Huiszwam

Joren Nieuwenhuizen
7 maart 2017

Algemeen
Wanneer hout dat is verwerkt in gebouwen langere tijd een vochtgehalte van meer dan 21% bezit is het waarschijnlijk dat op en in dit vochtige hout zich schimmels gaan ontwikkelen. De belangrijkste in Nederland voorkomende hout aantastende schimmel is de huiszwam. Zowel naald- als loofhoutsoorten kunnen door de huiszwam worden aangetast. De schimmel kan bijvoorbeeld voorkomen in balken en/of andere houten delen van de begane grondvloer. Op of in hout dat zich in de buitenlucht bevindt, wordt de huiszwam slechts zelden aangetroffen.

Uiterlijk/leefwijze
Hout dat door de huiszwam is aangetast vertoont een bruinachtige verkleuring; men spreekt wel van bruine rot. Het hout wordt, naarmate de aantasting zich verder ontwikkelt, zacht en verliest zijn sterkte. In een vergevorderd stadium van aantasting is het hout bruin van kleur met diepe krimpscheuren die evenwijdig lopen en loodrecht staan op de vezelrichting.

De schimmeldraden die zich in het hout bevinden zijn met het blote oog niet zichtbaar. Deze draden dringen zeer diep in het hout door. De dwarsdoorsnede van dergelijke draden is zeer klein, slechts 0,0016 mm. Aan de oppervlakte van het hout zijn de schimmeldraden meestal iets dikker en soms zichtbaar in de vorm van witte vlokken. Schimmeldraden komen niet alleen voor op hout, maar ook op stenen of betonnen vloeren van o.m. kelders, in en op vochtige muren e.d. Soms worden bundels schimmeldraden gevormd met een diameter van wel 5 tot 8 mm. Deze worden strengen genoemd en zijn eerst wit, en later grijs van kleur.

Waar de schimmeldraden in het hout groeien worden stoffen gevormd die de celwanden afbreken. Een deel van het hout wordt door de schimmel omgezet in koolzuurgas en water. Bij dit proces komt energie vrij die gebruikt wordt voor de groei van de schimmel. Zelfs droog hout kan worden aangetast want de huiszwam is in staat om vocht via de schimmeldraden vanuit vochtige plaatsen te transporteren. Na verloop van tijd vormen zich op het hout of de muur vruchtlichamen bestaande uit compact weefsel. De vruchtlichamen zijn vrij plat, 1 tot 3 cm. dik, bruin van kleur met een witte rand en variëren in grootte van enkele centimeters tot 1 meter. Op het vruchtlichaam ontstaan de sporen die voor de verspreiding van de soort zorgen. Een vruchtlichaam kan enige miljarden sporen vormen. Grote aantallen sporen bij elkaar lijken op roestbruin poeder.

Ontwikkeling
De huiszwam ontwikkeld zich het snelst bij een temperatuur van 23 graden C. Bij 28 graden C. of hoger sterven de schimmeldraden af, de sporen kunnen echter hogere temperaturen overleven. Bij vorst komt de groei van de schimmel tot stilstand maar de huiszwam sterft niet af. Na de vorstperiode gaat de groei gewoon verder.

Bestrijding
Voorafgaande aan de bestrijding is het allereerst van belang dat men alle mogelijke maatregelen treft die lekkage, condensvorming, optrekkend vocht, doorslaande muren, inwateren of hoge grondwaterstanden voorkomen. Het hout mag na bestrijding niet opnieuw vochtig en dus wederom aantrekkelijk worden gemaakt voor een nieuwe aantasting door de huiszwam.

Het door schimmel aangetaste hout dient eerst te worden verwijderd. Tevens moet het aangrenzende, niet zichtbaar aangetaste hout over een lengte van 1 meter worden verwijderd en vervangen, bij voorkeur door preventief (d.w.z. van te voren) met een schimmelwerend middel behandeld hout. Aangetaste delen die niet verwijderd kunnen worden moeten behandeld worden met een curatief middel bijv. azaconazole of tributyltinfosfaat. Het is niet eenvoudig om bij een dergelijke curatieve behandeling de benodigde hoeveelheden van het middel in het hout te brengen. Daarom zal het soms nodig zijn de behandeling twee keer uit te voeren.

Muren waarin zich mogelijkerwijs schimmeldraden bevinden, dienen ook te worden behandeld. Los stucwerk moet eerst worden verwijderd en de voegen moeten worden uitgekrabd. Hierna moeten de muren worden behandeld met het middel.

Indien er een ernstige aantasting van de huiszwam aanwezig is, verdient het de aanbeveling om in de muren schuin naar beneden lopende gaten te boren. De diepte van de gaten dient tot 2/3 van de muurdikte te bedragen, op een afstand van 30 cm. naast elkaar en 20 cm. kruislings onder elkaar. De boorgaten worden daarna enige keren achtereen geïnjecteerd met het bestrijdingsmiddel. Na droging kan de muur weer worden voorzien van stucwerk. Voor een behandeling tegen huiszwam of andere schimmels kunt u contact opnemen met de EWS.

MENU