Papiervisje

Orde: Zygentoma (zilvervisjes)
FamilieLepismatidae

Dit vleugelloze insect lijkt zo op het eerste oog op het zilvervisje (Lepisma saccharina L.), hun leefwijze is echter totaal verschillend. Zij danken hun naam mede aan hun snelle, kronkelende (visachtige) bewegingen bij het verplaatsen.

Uiterlijk

Het papiervisje wordt 10 tot 15 mm lang. Karakteristiek zijn de twee geringde antennes en de drie fijn geringde staartdraden aan het achterlijf. Papiervisjes zijn behaard, grijsachtig van kleur en duidelijk gevlekt aan de rugzijde. Papiervisjes worden gemakkelijk verward met oven- en zilvervisjes. Daarom is determinatie zeer gewenst.

Ontwikkeling

Papiervisjes ondergaan een onvolledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 3 stadia kent: ei–nimf–adult. De jonge papiervisjes zien er bij geboorte bijna hetzelfde uit als de volwassen exemplaren, ze zijn enkel lichter van kleur. De eitjes worden afgezet op een, voor de nimfen, geschikte voedingsbodem, maar ook wel in naden en kieren. Het wijfje legt de eitjes steeds in hoopjes bij elkaar, in totaal tot ca. 100 stuks. Bij 24°C en 60% relatieve luchtvochtigheid duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen insect ca. 14 maanden. Onder de 16°C nemen ze geen voedsel op en vervellen ze niet meer. Een temperatuur van 1°C kunnen ze in verstijfde toestand maanden overleven. Afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid leven papiervisjes tot 7 à 8 jaar. Het zijn een van de weinige insecten die ook tijdens hun adulte leven blijven vervellen.

Leefwijze

Papiervisjes zijn lichtschuw, overdag verbergen zij zich op donkere plaatsen. Ze kunnen uitstekend leven in onze woningen; hun optimale temperatuur (rond de 24°C) komt overeen met die van de mens. Papiervisjes worden in de regel aangetroffen op warme, vrij droge plaatsen, maar ook in centraal verwarmde badkamers, toiletten en keukens. Op andere plaatsen in huis, bijvoorbeeld op zolder (bij de cv-ketel) en in boekenkasten, is voor papiervisjes altijd wel iets eetbaars te vinden. Zij hebben maar weinig nodig en kunnen enige maanden zonder voedsel; de sterkste papiervisjes zelfs tot 300 dagen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit koolhydraten, zoals cellulose, zetmeel en suiker en (af en toe) uit eiwitten. Zij vinden dat o.a. in de lijm van behang, etsen en boeken. Schade aan papier is veel erger dan die door oven- of zilvervisjes.

Schade

Papiervisjes die in grote aantallen voorkomen kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan o.a. behang, boeken, postzegels, affiches en etsen. Ook producten van synthetisch materiaal, zoals kleding en wandbedekking, kunnen worden aangevreten door papiervisjes.

Australische kakkerlak

OrdeBlattodea (kakkerlakken)
FamilieBlattidae

De Australische kakkerlak kan alleen overleven in een zeer warme en vochtige omgeving. In de tropen komt hij zowel buiten als in gebouwen voor. In Nederland zien we de Australische kakkerlak alleen in tropische kassen, of in woningen en winkels waar ze meestal in de buurt zitten van grote plantenbakken of serres. De Australische kakkerlak voedt zich met plantendelen.

Uiterlijk

De Australische kakkerlak is roodbruin van kleur, maar heeft duidelijk lichtgeel rondom de rand van zijn borstschild. Een duidelijk verschil met de Amerikaanse en bruine kakkerlak zijn de gele zijkanten aan de bovenzijde van de vleugels. De volwassen kakkerlakken zijn ongeveer 30 tot 35 millimeter lang, exclusief 2 lange antennes. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben vleugels die het achterlijf geheel bedekken. Deze kakkerlakken kunnen vliegen. De nimfen ziet er hetzelfde uit als de volwassen kakkerlak, maar dan zonder vleugels. Verder hebben de nimfen gele plekken op hun borststuk en achterlijf. Ze vervellen 7 tot 13 keer voordat ze volwassen zijn. De eitjes zitten bijeen in eipakketen (oötheca) van ongeveer 24 eitjes.

