Skip to content

Hondenteek

Algemeen
De hondenteek is van origine afkomstig uit Afrika, maar komt nu algemeen in de tropen en de subtropen voor, o. a. in het Middellandse Zeegebied. De soort komt ook zeer algemeen voor in de Verenigde Staten van Amerika (“brown dog tick”) In ons land zijn ze in de zestiger jaren met honden geïmporteerd. Deze tekensoort heeft een duidelijke voorkeur voor honden en zal zich bij de mens niet kunnen handhaven. De levenscyclus verloopt bij ons geheel binnenshuis.

Uiterlijk
imago: 8 poten; roodbruin van kleur; ca. 8 mm lang in volgezogen toestand en   dan blauwgrijs van kleur.   nimfen: 8 poten en roodbruin van kleur, in volgezogen toestand donkergrijs.   larve: 6 poten; in volgezogen toestand blauw van kleur.

Ontwikkeling
Onvolledige gedaanteverwisseling. Eistadium eieren worden door de vrouwelijke teek na bevruchting afgezet in   naden en kieren van plafonds, e.d.; deze teken hebben sterk de neiging naar   boven te kruipen. Een wijfje kan in haar leven 1000-3000 eitjes afzetten.   Larvenstadium na 19 tot 60 dagen (afhankelijk van temperatuur en vochtigheid)   komen uit de eitjes kleine, 6-potige larven. Deze larven zijn actief op zoek   naar voedsel en hechten zich, zodra de gelegenheid zich voor doet, vast aan   een hond. In 3-6 dagen vullen de larven zich met bloed, waarna ze zich laten   vallen en zich verbergen in naden kieren.   Nimfenstadium na de bloedmaaltijd vervellen de larven in 6-23 dagen tot   8-potige nimfen. Na enige dagen van inactiviteit hechten de nimfen zich vast   aan honden en zuigen zich daar gedurende 4 tot 9 dagen vol met bloed. Na. deze   bloedmaaltijd verlaten ze de gastheer en verbergen zich.   Nimfen vervellen na de voedselopname in 12 tot 29 dagen tot volwassen teken.   Volwassen teken zijn zeer actief als ze verstoord worden. Ze zoeken naar een   gastheer, hechten zich vast en blijven daar gedurende 6-50 dagen. Na een   bloedmaaltijd start bij het wijfje de eiproductie. Levensduur tot enige jaren.   Hongerperiode tot 200 dagen.

Leefwijze
Hondenteken komen in ons land vrijwel niet in de vrije natuur voor, maar wel vooral waar honden leven. In Nederland kunnen ze zich in verwarmede gebouwen handhaven. In woningen: verscholen in naden en kieren van muren, achter plinten, onder drempels, plafondranden. voedsel: bloed van honden; soms komen deze teken voor op ratten en muizen.

Schade/hinder
De hondenteek kan bij uitzondering de mens als gastheer verkiezen. Deze tekensoort kan in verschillende delen van de wereld ziekten overbrengen (van hond tot hond); tot deze ziekten behoren o.a. de ricketsiosen, waarmee ook de mens besmet kan worden.

Verspreiding
Met name via de hond, die gemakkelijk de hondenteek oppikt in objecten, waar deze zich ophouden. ook tijdens de vakantie rond de Middellandse Zee in caravans, tenten, e.d.

Wering
Een regelmatige controle op de aanwezigheid van teken op of bij de hond.na signalering van deze teken dierenarts raadplegen.

Bestrijding
Er zijn middelen in de handel ter bestrijding van teken op honden op basis van o.a. propoxur. In woningen, waar deze teken zijn aangetroffen dient na inventarisatie van het object een bespuiting te worden uitgevoerd met middelen op basis van deltamethrin, permethrin of cyfluthrin. Men dient daarbij ook een zolder niet te vergeten. Controle na de verdelgingsactie is gewenst; er kan indien nodig tot een tweede behandeling worden overgegaan; eveneens dient men door de hond bezochte objecten te onderzoeken.