Skip to content

Bruine huismot

Algemeen
De bruine huismot komt zeer algemeen voor. De larven voeden zich met plantaardige en dierlijke materialen. Ze worden soms op graanzolders en in levensmiddelen gevonden, maar veroorzaken de meeste schade aan enigszins vochtig geworden wollen vloerbedekking en wollen stoffen.

Uiterlijk en leefwijze
De bruine huismot heeft een vleugelwijdte van 17 tot 26 mm. De voorvleugels zijn bruinzwart van kleur en hebben een drietal zwarte vlekken. De achterste vleugels zijn iets lichter van kleur. De larven (rupsen) zijn geelwit van kleur en worden maximaal 2 cm lang. In onverwarmde vertrekken treedt één generatie per jaar op. De motten vliegen van juni tot augustus. De bruine huismot wordt regelmatig in gebouwen aangetroffen. De larven ontwikkelen zich in allerlei plantaardige en dierlijke materialen, zoals zaden, graan, kurk, linnen, wol en bont. Ze kunnen zich alleen ontwikkelen in vochtig materiaal bij een hoge relatieve luchtvochtigheid. Vooral op rustige en vochtige plaatsen zoals bijv. onder tapijten, onder vloeren en in vogelnesten treft men aan. Vanuit vogelnesten kunnen larven gebouwen binnenkomen.

Schade
De aangerichte schade is soms aanzienlijk. Kleden, vullingen van matrassen en stoelen, gedroogde planten, graanproducten en zelfs linnen boekbanden kunnen worden aangetast. Met name in enigszins vochtige wollen vloerbedekking kan aanzienlijke schade ontstaan; van daaruit kunnen ook aangrenzende houten voorwerpen (plinten, meubels, e.d.) worden beschadigd.

Wering en bestrijding
In de eerste plaats dient het vertrek, waarin de rupsen (mottenlarven) voorkomen, zo droog mogelijk gehouden te worden, door bij zonnig weer te luchten of droog te stoken. Indien er sprake is van lekkage of blijvende vochtige omstandigheden dienen eerst bouwkundige maatregelen te worden genomen.

Voorts kan een bestrijding worden uitgevoerd met behulp van een middel op basis van cyfluthrin, deltamethrin of permethrin. Met dergelijke middelen dient men die plaatsen te bespuiten, waar de larven worden aangetroffen bijv. onder randen van vloerbedekking, achter plinten en in de naden en kieren van de onderzijde van wandmeubels. Met name als de onderzijde van een meubelstuk door een plint is afgeschermd, vindt verpopping van larven daar plaats. Hierdoor wordt op de bespoten plaatsen een giftig residu aangebracht, dat nog enkele maanden zijn dodelijke werking op de insecten behoudt. De hier genoemde middelen zijn toegelaten ter bestrijding van kruipende insecten. Men dient deze middelen onder lage druk en met grove druppel te verspuiten. Tijdens de behandeling en gedurende 2 uur daarna dient men de ruimte grondig te ventileren. Daarna kunnen mensen en dieren weer in de behandelde ruimten terugkeren.