Ontwikkeling

Het eistadium van de Australische kakkerlak duurt ongeveer 40 dagen bij een temperatuur tussen de 30 en 36°C. De volwassen vrouwtjes produceren gemiddeld 20 tot 30 eipakketen tijdens hun leven. Na het ei komt een nimfstadium van 5 tot 9 maanden bij 30°C. Na de nimf komt de volwassen kakkerlak die gemiddeld 4 tot 6 maanden leeft.

Wering en bestrijding

Een temperatuur van 4°C of lager gedurende minimaal 8 uur zal dodelijk zijn voor de Australische kakkerlak. Indien mogelijk de schuilplaatsen opzoeken, vaak rondom planten in de vochtige aarde, en de aanwezige exemplaren wegvangen met lijmvallen. Hierna enkele maanden alert blijven op meerdere exemplaren. Het gebruik van insecticide bij de Australische kakkerlak zal in Nederland alleen bij hoge uitzondering noodzakelijk zijn en wordt in principe afgeraden. Indien dit noodzakelijk is kunnen de schuilplaatsen bestreden worden door deskundigen.

Bruinbandkakkerlak

Uiterlijk
De bruinbandkakkerlak heeft meestal een kastanjebruine kleur en een lichte dwarsstreep op borstschild en achterlijf. Ze lijken uiterlijk veel op de Duitse kakkerlak. De lengte bedraagt 10 tot 15mm exclusief antennes, de vleugels zijn goed ontwikkeld en ze kunnen vliegen. Het ei-pakket is bleek- tot roodbruin van kleur en bevat gemiddeld 16 eitjes.

Hoe kom je aan kakkerlakken?
De in gebouwen voorkomende kakkerlakken zijn oorspronkelijk afkomstig uit de tropen en kunnen dus in verpakkingen van tropische producten zitten. Ook kunnen kakkerlakken meekomen in verhuisdozen, inpakdozen van de supermarkt, tweedehands goederen/witgoed en zelfs in gehuurde videobanden. Kakkerlakken kunnen ook simpelweg meeliften met kleding of bagage na b.v. de vakantie.

Algemeen
De bruinbandkakkerlak wordt in Nederland vaak aangetroffen in huizen en flatgebouwen. Een andere naam voor de bruinbandkakkerlak is huiskakkerlak of meubelkakkerlak. Ze hebben behoefte aan een hoge temperatuur van ca. 26 C°. Zoals alle kakkerlakken zijn ze ongewenst omdat ze onder meer voedsel vervuilen en bacteriën en schimmelsporen kunnen overbrengen. Ook verspreiden ze een onaangename geur en zijn door de grote aantallen waarin ze kunnen voorkomen uitermate hinderlijk.

Leefwijze
Bruinbandkakkerlakken kunnen zich heel snel voortbewegen, zelfs over het plafond, muren en andere gladde oppervlakken. Ze zijn minder lichtschuw dan de andere soorten en komen ook voor op drogere en hogere plaatsen. Ze voeden zich bij voorkeur met zetmeel houdend voedsel. Verder kan de bruinbandkakkerlak zich te goed doen aan lijm in boeken en van bijvoorbeeld behang. Schuilplaatsen zijn bijvoorbeeld achter schilderijen, behang, boeken en in gordijnen en meubilair. Zij kunnen zelfs in een schone, hygiënische omgeving overleven. De volwassen kakkerlakken kunnen namelijk 40 dagen zonder voedsel!! Als uw woning erg vuil is zal de kakkerlak vrij spel hebben en zich door de overvloed aan voedsel zeer snel voortplanten.

Wering: Hoe geef ik de kakkerlak geen onderdak?
Controleer uw goederen op kakkerlakken voordat u deze in huis haalt;   Ventileer uw woning goed en zorg voor een niet te hoge temperatuur. De   kakkerlak voelt zich prima bij 26 C°.   Berg uw voedsel en afval goed op zodat kakkerlakken er niet bij kunnen komen.   Als u voorraadbussen gebruikt kan er ook geen ander ongedierte bijkomen;   maak uw keuken regelmatig en grondig schoon. Maak kieren, naden en   doorvoeropeningen van leidingen dicht.

