (1-1,5 cm.) en gewoonlijk metaalglanzend blauw of groen. In Nederland komen ongeveer 80 soorten voor. Zeer algemeen zijn de vleesvliegen van het geslacht Calliphora en de groen- of koperkleurige keizervliegen van het geslacht Lucilia.

Leefwijze
Vleesvliegen leggen hun eitjes bij voorkeur op dode dieren maar ook wel op vlees in de keuken, in uitwerpselen of ander rottend materiaal. De wijfjes kunnen de geur hiervan op kilometers afstand herkennen. De mannetjes daarentegen hebben een voorkeur voor bloemen. Heeft een wijfjesvleesvlieg een geschikte voedselbron gevonden dan zet ze hierop honderden eitjes af.

Na slechts 1 dag komen de larven (maden) uit de eitjes. De maden zijn lichtschuw en kruipen weg naar donkere plaatsen (onder tapijten, in spleten e.d.). Na 6 tot 12 dagen zijn de maden volgroeid en verlaten ze meestal het aas om zich in de grond in te graven en aldaar te verpoppen. Na 8 tot 13 dagen komen dan de volwassen vleesvliegen tevoorschijn.

Schade
Vleesvliegen kunnen ziekteverwekkende organismen zoals virussen en bacteriën verspreiden en vlees en vleeswaren door verontreiniging (eitjes, uitwerpselen) onbruikbaar maken.

Nut
In de natuur fungeren vleesvliegen als opruimers van afval en kadavers en dienen ze als voedsel voor andere dieren.

Wering
Ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten houden of van horren voorzien
Vlees en vleeswaren koel en afgedekt bewaren
Afval tijdig verwijderen
Tafels, vloeren, wanden, machines e.d. goed schoonhouden
Dode dieren afvoeren

Bestrijding
Broedplaatsen opsporen; dode dieren, vleesafval e.d. verwijderen en de plaatsen waar de maden zich ontwikkelen goed schoonmaken. Indien nodig de broedplaatsen plaatselijk (laten) behandelen met een insecticide op basis van deltamethrin, permethrin of cyfluthrin.

Broodkever

Algemeen
De broodkever heeft zich over de gehele wereld verspreid. De broodkever leeft van en plant zich voort in zetmeel houdend voedsel, zoals o.m. gebakken koeken, droog oud brood, soepblokjes, drogisterijwaren.

Leefwijze
De volwassen kever legt 50 – 60 eieren, het liefst op een donkere plaats. De volwassen kever neemt zelf geen voedsel open veroorzaakt dan ook geen vraatschade. Voedsel bestaat uit produkten, zoals brood, beschuit, veekoeken, macaroni, vermicelli, soepblokjes, graan, meel e.d.

Schade
Als droge voedingsmiddelen aangetast zijn, ziet u gaatjes in de producten. Dit zijn de uitvliegopeningen van volwassen kevers. Meelachtige producten kunnen cocons bevat ten. Deze bevinden zich meestal tegen de wanden of de bodem van het verpakkingsmateriaal. Zij boren zich om uit te vliegen eventueel door plastic, papier en zelfs metaalfolie van de verpakking.

Wering
Voedingsmiddelen bewaren in koele, droge ruimten. Eerst oude voorraden gebruiken. Geen voorraden aanleggen die lang bewaard worden.

Bestrijding
Spoor de bron op! Zoek welke voorraden aangetast zijn en vernietig deze voorraden. Alle andere voorraden controleren opbergen in goed sluitende blikken of plastic bussen.

Fruitvlieg

Fruitvliegen komen over heel de wereld voor. Alleen al in Nederland en België komen ca. 25 soorten voor. De fruitvlieg heeft een lengte van 3-4mm en de kleur is geelbruin tot zwart afhankelijk van de soort. Ze komen vaak voor in bierbrouwerijen, limonadefabrieken, cafés en winkels die groente en fruit verkopen.

Leefwijze
Fruitvliegen ondergaan een volkomen gedaanteverwisseling (metamorfose). Dat wil zeggen dat deze insecten 4 levensstadia doorlopen tijdens hun ontwikkeling tot volwassen vlieg nl. ei, larve, pop en imago (volwassen insect). Het wijfje van de fruitvlieg legt 400 – 900 eitjes in gistend of rottend materiaal. Bijvoorbeeld aangetast fruit of groente, zure melk en schimmels. Na 1 dag komen de eitjes uit. Het larve stadium duurt ongeveer 1 week en het popstadium 2 tot 4 dagen. Van ei tot volwassen insect duurt de ontwikkeling ongeveer 8 tot 11 dagen. Een volwassen insect kan 2 maanden oud worden.

Schade
Fruitvliegen kunnen zeer hinderlijk zijn en verontreinigen fruit -en groente producten. Gaaf fruit wordt niet aangetast, wel aangesneden of beschadigd fruit.

Wering
Om de overlast door fruitvliegen te voorkomen kunnen de volgende maatregelen worden genomen. fruit en groente niet te lang onafgedekt bewaren   goede hygiëne betrachten   vuilnisemmers en afvalcontainers goed afsluiten en na lediging reinigen   lege wijn – en limonadeflessen zonder kurk of dop afvoeren

Bestrijding
Bestrijding van fruitvliegen is alleen zinvol nadat de nodige weringsmaatregelen getroffen zijn. Er bestaan veel verschillende methodes om fruitvliegen te bestrijden o.a; vliegenstrips, elektrische vliegendoders, broedplaatsen goed schoonmaken en eventueel behandelen met een insekticide. EWS bestrijdingstechnicus zal u graag informeren welke methodes voor uw situatie het meest geschikt zijn.

