Klustervlieg

Joren Nieuwenhuizen
7 maart 2017

Deze algemene vliegensoort dankt zijn naam aan zijn gewoonte om in grote aantallen gezamenlijk in gebouwen te overwinteren. De klustervlieg lijkt op een sterk uitgegroeide kamervlieg met veel goudkleurige haartjes op de thorax (borststuk).

Leefwijze
De volwassen vrouwtjes leggen hun eitjes op vochtige grond, onder rottende bladeren e.d. Na ongeveer een week komen de larven uit en gaan actief op zoek naar regenwormen waar ze zich aan vast houden en vervolgens een gaatje in boren. De made ontwikkelt zich binnen in het lichaam van de regenworm. Als de regenworm dood of bijna dood is boort de made zich een weg naar buiten en verpopt zich in de grond. De levenscyclus van de klustervlieg is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden; twee generaties per jaar is normaal, maar als de zomer erg warm is kunnen vier generaties per jaar voorkomen. De volwassen klustervlieg voedt zich met de nectar van bloemen.

Schade/hinder
Tijdens de zomer en het begin van de herfst veroorzaken klustervliegen slechts zelden overlast. Als het weer koeler wordt zoeken ze beschutting in hoeken en gaten in huizen en andere gebouwen. Naarmate de temperatuur verder daalt zoeken ze meer bescherming en vormen vaak enorme klusters van duizenden vliegen. Het komt regelmatig voor dat hetzelfde gebouw ieder jaar opnieuw door de vliegen gebruikt wordt om te overwinteren. Klustervliegen veroorzaken geen schade maar zijn door de grote aantallen wel bijzonder hinderlijk.

MENU