Bestrijding
Na een grondige inspectie en inventarisatie van het object wordt een bestrijdingsplan opgesteld. In overleg met gebruikers/bewoners van het gebouw worden afspraken gemaakt over tijdstip van actie, voorbereiding e.d. Ter doding van de kakkerlakken wordt een lokaasgel toegepast welke op alle mogelijke schuilplaatsen aangebracht zal worden. Deze door de overheid toegelaten middelen mogen alleen door ter zake deskundige bestrijdingstechnici worden gebruikt. Betrokkenen worden vooraf van de te treffen maatregelen op de hoogte gebracht.

Faraomier

Algemeen
De faraomier is een mierensoort die oorspronkelijk afkomstig is uit de tropen maar reeds rond 1900 in Nederland is ingevoerd. Vooral na 1945 is hij mede door het aanbrengen van centrale verwarming in gebouwen enorm in aantal toegenomen en komt inmiddels in het gehele land voor.

Faraomieren zijn, zoals vrijwel alle mieren, sociale insecten en leven in zgn. staten. Binnen zo’n mierenstaat is er sprake van een duidelijke taakverdeling: De koninginnen zorgen voor de voortplanting en zij leggen de eieren, de werksters (onvruchtbare vrouwtjes) zorgen voor de voedselvoorziening en verzorgen de larven en de mannetjes bevruchten de koninginnen.

Uiterlijk
Werksters 2,2 tot 2,6mm. Bruingeel met een donkergekleurd achterlijf. Koninginnen 3,5 tot 4,8mm. Bruingeel met donkergekleurde kop. Mannetjes 2,8 tot 3,1mm. Zwartbruin met bleekgele poten en antennen,   gevleugeld. Larven zijn pootloos en wit van kleur.

Leefwijze
Faraomieren voelen zich het beste thuis bij een temperatuur van ca. 30 graden C. en leven in Nederland uitsluitend binnenshuis. Per volk hebben ze meerdere nesten die dan ook meestal op warme plaatsen te vinden zijn zoals in de omgeving van kachels, radiatoren en ovens. Het zijn alleseters en ze worden o.a. aangetroffen in brood, suiker, hondenvoer en andere levensmiddelen maar ze hebben een voorkeur voor vlees(waren).

Per nest kunnen bij faraomieren wel tot 400 koninginnen leven die ca. 9 maanden oud kunnen worden, in welke tijd zij ieder ongeveer 300 eitjes leggen.

Schade
Uitermate hinderlijk optreden in keukens en andere verblijven en overbrengers van o.a. ziekteverwekkende bacteriën.

Wering/bestrijding
De enige mogelijkheid om faraomieren te weren is het zorgvuldig controleren van binnengekomen goederen en het bewaren van levensmiddelen in goed gesloten potten en bussen.

Als de aanwezigheid van faraomieren geconstateerd wordt is het zaak zo snel mogelijk met de bestrijding te beginnen om verdere verspreiding te voorkomen. Voor een effectieve bestrijding is het noodzakelijk alle koninginnen te doden, maar met spuitmiddelen bereikt men de nesten niet. Alleen met de lokaasmethode, waarbij de werksters het lokaas meenemen naar het nest, is het mogelijk zowel de volwassen mieren als de larven te doden.

Voor het uitvoeren van een bestrijdingsactie op basis van de lokaasmethode kunt u contact opnemen met EWS.

Grasvlieg

Deze vliegensoort is een stuk kleiner dan de vorige twee soorten. Grasvliegen zijn ongeveer 3 mm. lang en hebben een geel lichaam met drie zwarte strepen op de bovenzijde van het borststuk. De enigszins afgeronde vleugels zijn vrij groot in verhouding tot het lichaam. De vrouwtjes van deze soort leggen hun eitjes in de grond in weilanden e.d. De larven parasiteren op bepaalde soorten bladluizen. Ook de grasvlieg heeft de gewoonte om massaal in gebouwen te overwinteren. Kerktorens lijken daarbij de voorkeur te hebben.

Wering/bestrijding
Om te voorkomen dat in het najaar een vliegenplaag ontstaat zal allereerst het binnendringen van het gebouw onmogelijk gemaakt moeten worden; horren voor ramen en deuren, tochtstrips, het afdichten van gaten en kieren in buitenmuren en het dichten van ventilatieopeningen met fijnmazig gaas. Ook het (gedeeltelijk) verwijderen van klimplanten kan hierbij helpen. Grasvliegen hebben namelijk een voorkeur voor klimop en wingerd. Afdichten is niet altijd effectief. De vliegen kunnen namelijk ook via de dakpannen een gebouw binnenkomen.