Graanklander

General
The grain weevil (length 3 to 5 mm) is part of snout beetle family (Curculionidae), which, with over 45000 described species is most likely the largest family through the animal kingdom. The front part of the head has grown into a sort of trunk in all species, with a little mouth at the very end. On both sides of the trumpet snout you’ll find a club shaped antennas that are bent like an elbow.

Prevention
Te grain weevil, also known as the granary weevil originally wasn’t part of our fauna, but was introduced to our area long ago with the grain trade. In the Netherlands they exist in grain storages and kitchen supplies. Contrary to its family members, the rice and maize weevil, it can’t fly, but it is great at walking. Its feed consists of grain (mainly wheat and barley) but it also eats products containing starch such as dry dog food, birdseed, peas, macaroni, vermicelli etc.

Lifestyle
The female drills a hole in grain or something similar with her snout and lays an egg in it. She then closes up the hole with secretion product that has the same colour as the grain. This way, she can lay two to three eggs per day. The eggs hatches a larvae that eats the grain from the inside. After about four weeks it pupates within the shell of the grain and the adult beetle drills its way out. Because of this, the grain contains less nutrients and it is contaminated with the beetles, larvae and their droppings.

Prevention & Control
The use of pesticides is not necessary in the fight against grain weevils, plus it is very undesirable in the kitchen. Affected supplies must be disposed of and the trash bag should be taken out immediately. Cabinets and boards should be properly vacuumed and cleaned. Insects can survive in food residue left behind in seams or cracks for a long period of time. Check the other supplies and store them in properly sealable cans or pots, so that new contamination is no longer possible.

Meelmot

Algemeen
De meelmot komt in de gehele wereld voor. Meelmotten leven van en leggen hun eitjes in meel, zemelen, havermout, enz. Ze komen dan ook veel voor in meelfabrieken. Een volwassen meelmot is ongeveer 1 cm lang en de spanwijdte van de vleugels is 20 mm tot 28mm. De kleur van de voorvleugels is grijs tot zwartgrijs, de achterste vleugels zijn geelwit.

Ontwikkeling
Meelmotten hebben een volkomen gedaanteverwisseling (metamorfose).Dat wil zeggen dat er 4 levensstadia zijn. Ei, larve, pop en imago (volwassen insect). Het wijfje legt tussen 600 en 700 eitjes los in meel. Bij een temperatuur van ongeveer 20 C° duurt het ca.3 maanden van ei tot volwassen insect. Het eistadium duurt bij 20 C° 11 dagen, larvestadium 56 -70 popstadium 17-20 dagen. Het volwassen insect wordt ongeveer 2 weken oud. Beneden 13 C° staat de ontwikkeling vrijwel stil. In warme gebouwen komen meerdere generaties per jaar voor.

Leefwijze
De eitjes worden los in meel, zemelen, havermout e.d. gelegd. Alleen de uit de eitjes komende larven voeden zich met de hiervoor genoemde producten. De volwassen motten tasten niets aan!! De volgroeide larven verlaten soms de voedselbron en maken spinsels. Daarna verpoppen ze zich en komen de volwassen insecten uit de poppen.

Schade
De schade die veroorzaakt wordt door de meelmot bestaat uit: materiaalverlies door aantasting van meel, meelproducten, cacao, chocolade, gedroogde groenten en vruchten, noten en andere plantaardige producten. Verontreiniging van genoemde producten met uitwerpselen en spinsels. Aangetast meel wordt grijsbruin en krijgt een onaangename geur. Het door de larven samen gesponnen meel kan in meelfabrieken buizen, trechters en zeven verstoppen.

Wering
Om overlast van meelmotten te voorkomen dient men de temperatuur in opslagruimten beneden 13 C° te houden en een lage luchtvochtigheid (40tot 60%) te handhaven. Bewaar voedingsmiddelen in goed afsluitbare bussen en voorkom langdurige opslag. Aangetaste voorraden dienen opgeruimd te worden en leeggekomen ruimten goed schoongemaakt.

Bestrijding
Bestrijdingen kunnen worden uitgevoerd door behandeling van oppervlakken en naden en kieren met een residueel werkend middel of door een ruimtebehandeling door middel van nevelen of gassen. De bestrijdingstechnicus van EWS zal U graag informeren over de beste oplossing.

Meeltor

Uiterlijk
De meeltor is een zwart tot zwartbruine kever met gegroefde dekschilden en een lengte van 13 tot 18mm. De onderkant is roodbruin gekleurd. De tot 28mm. grote larven (meelwormen) zijn geelbruin van kleur en hebben drie paar goed ontwikkelde poten.

Leefwijze
Zowel de volwassen meeltorren als de larven voeden zich met bij voorkeur plantaardig, maar ook wel met dierlijk materiaal zoals meelproducten, brood, diervoeders, lompen e.d. De vrouwelijke kever legt ongeveer 400 eitjes welke na 10 tot 20 dagen uitkomen. Het larve-stadium duurt, afhankelijk van temperatuur 1 tot 1,5 jaar waarna ze zich in ongeveer 14 dagen tot volwassen kevers verpoppen. Door deze lange levenscyclus vormen meeltorren slechts zelden een plaag. Alleen in slecht gecontroleerde, langdurig opgeslagen voorraden kunnen zij door verontreiniging en vraat schade veroorzaken. Als meeltorren in een woning worden aangetroffen zijn zij vrijwel altijd afkomstig uit vogelnesten. Ze worden door vogels meegenomen naar het nest waarna ze via het dak in huis komen.

Wering
Een hygiënische bedrijfsvoering
Oude voorraden verwijderen
Verlaten vogelnesten verwijderen
Bestrijding
Aangezien meeltorren zelden in grote aantallen voorkomen en de bron gemakkelijk kan worden opgespoord is een chemische bestrijding niet nodig.