Skip to content

Lapsnuitkever

Algemeen
Lapsnuitkevers komen zeer algemeen voor in Nederland. De kevers en de larven leven in de grond. De volwassen kevers houden zich overdag schuil en komen ’s nachts te voorschijn om op zoek te gaan naar voedsel. De kevers kunnen niet vliegen en verspreiden zich lopend van plaats tot plaats. De soort die in Nederland de meeste overlast en schade veroorzaakt is gegroefde lapsnuitkever of taxuskever (Otiorhinchus sulcatus)

Uiterlijk
Lapsnuitkevers hebben een zeer karakteristiek uiterlijk met een opvallend lange snuit en knievormig gebogen antennen met een min of meer duidelijke knots aan het eind. Taxuskevers zijn ongeveer 1cm lang en zwart van kleur. Het dekschild is gegroefd met verspreide vlekjes bestaande uit grauwgele haartjes en is zeer hard.

Leefwijze
De eitjes van de lapsnuitkevers worden gelegd in de grond. De vrouwtjes leggen ongeveer 1000 eitjes in juli en augustus. In de herfst komen de eitjes uit en de larven overwinteren. De larven voeden zich met de wortels van allerlei planten. De volwassen kevers voeden zich met de bovengrondse plantendelen.

Schade
In huis kunnen lapsnuitkevers af en toe enige schade aanrichten doordat ze aan de ondergrondse of bovengrondse delen van potplanten eten. De meeste schade wordt aangericht door de larven want die eten de wortels zodat deze verzwakken en zelfs dood kunnen gaan. In grote getallen voorkomend kunnen zij hinderlijk zijn.

Wering
Lapsnuitkevers komen vaak huizen binnen via open ramen en deuren. Met behulp van vliegengaas en/of horren kan men dit tegen gaan. Men kan de kevers ook wegvangen. Dit gaat het beste bij de schemering. Verder is het vervangen van potgrond nog een mogelijkheid om de overlast te verminderen.

Bestrijding
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet zinvol. Lapsnuitkevers zijn ongevoelig voor de meeste insecticiden. bij het verpotten de kluiten goed uitschudden en vrijkomende larven vangen. De oude potgrond niet op de composthoop gooien, aangezien niet opgemerkte larven zich dan in uw tuin kunnen verspreiden. De minste kans op schade heeft u, indien u voor het binnenbrengen in de winterberging de gesnoeide planten ook verpot. Een plant, waar u bij het verpotten larven in ontdekt, in een emmer, niet te koud, water zetten. Het spoelen in water bevordert het loskomen van verscholen larven. De plant in een andere pot oppotten en de oude potten goed schoonwassen (vanwege nog niet uitgekomen eitjes in achtergebleven grondresten). Vooral bij soorten met vlezige wortels controleren of er larven in verscholen zitten.

Gewasbeschermingsmiddelen tegen taxuskevers en larven mogen alleen door professionele kwekers gebruikt worden. De enige manier om overlast door taxuskeverlarven te bestrijden is een biologische bestrijdingsmethode met parasitaire aaltjes – (Heterorhabditis sp.) De aaltjes doen hun werk bij een grondtemperatuur boven 14 graden C. Het beste tijdstip van toedienen zal dan ook in de periode eind september/begin oktober liggen.