Indien reeds een vliegenplaag ontstaan is zijn er verschillende methodes om de plaag te bestrijden. Als de klusterplaats van de vliegen opgespoord en goed bereikbaar is dan kan de zwerm met behulp van een stofzuiger worden opgezogen. In de lente volstaat het meestal om de ramen tegenover elkaar open te zetten. Soms is de klusterplaats moeilijk bereikbaar of niet toegankelijk. In dat geval zal er met een insecticide gewerkt moeten worden. EWS kan u hierover adviseren.

Als ondanks de genomen weringmaatregelen de vliegen toch ieder jaar terugkomen kan EWS vroeg in het najaar een preventieve behandeling uitvoeren met een residueel werkend insecticide. Het middel wordt gespoten in naden en kieren, op en nabij de entreeplaatsen van de vliegen en eventueel op wanden en kozijnen.

Herfstvlieg

Herfstvliegen lijken veel op kamervliegen maar zijn hiervan te onderscheiden door het duidelijk gestreepte geel met grijze achterlijf en door de ogen van de mannetjes die elkaar boven op de kop bijna raken.

Leefwijze
Vrouwtjes herfstvliegen leggen hun eitjes op mest in weilanden. De larven ontwikkelen zich in de mest en verpoppen zich in de omringende grond. De volwassen vliegen voeden zich met lichaamsafscheidingen van vee en drinken ook wel eens bloed, hoewel ze niet door de huid van dieren of mensen kunnen bijten. Het overwinteringsgedrag van de herfstvlieg is vrijwel gelijk aan dat van de klustervlieg en beide soorten kunnen dan ook gezamenlijk van hetzelfde gebouw gebruik maken.

Amerikaanse kakkerlak

Orde: Blattodea (kakkerlakken)
Familie: Blattidae

De Amerikaanse kakkerlak is een algemeen voorkomende soort in tropisch Afrika, van daaruit is hij door internationaal handelsverkeer van voornamelijk voedingsmiddelen naar andere tropische en subtropische gebieden vervoerd. In gematigde streken worden ze onder meer aangetroffen in fabrieken, levensmiddelenbedrijven, bakkerijen en restaurants. Ze komen voornamelijk voor in dierentuinen en bij aquaria op zeer warme en vochtige plaatsen. In Nederland worden ze slechts zelden in woningen aangetroffen. Ze kunnen qua uiterlijk gemakkelijk verward worden met de bruine kakkerlak (Periplaneta brunnea).

Uiterlijk

De volwassen Amerikaanse kakkerlak is glanzend roodbruin met lichtgele plekken op de vleugels en het borstschild. De gemiddelde lengte van het lichaam is 28 tot 44 millimeter, met daarnaast nog twee lange antennes. Mannetjes hebben vleugels die achter het lijf uitsteken, terwijl bij vrouwtjes de vleugels het achterlijf bedekken. Bij warme temperaturen worden soms korte glijvluchten waargenomen. De nimfen zien er hetzelfde uit als de volwassen kakkerlak, behalve dat ze nog geen vleugels hebben en ze hebben een bleekbruine kleur. De nimfen vervellen tijdens hun groei 7 tot 13 keer totdat ze volwassen zijn. De eitjes zitten met gemiddeld 16 bijeen in een eipakket (oötheca); deze heeft een bruin/zwart chitineomhulsel.

Ontwikkeling

Het eistadium van de Amerikaanse kakkerlak duurt 5 tot 7 weken, afhankelijk van de temperatuur. Volwassen vrouwtjes produceren 20 tot 60 eipakketjes in hun leven die ze na 1 tot 6 dagen afzetten op een gunstige, verscholen plek. De nimfen die eruit komen leven 5 tot 9 maanden bij een temperatuur van 30°C. Indien de temperatuur lager is kan dit stadium tot een jaar duren. De volwassen Amerikaanse kakkerlak kan maximaal 2 jaar overleven

