Skip to content

Springstaart

Algemeen
Springstaarten zijn zeer kleine insecten, zelden groter dan 5mm. Ze hebben hun naam te danken aan het feit, dat vrijwel alle soorten beschikken over een gevorkt apparaat aan het achterlijf waarmee ze in staat zijn grote sprongen te maken. Een springstaart van bv. 5 mm. lengte springt wel 8 cm. ver. Een aantal veel voorkomende soorten, die in hun leefwijze grote overeenkomsten vertonen, behoren tot de families Entomobryidae, Isotomidae, Onychiuridae en Sminthuridae (bolvormige springstaarten).

Leefwijze
Springstaarten leven vooral op plaatsen waar een hoge relatieve luchtvochtigheid heerst. Ze voeden zich met rottend plantaardig materiaal, maar ook met mos, algen en schimmels. Ze worden voornamelijk aangetroffen in de bovenste bodemlaag, tussen strooisel, gras, grind, e.d. Vooral in kassen, als de grond is dicht geslempt, krijgen de springstaarten een kans omdat er dan volop voedsel voor hen te vinden is. Springstaarten zijn vleugelloze insecten. In kleine aantallen worden ze nauwelijks opgemerkt vanwege hun geringe afmetingen. Ze kunnen echter ook in grote aantallen voorkomen. Dit laatste treedt voornamelijk op bij zomerse weersomstandigheden. Sommige soorten kunnen echter ook bij temperaturen rond het vriespunt nog actief zijn. Springstaarten zijn onschadelijk voor mens en dier. Ze steken of bijten niet. Ook zijn er geen gevallen bekend waarbij huidirritatie optreedt veroorzaakt door deze insecten.

Wering en bestrijding
Wanneer in gebouwen overlast wordt ondervonden van springstaarten zal men de ontwikkelingsplaats moeten opsporen. Een drietal mogelijke ontwikkelingsplaatsen zijn:

In de strooisel laag van de tuin, eventueel langs de gevel van het gebouw, mosbegroeiing op gevels of (vooral) op dichtbij staande zware bomen; op platte daken en in dakgoten. Vooral als er periodiek water blijft staan en   er alg- of mosgroei optreedt is deze ontwikkelingsplaats ideaal voor deze   insecten; in huis, als de atmosfeer bijvoorbeeld vanwege de aanwezigheid van zeer veel   planten erg vochtig is, kan men ze o.a. in de sierpotten aantreffen.

De beste bestrijding bestaat uit het weren van deze insecten. Eventuele alg-, schimmel- of mosgroei zal men tegen moeten gaan. Platte daken en dakgoten dient men schoon te houden. In huis kunnen springstaarten vanwege de daar vaak voor hen te droge omstandigheden niet overleven. Eventueel aanwezige exemplaren kan men met behulp van een stofzuiger wegvangen. Dit alles maakt een bestrijding met chemische middelen overbodig.