Wering en bestrijding

Voor wering van de Amerikaanse kakkerlak is het ontnemen van voedsel door een zorgvuldige hygiëne van belang. Denk hierbij aan het opbergen van etenswaren in goed afgesloten schalen, blikken, kunststof dozen en/of in de koelkast. En het direct opruimen van etensresten en keukenafval. Wij adviseren bij nieuw in te richten keukens, badkamers, restaurants, bars, zieken- en verpleeghuizen en dergelijke om het creëren van schuilplaatsen voor insecten zo veel mogelijk te voorkomen. Ook een zorgvuldig gekozen situering van de keuken en een droge, koele opslagplaats voor levensmiddelen dragen bij aan het voorkomen van deze dierplaag. Voor bestrijding van de Amerikaanse kakkerlak dient eerst een inventarisatie en een bestrijdingsplan gemaakt te worden. Hierna kan indien noodzakelijk een bestrijding door een deskundige worden uitgevoerd door behandeling ter plaatsen.

Duitse kakkerlak

Orde: Blattodea (kakkerlakken)
Familie: Ectobiidae

Behalve in woonhuizen, komen Duitse kakkerlakken  in grote aantallen voor in bakkerijen, levensmiddelenbedrijven, hotels, restaurants, ziekenhuizen, vuilstortplaatsen en aan boord van schepen. Ze verspreiden een onaangename geur die door levensmiddelen wordt opgenomen. Deze geur wordt veroorzaakt door het uitscheidingsproduct van de rugklier.

Alleseter

Duitse kakkerlakken zijn alleseters. Zij voeden zich onder meer met levensmiddelen maar kunnen ook leven van dode dieren, uitwerpselen en afvalstoffen. Als gevolg daarvan kunnen zij dragers zijn van bacteriën en mijten. Mede doordat zij in aanraking komen met allerlei vuil, kunnen ze (onder bepaalde omstandigheden) ziekten overbrengen.

Hun aanwezigheid is in de directe omgeving van de mens volstrekt ongewenst. In de tropen zijn deze kakkerlakken natuurlijke “opruimers” en dienen zij als voedsel voor grotere dieren, waaronder vogels.

Uiterlijk

De Duitse kakkerlak is de meest voorkomende soort kakkerlak in Nederland. Een volwassen Duitse kakkerlak is 1,1-1,5 cm lang en gevleugeld. Duitse kakkerlakken vliegen alleen bij een zeer hoge luchttemperatuur. De kleur is strogeel tot lichtbruin met twee zwarte lengtestrepen op het borstschild; nimfen zijn donkerder van kleur. De mannetjes zijn slanker dan de vrouwtjes.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van de Duitse kakkerlak vindt langzaam plaats. Het wijfje draagt de eitjes in een eipakket (cocon), dat ca. 30 stuks bevat. Dit draagt ze, afhankelijk van de luchttemperatuur, ongeveer 3-5 weken aan het achterlijf met zich mee voordat zij het op een willekeurige plaats afzet. Volwassen wijfjes produceren gedurende hun levensduur van ca. een half jaar, gemiddeld 7 eipakketten. Kort na het afzetten van een eipakket komen de vleugelloze larven uit. Zij doorlopen een ontwikkelingsperiode van 1½ maand waarin ze 6 maal vervellen voordat ze volwassen zijn (bij temperaturen lager dan 25°C duurt de ontwikkeling langer). Duitse kakkerlakken prefereren een temperatuur tussen 25 en 32°C en een relatieve luchtvochtigheid van 70% of hoger. Zij zijn gevoelig voor kou; een temperatuur van -4°C gedurende ca. 12 uur, is doorgaans fataal.

Leefwijze

Veel kakkerlaksoorten zijn lichtschuw; zo ook Duitse kakkerlakken. Overdag houden zij zich schuil op donkere, warme en vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij de motor van de koelkast (zie filmpje hieronder). ’s Nachts gaan zij op zoek naar voedsel. Voedselgebrek doorstaan kakkerlakken geruime tijd. Bij gebrek aan voedsel knagen ze aan o.a. papier en leer.

Wering en bestrijding

Duitse kakkerlakken verspreiden zich o.a. via gebruikte dozen, manden, kisten, containers en dergelijke die met bagage, verhuizingen en transporten worden binnengebracht. Om ze in gebouwen te weren zou dit binnenbrengen dus voorkomen moeten worden. Ook het beperken van het voedselaanbod door een zorgvuldige hygiëne kan bijdragen aan de wering van Duitse kakkerlakken. Op de eerste plaats kunt u ervoor zorgen dat daar waar ze hun voedsel vinden, meestal in de keuken, ’s nachts geen eten of etensresten te vinden zijn.

Met andere woorden: berg etenswaren op in goed afgesloten schalen, blikken, kunststof dozen en/of in de koelkast. Etensresten en keukenafval direct opruimen. Vuilnisemmers zorgvuldig afsluiten en bij voorkeur ‘s nachts buiten zetten. Daarnaast kan het dichten van doorvoeropeningen van leidingen en dergelijke bijdragen tot het beperken van de verspreiding van de kakkerlakken in een gebouw.

Oosterse kakkerlak

Orde: Blattodea (kakkerlakken)
FamilieBlattidae (kakkerlakken)

Officieel is de huidige Nederlandse benaming ‘bakkerstor’. Gezien het niet om een tor gaat, houden we om verwarring te voorkomen de oosterse kakkerlak aan. Behalve in woonhuizen, komen oosterse kakkerlakken in grote aantallen voor in bakkerijen, levensmiddelenbedrijven, hotels, restaurants, ziekenhuizen, wasserijen en rioleringen. Ze verspreiden een onaangename geur die door levensmiddelen worden opgenomen. Deze geur wordt veroorzaakt door het uitscheidingsproduct van de rugklier.

Alleseter

Oosterse kakkerlakken zijn alleseters, waarbij hun voorkeur uitgaat naar zoet en zetmeel. Zij voeden zich o.m. met levensmiddelen maar kunnen ook leven van dode dieren, uitwerpselen en afvalstoffen. Als gevolg daarvan kunnen zij dragers zijn van bacteriën en mijten. Mede doordat zij in aanraking komen met allerlei vuil, kunnen ze (onder bepaalde omstandigheden) ziekten overbrengen. Hun aanwezigheid is in de directe omgeving van de mens volstrekt ongewenst. In de tropen zijn kakkerlakken natuurlijke “opruimers” en dienen zij als voedsel voor grotere dieren, waaronder vogels.

Uiterlijk

Een volwassen oosterse kakkerlak is 21-28 mm lang, excl. antennen. De kleur is roodbruin tot blauwzwart; de larven zijn zeer donker gekleurd. Alleen het mannetje bezit goed ontwikkelde vleugels, maar kan ondanks dat niet vliegen. Door die vleugels is het mannetje vaak iets lichter van kleur.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van de oosterse kakkerlak vindt langzaam plaats. Het wijfje draagt de eitjes in een eipakket, dat ca. 16 stuks bevat. Zij draagt dit hoogstens 5 dagen aan het achterlijf met zich mee voordat zij het pakket op een gunstige plaats afzet. Volwassen wijfjes produceren gedurende hun levensduur van ca. 9 maanden, gemiddeld 8 eipakketten. Ongeveer 2-3 maanden na het afwerpen van het eipakket, komen de vleugelloze larven uit. Afhankelijk van de omstandigheden doorlopen zij een ontwikkelingsperiode van 1-4 jaar waarin ze 7-8 maal vervellen voordat ze volwassen zijn. De temperatuur is voor hun ontwikkeling cruciaal; enkele graden verschil kan de ontwikkeling van dit insect maanden doen versnellen of juist vertragen. Oosterse kakkerlakken zijn gevoelig voor kou; een temperatuur van -4°C gedurende ca. 15 uur, is doorgaans fataal.

Leefwijze

De ontwikkeling van de oosterse kakkerlak vindt langzaam plaats. Het wijfje draagt de eitjes in een eipakket, dat ca. 16 stuks bevat. Zij draagt dit hoogstens 5 dagen aan het achterlijf met zich mee voordat zij het pakket op een gunstige plaats afzet. Volwassen wijfjes produceren gedurende hun levensduur van ca. 9 maanden, gemiddeld 8 eipakketten. Ongeveer 2-3 maanden na het afwerpen van het eipakket, komen de vleugelloze larven uit. Afhankelijk van de omstandigheden doorlopen zij een ontwikkelingsperiode van 1-4 jaar waarin ze 7-8 maal vervellen voordat ze volwassen zijn. De temperatuur is voor hun ontwikkeling cruciaal; enkele graden verschil kan de ontwikkeling van dit insect maanden doen versnellen of juist vertragen. Oosterse kakkerlakken zijn gevoelig voor kou; een temperatuur van -4°C gedurende ca. 15 uur, is doorgaans fataal.

Wering en bestrijding

Oosterse kakkerlakken verspreiden zich o.a. via gebruikte dozen, manden, kisten, containers e.d. die met bagage, verhuizingen en transporten worden binnengebracht. Om ze in gebouwen te weren zou dit binnenbrengen dus voorkomen moeten worden. Ook het beperken van het voedselaanbod door een zorgvuldige hygiëne kan bijdragen aan de wering van oosterse kakkerlakken. In de eerste plaats kunt u ervoor zorgen dat daar waar ze hun voedsel vinden, meestal de keuken, ‘s nachts geen eten of etensresten te vinden zijn. Met andere woorden: berg etenswaren op in goed afgesloten schalen, blikken, kunststof dozen of in de koelkast. Etensresten en keukenafval direct opruimen. Vuilnisemmers zorgvuldig afsluiten en bij voorkeur ’s nachts buiten zetten. Het dichten van doorvoeropeningen van leidingen e.d. kan bijdragen tot het beperken van de verspreiding van de kakkerlakken in een gebouw.

Kamervlieg

Algemeen
De kamervlieg en de kleine kamervlieg zijn de twee vliegensoorten die in Nederland het meest binnenshuis voorkomen. De kamervlieg (ook wel huisvlieg genoemd) heeft een lengte van 7-8mm, een grijs borststuk (thorax) met 4 zwarte strepen en een achterlijf dat aan de basis geel is (bij het wijfje minder). De kleine kamervlieg is slanker, heeft een lengte van 5-7mm, een bruine thorax en een achterlijf met drie gele ringen en driehoekige rugvlakken. Beide vliegensoorten zijn alleseters en komen voor op o.a. mest, afval, dode dieren en voedingsmiddelen.

Leefwijze
Alle vliegensoorten ondergaan een volkomen gedaanteverwisseling (metamorfose). Dit wil zeggen dat deze insecten 4 levensstadia doorlopen tijdens hun ontwikkeling tot volwassen vlieg nl: ei, larve, pop en imago (volwassen insect). Het wijfje van de kamervlieg legt 600-2000 1mm. lange eitjes in series van 100-150. Het wijfje van de kleine kamervlieg legt 200-600 eitjes in groepjes van 30-70 per keer. De eitjes worden gelegd op allerlei rottend materiaal zoals uitwerpselen of afval. Na 1-3 dagen komt de larve uit het eitje en begint zich te voeden met het rottend materiaal, waarna zij zich na ca. 1 week begint te verpoppen. Het popstadium duurt 3-8 dagen bij de kamervlieg en 10-30 dagen bij de kleine kamervlieg. De mannetjes sterven kort na de paring, de wijfjes leven 2-3 maanden.

Schade
Naast het feit dat vliegen zeer hinderlijk kunnen zijn, staan ze ook te boek als beruchte ziekteverspreiders. Aan poten, monddelen en haren, alsmede via de uitwerpselen, nemen ze allerlei ziekteverwekkende bacteriën en virussen mee, die een gevaar opleveren voor mens en huisdier.

Wering
Veel vliegenoverlast is te minimaliseren door de juiste weringsmaatregelen te treffen bijv.: Afval tijdig verwijderen. Goed afsluitbare afvalemmers en -containers gebruiken. Op boerderijen mest z.s.m. afvoeren en mestgoten en stalvloeren schoonhouden. Voedingsmiddelen en grondstoffen daarvoor niet onafgedekt laten staan. Waar mogelijk vliegengaas aanbrengen, horren lintgordijnen of flapdeuren plaatsen.

Bestrijding
Bestrijding van vliegen is alleen zinvol nadat de nodige weringsmaatregelen getroffen zijn. Er bestaan veel verschillende methodes om vliegen te bestrijden o.a.; vliegenstrips, elektrische vliegendoders, vliegenvallen voor binnen of buiten, behandeling van rustplaatsen van vliegen met insecticide en behandeling van mest ter bestrijding van maden. De EWS bestrijdingstechnicus zal u graag informeren welke methodes voor uw situatie het meest geschikt zijn.